direct naar inhoud van 2.11 Externe veiligheid
Plan: Meerendonk, deel 2
Status: concept
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002130-1401

2.11 Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn et cetera), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.

Groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm).

Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer.

Als (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan moet worden getoetst aan het Bevi en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn onder andere woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants. De Brede Bossche School is een kwetsbaar object. In het kader van het besluit om voor de bouw en het gebruik van de school af te wijken van het bestemmingsplan is onderzocht of in of in de nabijheid van het woongebied sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan:

De locatie van de voormalige munitiefabriek De Kruithoorn heeft geen veiligheidszonering meer: een paraplubestemmingsplan heeft deze zone opgeheven; de gemeente laat als eigenaar van de gronden en opstallen geen bedrijven toe die strijdig zijn met de ontwikkeling van woongebied Meerendonk. De margarinefabriek Campina op bedrijventerrein Zuid 1966 valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). De plaatsgebonden-risicocontour en het invloedsgebied voor het groepsrisico, zoals opgenomen in de uitvoeringsregeling, zijn beperkt van omvang, dat wil zeggen overschrijden de erfgrens van de inrichting niet. Ze vormen dan ook geen beperking voor de realisatie van de Brede Bossche School. Tenslotte zijn ook het doorgaand verkeer op de A2 noch de bevoorrading van bedrijvigheid in de omgeving van de Brede Bossche School aanleiding voor onderzoek naar het plaatsgebonden risico en/of groepsrisico. Samenvattend, vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van de Brede Bossche School.