direct naar inhoud van 5.4 Externe veiligheid
Plan: Verplaatsing LPG-opslagtank Jan Heijmanslaan
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002159-1201

5.4 Externe veiligheid

De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving voor het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals opslag en transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden.

De planwijziging betreft een nieuwe locatie voor een ondergrondse LPG-tank ten behoeve van het nabij gelegen tankstation aan de Jan Heijmanslaan 92. Dit LPG-tankstation, valt vanwege de opslag en het afleveren van LPG, onder de regelgeving van het “Besluit Externe Veiligheid inrichtingen” (BEVI).

Het BEVI verplicht het bevoegd gezag Wet milieubeheer (Wm) en Wet ruimtelijke ordening (Wro) afstand te houden tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicovolle bedrijven. Met het voldoen aan deze verplichte afstand wordt voldaan aan de normen voor het Plaatsgebonden Risico. Tevens beperkt het BEVI het totale aantal aanwezige personen in de directe omgeving (invloedsgebied) van een risicovolle activiteit, in dit geval de opslag en aflevering van LPG van een tankstation. Deze risico's zijn via het BEVI vertaald in een oriënterende waarde voor het groepsrisico.

Het bevoegd gezag moet de normen uit het BEVI naleven bij het opstellen en wijzigen van bestemmingsplannen en bij het verlenen van milieuvergunningen. In de “Regeling Externe Veiligheid inrichtingen” (REVI) is een aantal zaken geregeld met betrekking tot de uitvoering van het BEVI. Reden voor verplaatsing van de ondergrondse LPG-tank is om te kunnen voldoen aan de oriënterende waarde die geldt voor het groepsrisico. Op dit moment wordt deze oriënterende waarde overschreden. Onderhavige planwijziging moet deze tankverplaatsing mogelijk maken.

Plaatsgebonden risico (PR)

In de eerste plaats is er in het BEVI een norm opgenomen voor het plaatsgebonden risico (PR). De norm voor het PR is een kans van 1 op 1.000.000 per jaar (10-6). Deze norm is een grenswaarde en moet daarom in acht worden genomen. Het PR wordt vertaald naar aan te houden afstanden van het risicovolle activiteiten binnen een LPG-station tot kwetsbare objecten (zoals woningen). De doorzet aan LPG is via een beschikking Wet milieubeheer beperkt tot maximaal 1000 m3 LPG/jaar, maar wordt in de nabije toekomst (via vergunning) gelimiteerd tot maximaal 500 m3/jaar. In relatie tot de doorzet zijn in de REVI vaste veiligheidsafstanden opgenomen. Met het voldoen aan deze vaste veiligheidsafstanden wordt voldaan aan de norm voor het PR van 10-6. Bij het nemen van besluiten op grond van de Wet ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld bij het vaststellen van bestemmingsplannen, dienen de afstanden in acht te worden genomen die gelden voor een nieuwe situatie, ook al wordt een feitelijk reeds bestaande situatie opnieuw vastgelegd in een bestemmingsplan (conserverend bestemmingsplan). De in acht te nemen afstanden vanaf het LPG-vulpunt tot kwetsbare objecten bedraagt 45 m voor LPG-stations met een gelimiteerde doorzet tot 1000 m3 LPG/jaar. Voor de ondergrondse LPG-tank is deze afstand 25 meter en voor de LPG-afleverzuil 15 meter. Aan al deze afstanden wordt voldaan in de bestaande en conform Wet milieubeheer vergunde situatie. Ook met onderhavige planwijziging (de nieuw te vergunnen situatie van het tankstation), bevindt zich binnen een afstand van 25 meter vanaf de nieuwe locatie van de ondergrondse tank geen gevoelige bestemming. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke norm voor het PR uit het BEVI. Binnen deze risicocontouren mogen tevens geen kwetsbare objecten (volgens de definitie van het BEVI) worden gerealiseerd.

Groepsrisico (GR)

Buiten de veiligheidsafstanden (contouren PR) kunnen groepen personen slachtoffer worden van een calamiteit met LPG. Het risico dat groepen mensen slachtoffer kunnen worden van een ongeval met LPG wordt vertaald in het groepsrisico (GR). Het GR is gekoppeld aan een personendichtheid binnen het invloedsgebied van een ongeval met gevaarlijke stoffen (zoals LPG). Het resultaat van een groepsrisicoberekening is een grafiek (Fn-curve). Op de y-as wordt de cumulatieve frequentie f (per jaar) uitgezet en op de x-as het aantal te verwachten slachtoffers N. In het BEVI is geen harde norm (grenswaarde) voor het GR vastgelegd. De toetsingswaarde voor het groepsrisico heeft het karakter van een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag dient de waarde voor het GR te verantwoorden en mag er gemotiveerd van afwijken.

Voor het LPG-tankstation aan de Jan Heijmanslaan is het GR berekend in een “Kwantitatieve Risicoanalyse voor BP LPG station te Rosmalen” (d.d. juli 2010) (zie bijlage 1). Het resultaat van de groepsrisicoberekening (Fn-curve) van onderhavig LPG-tankstation staat hierna afgebeeld in figuur 7:

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002159-1201_0007.png"

Figuur 7: Resultaten groepsrisicoberekening (Fn-curve) van bestaande LPG-tankstation Jan Heijmanslaan

Uit bovenstaande fN-curve blijkt in de bestaande situatie (blauwe lijn) een overschrijding van de oriënterende waarde (rode lijn) van het Groepsrisico

Om de risicosituatie te verbeteren en derhalve onder de oriënterende waarde voor het GR te blijven zal de ondergrondse LPG tank worden verplaatst naar een gebied met minder kwetsbare objecten/woningen/personen in de nabijheid. Tevens zal de doorzet aan LPG via een beschikking Wet milieubeheer worden beperkt van maximaal 1000 m3 LPG/jaar tot maximaal 500 m3/jaar. Hiermee neemt het aantal bezoeken van een LPG-tankwagen met de helft af. De resultaten van deze maatregelen op het GR zijn berekend en in onderstaande fN-curve weergegeven:

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002159-1201_0008.png"

Figuur 8: Resultaten groepsrisicoberekening (Fn-curve) van LPG-tankstation Jan Heijmanslaan na maatregelen

Uit figuur 8 blijkt dat met de beoogde maatregelen het GR zal doen afnemen tot een waarde lager dan 1. Hiermee wordt voldaan aan de aanbevolen oriënterende waarde voor het GR.

De fN-curve is één van de beoordelingscriteria om het GR te verantwoorden. De totale verantwoordingsplicht omvat méér criteria. De verplichte aspecten vanuit het BEVI zijn:

  • A. ligging GR ten opzichte van de oriëntatiewaarde
  • B. toename van het GR ten opzichte van nulsituatie
  • C. de mogelijkheden van zelfredzaamheid van de bevolking
  • D. de mogelijkheden van de hulpverlening

Onderdeel A is in het voorgaande beschreven en gemotiveerd. De berekeningsresultaten en de risicoanalyse zijn bij het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Onderdeel B is in deze procedure geen aspect, aangezien er sprake is van een afname van het groepsrisico tot onder de oriënterende waarde.

Voor de onderdelen C en D is de Regionale brandweer om advies gevraagd.

PM

In het kader van een calamiteit is ook gekeken naar de aanwezigheid van een bovengrondse hoogspanningslijn in de nabijheid van de nieuwe locatie van de ondergrondse LPG-tank. Dit in verband met de bereikbaarheid van de brandweer. De afstand van de ondergrondse opslagtank tot de hoogspanninglijnen bedraagt circa 80 meter. Aangezien het NIBRA (Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding) een minimale afstand van 36 m tot het hart van de hoogspanningsverbinding adviseert voor het opstellen van voertuigen en/of hoogwerkers, zal dit geen problemen opleveren.

Verder liggen er in of nabij het plangebied geen andere risicovolle bedrijven, ondergrondse gasdrukleidingen of overige zaken die invloed hebben op het gebied van externe veiligheid.

Geconcludeerd kan worden dat met beoogde planwijziging het groepsrisico wordt verkleind en wordt voldaan aan de daarvoor geldende normen en waarden uit wet- en regelgeving.