direct naar inhoud van 3.3 Projectbeschrijving
Plan: Uitbreiding hockeyvelden HC Den Bosch
Status: vastgesteld
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002104-1401

3.3 Projectbeschrijving

3.3.1 Uitbreiding voor de breedte- en topsport

Binnen bovengenoemde uitgangspunten en gelet op de ruimtelijke beperkingen kan het bestaande hockeycomplex, alleen bij een volledige herschikking samen met een uitbreiding aan de noordzijde achter het dierenasiel, maximaal met twee hele velden en een half veld of twee miniveldjes worden uitgebreid tot in totaal 7,5 velden. De ruimtelijke beperkingen worden in het noorden gevormd door het dierenasiel en het volkstuinencomplex, in het oosten door de recent verbrede A2 met geluidscherm, onderhoudspad en watergang, enkele volkstuinen en een bijen- en hondenvereniging, in het zuiden door de accommodatie van de hockeyvereniging zelf en in het westen door de in een groene setting gelegen Oosterplasweg.

In het projectgebied dat betrekking heeft op de hockeyvelden moeten de bestaande velden plaatsmaken voor nieuwe noord-zuid gerichte velden, gesitueerd aan weerszijden van een centrale 5 meter brede noord-zuidas. Het totale complex heeft voor wat betreft de velden een afmeting in oost-westrichting van 135 meter en in noord-zuidrichting 413 meter. (De afmeting van een veld inclusief uitloopstroken is 59 x 99,40 meter.) Het totaal aantal velden is als volgt verdeeld: drie velden aan de westzijde (nummer 1,2 en 3) en vier velden en twee kleine velden aan de oostzijde van de centrale as (nummer 4, 5, 6, 7 en ab); zie afbeelding 3.1.

Tophockey wordt uitsluitend gespeeld op zogenaamde 'volkunststof watervelden'. Op dit moment beschikt de hockeyclub over één waterveld. Gezien het aantal topteams en de trainingsuren die voor deze teams nodig zijn, is tegelijk met de uitbreiding van het aantal velden uitbreiding van het aantal watervelden dringend gewenst. Voor het trainen van specifieke vaardigheden en om slijtage van het hoofdveld te beperken is het verstandig om een van de miniveldjes ook als waterveld uit te voeren. De velden 1, 4 en ab zijn dan ook watervelden, de overige velden zijn met zand ingestrooide velden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002104-1401_0004.jpg"

Afbeelding 3.1: inrichting en nummering hockeyvelden

3.3.2 Groene inpassing hockeycomplex

Door de omvang van het complex (de aaneengesloten open ruimte ten behoeve van de hockeyvelden) wordt de maat van de omringende ruimte en daarmee de mogelijkheid om een dichte beplantingsstrook aan te brengen sterk beperkt. Het beeld van een in het groen gelegen hockeycomplex komt daarmee onder druk te staan. Dit geldt vooral aan de noord- en oostzijde van het complex, nabij het volkstuinencomplex, de bijen- en hondenvereniging - de nog beschikbare ruimte is hier 5 tot 6 meter - en de A2. In het zuiden nabij de A2 wordt deze afstand zelfs 0 meter. Het hekwerk van het hockeycomplex staat hier op de werkgrens van de A2: de insteek van het talud van de parallel aan de A2 gelegen watergang. Aan de zuidzijde, bij de huidige accommodatie van de hockeyverenging, wijzigt de situatie niet. Aan de westzijde, de zijde van de Oosterplasweg, is een ruimte aanwezig van 12 tot 15 meter tot de heringerichte Oosterplasweg. Deze ruimte blijft ook aanwezig na een te zijner tijd te realiseren nieuwe tribune bij het hoofdveld (zie paragraaf 3.3.5) en is ruim voldoende voor een dichte beplantingsstrook. Deze dichte beplantingsstrook is hier gewenst om de ruimtelijke kwaliteit van de in het groen gelegen Oosterplasweg te borgen. Aan de noordzijde, tussen het dierenasiel en het hockeycomplex, is een ruimte aanwezig van 10 tot 12 meter. Dit is voldoende breed voor een hekwerk (zie paragraaf 3.3.4) en een dichte beplantingsstrook.

Ook de ruimtelijke kwaliteit van het hockeycomplex zelf komt onder druk te staan. Doordat het geluidscherm langs de A2 slechts tot halverwege het complex is aangebracht ontstaat er een vrij zicht vanaf het complex op de A2 en vice versa. Het doortrekken van het geluidscherm langs de A2 tot voorbij het hockeycomplex is niet haalbaar. In overleg met Rijkswaterstaat is een inrichtingsprincipe uitgewerkt waarin parallel aan de A2 een groenbuffer wordt aangelegd door over een lengte van 190 meter een watergang te vervangen door een duiker met daarbovenop een dichte beplantingsstrook bestaande uit bomen (aan de zijde van het hockeycomplex) en onderbegroeiing (richting de duiker). Deze groenbuffer met een minimale breedte van 8 meter creëert een visueel en akoestisch scherm tussen de automobilisten op de A2 en de sporters op het hockeycomplex. Er resteert ruimte voor een minstens 3 meter breed onderhoudspad dat voldoende draagkracht heeft en dat te allen tijde begaanbaar is voor een goed beheer en onderhoud van de A2. De afwatering van de A2 is in het uitgewerkte inrichtingsprincipe in afdoende mate veiliggesteld.

Gemeente 's-Hertogenbosch bereidt een Bomenbeleidsplan voor waarin ze vastlegt hoe ze met bomen omgaat. Het sparrenbos ten noorden van het bestaande hockeycomplex kan op grond van het concept-Bomenbeleidsplan worden geclassificeerd als 'sfeerbomen'. Dit zijn alle bomen die niet behoren tot monumentale bomen of structuren. Gemeentelijke sfeerbomen zijn kapvergunningplichtig vanaf een omtrek van meer dan 1 meter. Ten aanzien van de bomen in het sparrenbos is de waarde en functie ervan afgewogen tegen het belang van herschikking en uitbreiding van het hockeycomplex. Omdat de laatste noodzakelijk is, moet voor de uitbreiding van het hockeycomplex 1,2 hectare bosplantsoen wijken. 27 Bomen worden herplant en ter compensatie van te kappen bomen wordt het hockeycomplex met nieuwe bomenaanplant zo groen mogelijk ingericht (zie paragraaf 3.3.3). Deze inrichting bestaat uit een bomenrij op het complex en een dichte beplantingsstrook rondom het complex met name aan de zijde van de A2. Bovendien is aan de hand van een quick scan naar de flora en fauna in het gebied (zie paragraaf 4.7) bepaald dat geen beschermde planten- en diersoorten in het geding zijn.

3.3.3 Groen invulling hockeycomplex

Om de aaneengesloten open ruimte op het complex enigszins te breken worden een bomenrij voorgesteld op de centrale as halverwege het complex. De meest zuidelijk gelegen velden zijn maximaal naar het oosten gesitueerd, richting de A2 om ruimte te creëren voor een te zijner tijd te realiseren tribune bij het hoofdveld (zie paragraaf 3.3.5). Door deze verschuiving ontstaat er in de centrale as plaatselijk een verbreding. Hier is ruimte voor het planten van bomen en het plaatsen voor speelvoorzieningen.

3.3.4 Hekwerk hockeycomplex

Om als goede buren naast elkaar te kunnen leven (d.i. naast het dierenasiel, het volkstuinencomplex en de bijen- en hondenvereniging) en ten gunste van de ruimtelijke kwaliteit op het hockeycomplex zelf wordt rondom het complex een open hekwerk met een dubbele staafmat geplaatst met een minimale hoogte van 3 meter. De constructie is zodanig vormgegeven dat deze maximaal begroeid kan worden en dat wederkerige overlast van en naar het dierenasiel, de volkstuinen en de bijen- en hondenvereniging en het hockey zoveel mogelijk wordt beperkt. Aan de westzijde, tussen de velden 1 en 2, wordt vanaf de Oosterplasweg een nieuwe toegang gemaakt naar het hockeycomplex. Deze toegang dient voor onderhoudswerkzaamheden en calamiteiten op het complex.

3.3.5 Tribune

De positie van het tophockey bij Hockeyclub Den Bosch rechtvaardigt een goede overdekte toeschouweraccommodatie. De huidige accommodatie bestaat uit een betonnen staantribune aan de lange zijde en aan de kopse kant van het veld, met samen een capaciteit van 2.000 (staan)plaatsen. Bij bijzondere wedstrijden of toernooien wordt nu de capaciteit vergroot door het plaatsen van tijdelijke tribunes. Een nieuwe overdekte zittribune met ongeveer 2.000 zitplaatsen zou het complex als topsportaccommodatie aantrekkelijker maken.

Omdat ook de bouw van de geplande tribune niet past binnen de bouwregels van het geldende bestemmingsplan (zie paragraaf 1.3) is ook daarvoor een nieuw juridisch-planologisch regime nodig. Het plan voor de bouw van een nieuwe tribune is echter niet meegenomen in onderhavig projectbesluit omdat de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan vooralsnog niet kan worden verzekerd. Zo gauw de financiering ervan rond is, wordt een juridisch-planologische procedure gestart voor de nieuwe tribune. Vooruitlopend daarop wordt bij de herschikking van de velden tussen veld 1 en 2 ruimte gereserveerd voor een tijdelijke tribune en voor nood- en hulpdiensten (zie afbeelding 3.1).

3.3.6 Uitbreiding parkeerterrein

Hoewel het opknappen van het parkeerterrein aan de Oosterplas in het Vitaliseringsplan Oosterplas expliciet is gekoppeld aan de uitbreiding van het hockeycomplex, is een deel van het terrein al in bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk positief bestemd, in het bijzonder ten behoeve van bezoekers van het strandbad. Het deel dat noodzakelijk is voor de uitbreiding van het hockeycomplex wordt in onderhavig projectbesluit mogelijk gemaakt.

3.3.7 Juridisch-planologische vertaling

Bij dit projectbesluit zijn ex artikel 3.10 lid 3 Wro voorschriften en beperkingen opgenomen die bebouwing en gebruik van het projectgebied regelen. Vergelijkbaar met een bestemmingsplan is aan de voorschriften en beperkingen een kaart verbonden.

De regeling voor het deel van het projectgebied waarin de uitbreiding van de hockeyvelden wordt gerealiseerd, komt overeen met die van het bestaande hockeycomplex in bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk. Omdat in de uitbreiding in het kader van onderhavig projectbesluit geen (hoofd)gebouwen zijn voorzien, zijn geen bouwvlakken aangeduid. Wel zijn gebouwen van ondergeschikte aard toegestaan, bijvoorbeeld een materialenhok of een dug-out. De bebouwingsoppervlakte van zulke gebouwtjes is gemaximeerd op 120 m² om de groene invulling van het complex te waarborgen. Bovendien wordt de dichte beplantingsstrook tussen het hockeycomplex en de Oosterplasweg expliciet bestemd als 'Groen'.

Vanwege beperking van de lichthinder is de maximale bouwhoogte van lichtmasten bepaald op 25 meter, in bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk is deze nog beperkt tot 15 meter. Als de masten hoger zijn, kan de lichtbundel meer gericht op de velden schijnen en treedt minder verstrooiing van het licht op ('sky glow', zie paragraaf 4.4). Eveneens in afwijking van bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk mogen terrein- en erfscheidingen tot 4 meter hoog zijn. Deze maximumhoogte is afgestemd op de hekwerken die het hockeycomplex visueel afschermen van het dierenasiel, de volkstuinen en de bijen- en hondenvereniging (zie paragraaf 3.3.4). De bouwregels voor andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals ballenvangers, zijn wel in overeenstemming met bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk bepaald.

De regeling van het projectgebied waarin de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen wordt gerealiseerd, komt ook overeen met die van het bestaande parkeerterrein bij de ontsluiting op de Maastrichtseweg in bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk.