direct naar inhoud van Hoofdstuk 6 Waterparagraaf
Plan: Bruggen 21
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002041-1402

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf

6.1 Bestaande situatie

Binnen het plangebied staat thans ca 125 m² bebouwing en is ca 150 m² terreinverharding aanwezig. Er is geen sprake van oppervlaktewater.

6.2 Beschrijving waterhuishoudkundige aspecten project

Het plan omvat ca 140 m² bebouwing en ca 150 m² terreinverharding, tezamen 290 m². Ten opzichte van de bestaande situatie is er een beperkte toename van 15 m² verharding. De bouw van de nieuwe woning biedt wel de mogelijkheid tot het afkoppelen van het schone regenwater van het riool.

Het regenwater dat op de terreinverharding valt loopt rechtstreeks de tuin in alwaar het wordt geïnfiltreerd. Ten behoeve van de berekening van de bufferopgave is alleen de oppervlakte van de bebouwing van belang. Voor de berekening van de benodigde bufferopgave is uitgegaan van een hevige regenbui die eens in de 10 jaar valt (T=10). De bufferopgave voor het plan bedraagt 35,7 mm. Voor voorliggend plan betekent dit een bergingscapaciteit van 5 m³.

6.3 Waterhuishouding en riolering

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Aa en Maas. Door het waterschap is een aantal principes opgesteld waar ruimtelijke ontwikkelingen aan worden getoetst, te weten:

  • Wateroverlastvrij bestemmen
  • Gescheiden houden van vuil water en schoon regenwater
  • Doorlopen van de afwegingsstappen: “hergebruik - infiltratie - buffering - afvoer”
  • Hydrologisch neutraal ontwikkelen
  • Water als kans
  • Meervoudig ruimtegebruik
  • Voorkomen van vervuiling
  • Rekening houden met waterschapsbelangen

Wateroverlastvrij bestemmen

Bij locatiekeuze van nieuwe ontwikkelingen moet worden gezocht naar plekken die ‘hoog en droog genoeg’ zijn. Onderhavig plangebied ligt ca 5 m boven NAP. Volgens de bodemkaart bedraagt de GHG meer dan 0,8 m -mv. Het betreft hiermee een relatief droog gebied. Geconcludeerd wordt dat het project ‘hoog en droog genoeg’ is om aan het Nationaal Bestuursakkoord Water te voldoen.

Gescheiden houden van vuil water en schoon regenwater

Het streefbeeld is het afvoeren van het vuile water via de riolering en binnen het plangebied verwerken van het schone regenwater. Binnen het plangebied vindt een strikte scheiding plaats. Het vuile water wordt gekoppeld aan de bestaande riolering in het omliggende gebied. Het schone regenwater blijft binnen het plangebied.

Doorlopen van afwegingsstappen

De volgende afwegingsstappen worden doorlopen:

  • 1. hergebruik;
  • 2. infiltratie;
  • 3. buffering naar watergang waterschap
  • 4. afvoer via gescheiden rioolstelsel.

ad 1. Hergebruik van het regenwater ter plaatse is alleen aan de orde in geval van bedrijfsmatig gebruik van het regenwater. Dit is hier niet het geval.

ad 2. De tweede stap in de afweging is het afkoppelen en infiltratie en/of berging van schoon hemelwater binnen het plangebied. De bufferopgave bedraagt 5 m³. Ten behoeve van de infiltratie worden voorzieningen (in de vorm van grindkoffers of een ‘zaksloot’ op de achterzijde van het perceel) aangebracht. Deze infiltratievoorzieningen bevinden zich boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand. Voorts wordt een noodoverstort vanuit de infiltratievoorziening gemaakt op het gemengde riool in De Bruggen. Hiermee wordt voorkomen dat wateroverlast ontstaat in geval van een hevigere regenbui.

ad 3. Indien een watergang aanwezig is komt deze als derde stap in aanmerking voor opvang. Dit is hier niet het geval.

ad 4. Mocht infiltratie niet (geheel) mogelijk of anderszins onwenselijk zijn, dan wordt op de locatie een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Tot de gemeente overgaat op gescheiden inzamelen, kan op het bestaande gemengde stelsel worden geloosd. Deze werkwijze biedt in ieder geval de mogelijkheid van een toekomstige afkoppeling.

Gezien het voorgaande is deze optie niet aan de orde.

Hydrologisch neutraal bouwen

In het beleid van het waterschap is opgenomen dat moet worden gestreefd naar een hydrologisch neutrale situatie. Hiermee wordt bedoeld dat het regenwater het gebied niet sneller mag verlaten dan dat het geval is vóór aanvang van de in dit plan opgenomen ontwikkelingen. Gezien de hiervoor beschreven infiltratie van het regenwater is sprake van hydrologisch neutraal bouwen.

Water als kans

Het plangebied betreft een inbreidingslocatie in Rosmalen. Gezien de beperkte omvang van het plangebied is de aanleg van oppervlaktewater niet aan de orde.

Meervoudig ruimtegebruik

De infiltratievoorziening wordt ondergronds aangebracht. Dit kan als een vorm van meervoudig ruimtegebruik beschouwd worden.

Voorkomen van vervuiling

Hiervoor zijn geen bijzondere maatregelen genomen. Overeenkomstig de eis van het waterschap worden in principe geen uitlogende materialen toegepast.

Rekening houden met waterschapsbelangen

Het gebied is niet als inundatiegebied aangewezen. Onderhavig project betekent derhalve geen belemmering van waterschapsbelangen.

6.4 Algemene conclusie

Aan alle beleidsuitgangspunten van het waterschap wordt voldaan.

  • i. Het vuil water wordt op het gemeentelijke rioolstelsel geloosd.
  • ii. Doordat het schone regenwater ter plaatse wordt geïnfiltreerd, verlaat het water na realisatie van het project het projectgebied niet sneller dan thans het geval is. Hiermee is sprake van hydrologisch neutraal bouwen.
  • iii. In principe worden geen uitlogende materialen toegepast.