direct naar inhoud van 5.4 Luchtkwaliteit
Plan: Carolus - De Herven
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002018-1301

5.4 Luchtkwaliteit

Ten behoeve van de herontwikkeling van het plangebied is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Realisatie van het voorgenomen plan leidt tot wijzigingen in het verkeer op de omliggende wegen. In een vergelijking13tussen de autonome situatie en de situatie inclusief de ontwikkeling van de projectlocatie (met en zonder saldering) blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet zorgt voor overschrijdingen van de grenswaarden zoals die gesteld zijn in het besluit Luchtkwaliteit.

Op 15 november 2007 is hoofdstuk 5 titel 2 uit de Wet milieubeheer, bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’, in werking getreden en vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005. Met de nieuwe ‘Wet luchtkwaliteit’ en bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen, wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden.

De kern van de ‘Wet luchtkwaliteit’ bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen op grond van de richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. De wet voorziet in het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het NSL kan pas in werking treden als de EU derogatie (verlenging van de termijn om luchtkwaliteitseisen te realiseren) heeft verleend. De uitvoeringsregels behorend bij de wet zijn vastgelegd in algemene maatregelen van bestuur (amvb) en ministeriële regelingen (mr) die gelijktijdig met de ‘Wet luchtkwaliteit’ in werking treden.

In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. VROM zal de definitie van 'in betekenende mate' vastleggen in een algemene maatregel van bestuur (AMvB). VROM sluit aan bij de definities die buurlanden hiervoor gebruiken. Zo hanteert Duitsland een grens van 3%; projecten die de concentratie NO2 of fijn stof met meer dan 3% verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling.

Voor de periode tussen het in werking treden van de ‘Wet luchtkwaliteit’ en het verlenen van derogatie door de EU is het begrip 'niet in betekenende mate' gedefinieerd als 1% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. Na verlening van derogatie treedt het NSL in werking en wordt de definitie van NIBM verschoven naar 3% van de grenswaarde. Dit criterium is een 'of-benadering'. Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm betekent concreet voor woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen. In onderhavig plan wordt de realisatie van ca. 470 woningen mogelijk gemaakt. Dit betekent dat de 1%-norm niet wordt overschreden. De realisatie van woningen zorgt niet in betekende mate tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.