direct naar inhoud van 3.4 Flora en fauna
Plan: Schietbaan en hondendressuurcentrum Wasweg
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002080-1201

Flora en fauna

Gemeente 's-Hertogenbosch heeft in het kader van de Flora- en Faunawet door middel van veldonderzoek de aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht en deze in het licht van de planontwikkeling geplaatst. Het plangebied bestaat uit:

  • Het weiland is droog, matig voedselrijk grasland met algemene soorten als witbol, engels raaigras, brede weegbree, paardebloem et cetera. Het perceel wordt agrarisch beheerd en wordt begraasd door koeien. Het grasland heeft vegetatief potenties aangezien het niet of minimaal wordt bemest. Naar verwachting komen in het weiland echter geen beschermde soorten in de zin van de Flora- en faunawet voor.
  • De greppels en afwateringsloten in het gebied staan droog en zijn deels verruigd met algemene soorten. Langs de rijksweg A2 zijn met de aanleg van geluidwerende schermen nieuwe afwateringsloten aangelegd. Deze sloten hebben een zandbodem en laten enkel nog pionierssoorten zien van rurale grond. De taluds langs de geluidsschermen zijn ingezaaid met een grasmengsel. De greppels aan de westzijde van het perceel, parallel aan de Wasweg, zijn begroeid met soorten als smeerwortel, reukloze kamille, vossestaart, brandnetel en bereklauw. Ook in deze droge sloten worden geen beschermde soorten verwacht.
  • De bomenrij langs de westzijde van het perceel en de Wasweg betreft een oude aanplant van wilgen. Een deel van deze wilgen is jong van leeftijd en worden geknot. De bomenrij betreft een lijnvormige beplanting en het is aannemelijk dat vleermuizen deze lijnbeplanting gebruiken als fourageergebied en als navigatiebaken. De lijnbeplanting verbindt de uiterwaarden van de Maas met de achtergelegen groengebieden. Omdat de bomen op leeftijd zijn en holtes bevatten, zijn ze naast foerageer- en vliegroute ook interessant als verblijfplaats. Mochten deze bomen (deels) moeten wijken voor werkzaamheden dan is een vleermuisonderzoek noodzakelijk en op basis daarvan mogelijk een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet. Worden deze bomen ontzien dan is geen ontheffing nodig maar moet men met het oog op de zorgplicht wel rekening houden met de aanwezigheid van vleermuizen.
  • Aangrenzend aan het plangebied ligt een eikenbosje dat bestaat uit aanplant van zomereik met ondergroei van diverse struikvormers en heesters. Het bosje bevat relatief jonge bomen maar kan een verblijf- en broedplaats zijn voor vogels en vleermuizen. Voor deze bomen geldt hetzelfde als voor de bomenrij langs de Wasweg.
  • Het plangebied is leefgebied van de steenuil. Deze soort is strikt beschermd en heeft een groot leefgebied met als home range de uiterwaarden van de Maas en de groene vingers van de Maaspoort. Broedplaatsen zijn nestkasten en de knotwilgen binnen het gebied. Omdat deze soort strikt beschermd is, worden ten aanzien van de instandhouding geen problemen verwacht, mits de knotwilgen aan beide zijden van de Wasweg behouden blijven en onderstaande restricties worden opgevolgd.

Met de ontwikkeling van de schietbaan en het hondendressuurcentrum worden geen beschermende planten- en diersoorten in ongunstige staat van instandhouding gebracht. Als het eikenbosje en de bomenrij langs de Wasweg niet worden aangetast, is geen ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet nodig. Wel is zorgvuldig handelen in de zin van de Flora- en faunawet op zijn plaats, zeker als men nabij of in het leefgebied van vleermuizen en mogelijk steenuilen werkzaamheden gaat uitvoeren. Met name 's avonds en 's nachts mogen geen werkzaamheden plaatsvinden op het perceel die verstorend kunnen zijn voor deze soorten. Als broedende vogels worden aangetroffen mogen werkzaamheden niet verstorend zijn en moet men dus afstand houden. Hiertoe is het nodig om vlak voor de werkzaamheden een kort bezoek te brengen aan het plangebied om bovenstaande bevindingen te actualiseren.

Bovendien mag tijdens de werkzaamheden geen uitstralende bouwverlichting worden aangebracht. Na de werkzaamheden moet de verlichting van het hondendressuurcentrum en het parkeerterrein 's avonds zoveel mogelijk worden beperkt, in elk geval tot de trainingstijden. Bij de aanleg van de verlichting moet worden beoordeeld in hoeverre deze van invloed is de aanwezige vleermuizen en steenuilen.