direct naar inhoud van 3.3 Archeologie
Plan: Schietbaan en hondendressuurcentrum Wasweg
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002080-1201

Archeologie

In opdracht van gemeente 's-Hertogenbosch heeft ACVU-HBS (Archeologisch Centrum van de Vrije Universiteit - Hendrik Brunsting Stichting) in oktober en november 2009 een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

Uit het bureauonderzoek volgt dat in het plangebied archeologische waarden daterend uit de periode van de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen kunnen voorkomen. Met name voor de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Volle Middeleeuwen geldt een hoge verwachting. Diverse onderzoeken in het verleden hebben aangetoond dat het plangebied deel uitmaakt van een tempelcomplex dat mogelijk zijn oorsprong heeft in de IJzertijd. In verschillende onderzoeken maar ook door diverse metaaldetectorzoekers zijn al veel vondsten gedaan. Het plangebied is eigenlijk de laatste locatie waar vondsten van het tempelcomplex, en dan met name metalen voorwerpen en architectonische resten, kunnen worden verzameld.

Het noordelijke deel van het plangebied is gelegen op een pleistoceen rivierduin dat is opgebouwd uit zeer fijn tot matig fijn, matig siltig zand. Richting het zuiden daalt het zandpakket sterk en gaat het duin over in een lager gelegen en nat komgebied. In dit komgebied is zware klei afgezet en heeft zich een pakket veen gevormd. Oorspronkelijk is er dus sprake geweest van een sterk golvend reliëf, maar hier is tegenwoordig niets meer van te zien. De mate van verstoring is matig tot plaatselijk sterk. Uit het bureauonderzoek blijkt dat in de vorige eeuw ruilverkaveling plaatsgevonden waarbij de top van het duin is afgeschoven in het lager gelegen gebied. Het veldwerk bevestigt dit. Op de top van het duin gaat de moderne dunne bouwvoor met een scherpe grens over in de natuurlijke ondergrond (het zand van het rivierduin). In het lager gelegen gebied bevindt zich een dik pakket geroerde grond, dat overgaat in zware komklei. Daarnaast is in de huidige situatie vrijwel geen enkel hoogteverschil meer waar te nemen, terwijl het duin oorspronkelijk 2 meter boven het maaiveld moet hebben uitgestoken.

In het noordelijke deel van het plangebied kunnen al direct onder de moderne bouwvoor archeologische sporen worden verwacht. Een deel van het gebied is in de jaren '90 van de vorige eeuw echter al opgegraven. Ter hoogte van de opgraving worden dus in principe geen archeologische waarden meer verwacht. In het zuidelijk gelegen komgebied worden vooral diepe archeologische sporen verwacht (zoals waterputten). Daarnaast kunnen in dit gebied zeer veel losse vondsten worden verwacht, aangezien juist hierin de top van het duin (inclusief vondsten) terecht is gekomen. Eerder zijn in het tracé van een sloot zeer veel vondsten van metaal, aardewerk, natuursteen en baksteen gedaan. Hoewel deze vondsten in secundaire context liggen, vormen zij een zeer waardevolle informatiebron met betrekking tot het tempelcomplex of eventuele Laat Romeinse of middeleeuwse bewoning.

In diverse boringen zijn fragmenten houtskool en aardewerk gevonden. Het aardewerk dateert voornamelijk uit de (Late) Middeleeuwen. Daarnaast is een fragment handgevormd aardewerk gevonden dat in de IJzertijd of in de (vroeg-)Romeinse tijd gedateerd kan worden. Deze vondsten zijn gedaan in een verstoord pakket dat vermoedelijk tijdens de ruilverkaveling van het hoger gelegen duin in het lager gelegen komgebied is geschoven.

Ondanks het feit dat de bodemopbouw niet meer intact is en er plaatselijk diepe verstoringen voorkomen, zijn op basis van het nu uitgevoerde onderzoek maatregelen in het kader van de archeologische monumentenzorg noodzakelijk. De verstoorde bovengrond bedekt de lagere delen van een donk met bewoningssporen uit verschillende perioden. Daarbij komt dat er op die flank een veenlaag ligt die mogelijkheden biedt voor palynologisch onderzoek waarmee de periode van de Romeinse Tijd en Vroege Middeleeuwen kan worden bestudeerd. Deze lagen zijn bedekt door zand dat afkomstig is van de top van de donk waarop de Tempel van Empel heeft gestaan. In dit pakket kunnen zich allerlei vondsten bevinden waarvan vooral de metalen fragmenten en architectuurresten van belang zijn. Omdat dit waarschijnlijk de laatste locatie is waar vondsten van dit tempelcomplex - een heiligdom dat is ontstaan in de Late IJzertijd en in de Romeinse Tijd - kunnen worden verzameld, is de locatie een vindplaats van (nationaal) belang.