direct naar inhoud van 2.2 Provinciaal beleid
Plan: Meerendonk, deel 2
Status: concept
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002130-1301

2.2 Provinciaal beleid

2.2.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening

Op 1 oktober 2010 stelde provinciale staten van Noord-Brabant de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening vast. De structuurvisie trad op 1 januari 2011 in werking. De structuurvisie behelst de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. Ze is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening haar biedt. De structuurvisie ondersteunt daarnaast het provinciaal sectoraal beleid (milieu, verkeer en vervoer, water) en de samenhang daartussen.

De ruimtelijke belangen en keuzes van de provincie zijn geordend in vier ruimtelijke structuren die samen de provinciale ruimtelijke structuur vormen:

  • de groenblauwe structuur. In deze structuur kunnen functies worden ontwikkeld gecombineerd met de ontwikkeling van een robuust raamwerk met landschappelijke kwaliteit, bestaande uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Deze structuur is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering;
  • de agrarische structuur. Ten eerste gaat het in deze structuur om behoud van agrarische productieruimte in die delen van het buitengebied waar landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen. Ten tweede gaat het om gebieden met een breed georiënteerde, gemengde plattelandseconomie.
  • de stedelijke structuur: In deze structuur gaat het in de eerste plaats om stedelijk concentratiegebied waarin de groei van de verstedelijking wordt opgevangen, zodat de groene ruimte tussen steden open blijft. In de tweede plaats gaat het om 'overig stedelijk gebied' waar verdere verstedelijking moet worden vermeden en waar alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt opgevangen.
  • de infrastructuur. De provincie kiest voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische kennisclusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de goederenruit (spoor en waterwegen) geleid om zo ruimte te maken voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (spoor, lucht en weg) van de Brabantse steden.


Op de structurenkaart bij de Structuurvisie is het projectgebied aangewezen als 'stedelijk concentratiegebied'. Het stedelijk concentratiegebied heeft een bovenlokale opvangtaak voor verstedelijking. De vijf grote steden van BrabantStad, waaronder 's-Hertogenbosch, ontwikkelen zich er tot (hoog)stedelijke centra voor wonen, werken en voorzieningen. Dit komt in het bijzonder tot uitdrukking in de intensivering van verstedelijking in de zones langs infrastructuurassen en in de stationsgebieden.

2.2.2 Verordening Ruimte

De Verordening Ruimte is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. In de verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Op 1 juni 2010 trad de eerste fase van de Verordening Ruimte in werking. Tegelijkertijd stelden gedeputeerde staten de tweede fase van de Verordening Ruimte vast die fase 1 aanvult en wijzigt en waarin onderwerpen uit de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening nader worden geregeld.