direct naar inhoud van 6.2 Regels
Plan: Schietbaan en hondendressuurcentrum Wasweg
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002080-1201

Regels

In deze paragraaf wordt ingegaan op de opzet van de regels bij het bestemmingsplan. De afzonderlijke bestemmingen worden hier besproken, waarbij wordt aangegeven hoe bestaand gemeentelijk beleid in het plan is verwerkt en op welke wijze nieuwe ontwikkelingen in het plan zijn opgenomen.

Hoofdstuk 1: Algemene en technische regels (artikelen 1 en 2)

In artikel 1 is aangegeven wat in de overige regels wordt verstaan onder bepaalde begrippen en in artikel 2 hoe bij toepassing van de regels moet worden gemeten. Omdat de hoogte van de Wasweg en het plangebied sterk varieert, is de hoogte van gebouwen bepaald ten opzichte van 0 meter NAP. Ook werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, zoals grondwerkzaamheden, worden gemeten ten opzichte van 0 meter NAP. Bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals hekwerken, worden wel gemeten ten opzichte van de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels (artikelen 3 tot en met 6)

Per bestemming zijn de daarop van toepassing zijnde regels weergegeven. In de bestemmingsomschrijving in lid 1 wordt, gerelateerd aan de plankaart, aangegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden bestemd zijn. In lid 2, de bouwregels, wordt bepaald in hoeverre de grond mag worden bebouwd. Daarbij worden regels gesteld ten aanzien van de situering, gekoppeld aan bouwvlakken op de plankaart, en de maatvoering van de bebouwing, gekoppeld aan aanduidingen op de plankaart. In lid 3 worden de onderwerpen genoemd waaraan burgemeester en wethouders toetsen als ze op grond van artikel 3.6 lid 1 onder d Wro nadere eisen willen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing: een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de milieusituatie, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Artikel 3 Groen

De grote beeldbepalende groenelementen in het plangebied zijn in de eerste plaats voor groen en groenvoorziening bestemd en in de tweede plaats voor fiets- en voetpaden en water. Watergangen zijn in de groenbestemming opgenomen omwille van flexibiliteit, in geval een watergang overbodig is en voor groenvoorziening moet worden aangewend maar ook in geval een watergang moet worden verbreed, bijvoorbeeld ten behoeve van de beveiliging van het sport- en recreatieterrein. Sport en spelen is binnen deze bestemming alleen mogelijk ondergeschikt aan de groenfunctie. Ter bescherming van de beeldbepalende groenelementen zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan en wel uitsluitend ten dienste van de bestemming.

Artikel 4 Sport

Het hondendressuurterrein en het bijbehorend clubgebouw, de schietbunker en het bijbehorende clubgebouw alsook de restlocatie tussen de schietbunker en de boerderij Wasweg 1 zijn als Sport bestemd. Omdat voorstelbaar is dat de velden van het hondendressuurcentrum in de toekomst mogelijk ook voor andere recreatieve doeleinden worden gebruikt, evenals de restlocatie, is de bestemming breder getrokken en zijn verschillende sport- en recreatiefuncties mogelijk, mits de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast. Gebouwen, i.c. de clubaccommodaties, zijn alleen binnen het bouwvlak toegestaan. Omdat in stedenbouwkundig opzicht een kap gewenst is, is in het bouwvlak zowel een goothoogte als een bouwhoogte aangeduid. Buiten het bouwvlak zijn kleine gebouwtjes zoals een materialenhok toegestaan tot een gezamenlijke oppervlakte van 50 m² in het hele bestemmingsvlak. Anders dan in de andere bestemmingsvlakken is het gebouwtje op de restlocatie niet gebonden aan een bouwvlak maar is de oppervlakte ervan beperkt tot 200 m². Dit, ten behoeve van flexilibiteit. Nu de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden bij een toewijzing van een sport- of recreatiefunctie niet onevenredig mogen worden aangetast, is hondensport er vanwege de nabijheid van de boerderij Wasweg 1 niet toegestaan.

Anders dan het hondendressuurterrein is de schietbaan alleen als zodanig bruikbaar. Daarom is de bunker waarin de schietbaan zich bevindt nader aangeduid en uitsluitend als zodanig te gebruiken. De toegestane bouwhoogte van de schietbunker is zodanig laag dat ze moet worden ingegraven als gevolg waarvan de geluidemissie wordt beperkt.

Artikel 5 Verkeer

Het parkeerterrein en de toegangsweg zijn als Verkeer bestemd. Binnen deze bestemming zijn ook terrassen toegestaan ten behoeve van het hondendressuurcentrum en de schietbaan. Er mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Artikel 6 Water

Het water en de bijbehorende oevers zijn als Water bestemd. Ook binnen bestemming zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan en wel tot een hoogte van 3 meter.

Hoofdstuk 3: Algemene regels (artikelen 7 tot en met 10)

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8 Algemene aanduidingsregels

Omdat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft, is er een aanlegvergunningstelsel op van toepassing. Dit stelsel is geregeld onder de algemene aanduidingsregels, nu de aanduiding van het archeologisch waardevol gebied op het hele gebied van toepassing is. Omdat uit het verkennend archeologisch onderzoek blijkt dat ook aan de oppervlakte interessante vondsten worden verwacht, moet ook voor eenvoudige, oppervlakkige grondwerken een aanlegvergunning worden aangevraagd. Dit stelt burgemeester en werthouders in staat om voorafgaand aan zulke werken onderzoek te doen. Wordt er dieper gegraven, dan is bovendien een nader rapport noodzakelijk op basis waarvan burgemeester en wethouders een aanlegvergunning kunnen verlenen en zo nodig nadere maatregelen kunnen treffen.

Artikel 9 Algemene ontheffingsregels

De algemene ontheffingsregels voorzien in de bevoegdheid van burgemeester en wethouders om ontheffing te verlenen van het in de regels bepaalde ten behoeve van (zeer) ondergeschikte veranderingen zoals geringe maatafwijkingen, het beloop van (de aansluiting van) wegen, het oprichten van kunstwerken en zend-, ontvang- en/of siermasten en plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers en lichtkappen.

Artikel 10 Algemene procedureregels

Als toepassing wordt gegeven aan een ontheffing als bedoeld in artikel 9 dan moet de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht worden gevolgd.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels (artikelen 11 en 12)

Hierin zijn de overgangs- en slotregels opgenomen.