direct naar inhoud van 5.7 Archeologie
Plan: Carolus - De Herven
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002018-1301

5.7 Archeologie

Het uitgangspunt is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, een nader onderzoek plaatsvinden naar archeologische waarden in de vorm van een Aanvullend Archeologische Inventarisatie (AAI). Als het niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen.

In een verkennend archeologisch onderzoek14 is geconcludeerd dat door de hoge mate van verstoring er geen aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen in de vorm van cultuurlagen of primaire archeologisch indicatoren zoals vuursteen, aardewerkscherven, natuursteen, glas, bronzen kledingaccessoires, munten. Op basis van de resultaten wordt geadviseerd geen nader archeologisch onderzoek uit te voeren.

Indien bij de uitvoering van het grondwerk archeologische vondsten plaatsvinden, zullen deze bij het gevoegd gezag gemeld dienen te worden, zoals aangegeven in de monumentenwet 1988, artikel 47, lid 1.