direct naar inhoud van Hoofdstuk 3 Beleidskader
Plan: Bruggen 21
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002041-1404

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Beleidskader

Voor de ruimtelijk-functionele ontwikkeling van het plangebied zijn primair de plannen en beleidsdoelstellingen vanuit het grotere verband richtinggevend. Voor zover relevant vindt hierna een toetsing van de voorgestane ontwikkelingen plaats aan het beleid op:

  • nationaal niveau;
  • provinciaal niveau;
  • gemeentelijk niveau.

3.2 Nationaal niveau

Nota Ruimte

In de Nota Ruimte wordt ruimte voor ontwikkeling als uitgangspunt centraal gesteld. Het kabinet gaat uit van een dynamisch, op ontwikkeling gericht ruimtelijk beleid en een heldere verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk en decentrale overheden. De nota bevat de ruimtelijke bijdrage aan een sterke economie, een veilige en leefbare samenleving en een aantrekkelijk (platte)land.

De nota ruimte kent vier hoofddoelstellingen:

  • versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland;
  • krachtige steden en een vitaal platteland;
  • borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden;
  • borging van de veiligheid.

Als uitwerking van deze doelen kiest het rijk voor bundeling van economie, infrastructuur en verstedelijking als strategie. Derhalve dienen woningbouwontwikkelingen plaats te vinden binnen bestaand gebied, om zo de openheid van het buitengebied te beschermen.

Het planvoornemen voorziet in het vervangen van een woning binnen de bestaande bebouwing van Rosmalen. Dit is een vorm van kleinschalige herstructurering, waarmee wordt aangesloten bij het beleid uit de Nota Ruimte.

3.3 Provinciaal niveau

Interimstructuurvisie / Paraplunota

In het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening zijn op 1 juli 2008 de “Interimstructuurvisie Brabant in Ontwikkeling” en de “Paraplunota Brabant in Ontwikkeling” in werking getreden. Het beleid van het Streekplan 2002 is hiermee komen te vervallen.

Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de plankaart van de Interimstructuurvisie. De ligging van het plangebied is aangeduid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002041-1404_0009.png"

uitsnede plankaart Interimstructuurvisie

Onderhavig plangebied ligt binnen bestaand bebouwd gebied. Hoofdbelang van de Interimstructuurvisie is zorgvuldig ruimtegebruik. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden afgestemd op de draagkracht van het watersysteem en de bodem, op de waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie, en aansluiten op de kwaliteiten van de infrastructuur. De groei en de verspreiding van het stedelijk ruimtebeslag moet worden afgeremd. Voorts moet onze omgeving op een duurzame wijze worden ingericht.

De Interimstructuurvisie maakt onderscheid in stedelijke en landelijke regio’s. Rosmalen ligt binnen de stedelijke regio Waalboss. Binnen de stedelijke regio’s liggen mogelijkheden voor verdere verstedelijking.

Analyse

Het plan ligt binnen het bebouwd gebied van Rosmalen en omvat de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning.

Conclusie

Het plan past binnen c.q. is niet in strijd met de Interimstructuurvisie.

Uitwerkingsplan Waalboss

De Interimstructuurvisie / Paraplunota zijn nader uitgewerkt in het uitwerkingsplan Waalboss. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de plankaart van het uitwerkingsplan. Onderhavig plangebied is aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002041-1404_0010.png"

uitsnede plankaart uitwerkingsplan Waalboss

Een groot deel van het stedelijke gebied Rosmalen is in het uitwerkingsplan nader aangeduid met herstructurering. In deze gebieden worden woon- en werkgebieden die niet meer optimaal functioneren gerevitaliseerd.

Analyse

De straat Bruggen is een van de oude dorsplinten van Rosmalen. Voor zover bekend zijn in de directe omgeving van het plangebied geen ontwikkelingen gaande of te verwachten. Het plan betreft een vorm van inbreiding en is daarmee passend in het uitwerkingsbeleid.

Conclusie

Het plan past binnen c.q. is niet in strijd met het uitwerkingsplan.

3.4 Gemeentelijk niveau

Ruimtelijke Structuurvisie ‘s-Hertogenbosch

De Ruimtelijke Structuurvisie rangschikt het onderhavige gebied tot stedelijk woonmilieu (rondom centrum en uitlopers). Deze compacte woonmilieus bevinden zich in de uitstraling van centrumstedelijke woonmilieus, langs uitvalswegen en rond stadsdeel-, wijk- en buurtcentra. Het gaat hier tevens om milieus in inbreidingsgebieden in de stedelijke ruggengraat en langs harde stadsranden. Deze woonmilieus zijn aantrekkelijk voor doelgroepen die wel compact stedelijk willen wonen, maar niet in het drukke stadscentrum zelf. Om aan de vraag naar gevarieerde en wervende woonmilieus te voldoen wordt in principe aangesloten op de nota van het ministerie van VROM “Mensen, Wensen, Wonen, Wonen in de 21e eeuw” die het centrumstedelijk woonmilieu bevordert. De gemeente ‘s-Hertogenbosch heeft het stedelijk woonmilieu waartoe onderhavig gebied behoort hieraan toegevoegd.

Woonbeleid

Het Bossche woonbeleid is gericht op het bieden van voldoende, gedifferentieerde en kwalitatief hoogwaardige huisvestingsmogelijkheden. Het aanbrengen van meer variatie in het woningaanbod en woonmilieus is wenselijk gezien de toenemende differentiatie in leefstijlen van de woonconsumenten, en de eenzijdigheid van het aanbod van sommige wijken. Om aan de vraag naar gevarieerde en wervende milieus te voldoen dienen naast de uitbreidingslocaties zoveel mogelijk inbreidingslocaties ontwikkeld te worden. Om het gestelde doel van 1200 woningen per jaar te halen dienen alle mogelijkheden benut te worden. De bouw van de woning vindt plaats ter vervanging van een bestaande woning en draagt derhalve niet bij aan het gestelde doel.