direct naar inhoud van 3.3 Milieuhygiënische toets
Plan: Eerste Hoefsteeg 7
Status: ontwerp
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002110-1301

3.3 Milieuhygiënische toets

Het initiatief levert milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen op voor de omgeving. De revisievergunning ex artikel 8.4 Wet milieubeheer voor het bedrijf inclusief de uitbreiding is op 8 november 2009 ter inzage gelegd. De conclusie van de considerans van het besluit tot de revisievergunning is dat door het stellen van voorschriften de nadelige gevolgen voor het milieu door de inrichting in voldoende mate kunnen worden voorkomen dan wel kunnen worden beperkt.

Hieronder is een samenvatting van de milieuhygiënische overwegingen opgenomen voor de specifieke onderdelen verzuring en geur.

Verzuring

Wet ammoniak en veehouderij

Voor het beoordelen van het aspect ammoniak afkomstig van dierenverblijven van veehouderijen, is de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) het toetsingskader (lex specialis). Onderdeel van de Wet ammoniak en veehouderij is de Regeling ammoniak en veehouderij waarin de ammoniakuitstoot per diersoort en stalsysteem staat aangegeven.

De wet maakt onderscheid in de ligging binnen of buiten een zone van 250 meter van een zeer kwetsbaar gebied. Ingevolge artikel 4 en 6 van de Wav wordt vergunning geweigerd voor het oprichten of uitbreiden van een veehouderij indien deze is gelegen binnen een zeer kwetsbaar gebied of binnen een zone van 250 meter daar omheen. Op grond van artikel 2, eerste lid van de Wav wijzen de Provinciale Staten de gebieden aan die als “zeer kwetsbaar gebied" worden aangemerkt. Een dergelijk aanwijzingsbesluit is op 3 december 2008 genomen. Het meest nabijgelegen zeer kwetsbare gebied is het gebied de Nulandsche Heide. Het gebied ligt op meer dan 1.800 meter van de inrichting. Het bedrijf is dus gelegen buiten een zone van 250 meter van dit “zeer kwetsbaar Wav gebied”. Buiten de zone wordt alleen rekening gehouden met een kwetsbaar gebied indien de aangevraagde inrichting valt onder de werking van Richtlijn nr. 96/61/EG van de Raad van de Europese Unie (IPPC-richtlijn). Uit bijlage I van deze richtlijn blijkt onder 6.6 dat de richtlijn van toepassing is op de aangevraagde inrichting. De toetsing aan de beleidslijn “IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij” heeft plaatsgevonden door middel van een berekening. Uit deze berekening blijkt dat aan voornoemde beleidslijn wordt voldaan.

Directe opname ammoniak uit de lucht door planten en bomen

Bij een intensieve veehouderij dient bovendien rekening te worden gehouden met de mogelijke gevolgen van de directe opname uit de lucht van ammoniak door planten en bomen. Voor de beoordeling van de gevolgen wordt volgens de jurisprudentie het rapport Stallucht en Planten uit juli 1981 van het Instituut Plantenziektenkundig Onderzoek (IPO) gehanteerd. In dit rapport is onderzoek gedaan naar de mogelijke schade aan planten en bomen als gevolg van de uitstoot van ammoniak uit stallen waarin dieren worden gehouden. Schade door de uitstoot van ammoniak kan zich in de praktijk voordoen bij intensieve kippen- en varkenshouderijen. Ter voorkoming van dergelijke schade blijkt dat een afstand van minimaal 50 meter tussen stallen en meer gevoelige planten en bomen, zoals coniferen, en een afstand van minimaal 25 meter tot minder gevoelige planten en bomen kan worden aangehouden. Toetsing aan dit rapport is blijkens de jurisprudentie nog steeds conform de meest recente, algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten. Binnen 50 meter van de inrichting liggen geen percelen waar gevoelige gewassen, zoals vermeld in het rapport, worden geteeld. Tevens zijn er binnen 25 meter van de inrichting geen minder gevoelige planten en bomen aanwezig. Het bedrijf voldoet aan de eisen die volgen uit het rapport, waardoor directe ammoniakschade niet te verwachten is.

Geur

Wet geurhinder en veehouderij

Voor het beoordelen van het aspect geur afkomstig van dierenverblijven van veehouderijen, is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) die op 1 januari 2007 in werking is getreden het toetsingskader. De Wgv maakt onderscheid in dieren waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld en dieren waarvoor geen emissiefactor is vastgesteld. Daarnaast maakt de wet onderscheid in de ligging van geurgevoelige objecten binnen of buiten de bebouwde kom. De gemeente 's-Hertogenbosch is gelegen in concentratiegebied Zuid.

In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) worden de geuremissiefactoren en de afstanden voor pelsdieren weergegeven.

Geurbeleid

De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om binnen bepaalde grenzen af te wijken van de standaard geurnormen zoals gesteld in artikel 6 lid 1 van deze wet. De gemeenteraad heeft op 21 mei 2008 een geurverordening vastgesteld op basis van de Wgv. Tevens is een gebiedsvisie vastgesteld ter onderbouwing van deze verordening. Het doel is om met het opleggen van geurnormen een goed woon- en leefklimaat binnen de gemeente te waarborgen. Tevens moeten er uitbreidingsmogelijkheden voor de veehouderijen gewaarborgd blijven.

Voor de gemeente is er een norm van 1 Oue/m3 (geur uitgedrukt in odourunits per kubieke meter lucht) opgenomen voor zogeheten geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom. Deze komt in plaats van de wettelijke norm van 3 Oue/m3. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom is een norm opgenomen van 10 Oue/m3 in plaats van de wettelijke norm van 14 Oue/m3. Voor de bebouwde kom van Gewande, Bokhoven en de Kruisstraat is een norm opgenomen van 5 Oue/m3.

Uit de V-stacks-vergunning berekening van de op 4-9-2009 ingediende aanvullende gegevens (Wm-aanvraag), volgt dat de voorgrondbelasting van de nieuwe veehouderij voldoet aan de gestelde geurnormen in het gemeentelijk geurbeleid.

Toetsing vaste afstanden

De aangevraagde uitbreiding van het bedrijf Eerste Hoefsteeg 7 te Rosmalen levert geen geurproblemen op voor de bouw van een tweede bedrijfswoning op de locatie Eerste Hoefsteeg 6 en de Eerste Hoefsteeg 9. Een dergelijke nieuwe bedrijfswoning wordt in dit geval niet op geureenheden getoetst, maar wel op vaste afstanden.

Deze vaste afstanden zijn:

  • emissiepunt vleesvarkensstal tot buitenzijde bedrijfswoning minimaal 50 meter;
  • afstand buitenzijde dierenverblijf tot buitenzijde geurgevoelig object minimaal 25 meter;
  • emissiepunt rundveestal tot buitenzijde bedrijfswoning minimaal 50 meter.

Aan deze vaste afstanden wordt voldaan.

Er zijn geen belemmeringen vanuit milieuhygiëne.

Toetsing odourunits

Op de oostelijke rand van het vierde kwadrant (moet nog ontwikkeld worden) van De Groote Wielen wordt de geurnorm uit het door de gemeenteraad vastgestelde geurbeleid voor toekomstige ontwikkelingen van 5 Oue/m³ door het bedrijf Eerste Hoefsteeg 7 te Rosmalen, niet overschreden.