direct naar inhoud van 3.2 Provinciaal beleid
Plan: Mariaburg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002135-1401

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Structuurvisie

Op 1 oktober 2010 is de structuurvisie vastgesteld. Deze is op 1 januari 2011 in werking getreden. De structuurvisie geeft een overzicht van de ruimtelijke belangen en doelen van de provincie Noord-Brabant en de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid.

De structuurvisie komt inhoudelijk grotendeels overeen met de visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant, zoals uiteengezet in het Streekplan Noord-Brabant 2002 'Brabant in balans' en de interimstructuurvisie. Actualiseringen van beleid zijn meegenomen. Het hoofdbelang, zorgvuldig ruimtegebruik, is thematisch uitgewerkt in provinciale belangen en doelen.

3.2.2 Verordening Ruimte Noord-Brabant 2011

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is vastgelegd hoe de bevoegdheden voor ruimtelijke ordening zijn verdeeld tussen de gemeenten, provincies en het rijk. Zo kan de provincie regels opstellen waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen: de planologische verordening. Door deze regels weten de gemeenten al in een vroeg stadium waar ze aan toe zijn. De onderwerpen die in de verordening staan komen uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij een van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen.

Voor het plangebied is het van belang dat de Verordening Ruimte voorwaarden stelt over het volgende:

  • Integratie stad-land, de verhouding tussen bestaand stedelijk gebied en het buitengebied;
  • Ecologische Hoofdstructuur (EHS);
  • Bouwen in en bij waterwingebieden.
3.2.2.1 Integratie stad-land

Het plangebied heeft de aanduiding integratie stad-land. De gebieden 'integratie stad-land' betreffen het buitengebied dat is gelegen in de nabijheid van steden. Op deze gebieden is er meer druk vanuit de stad, maar ook vanuit het agrarisch of recreatief gebruik. Dergelijke gebieden zijn dus om landschappelijke, recreatieve of cultuurhistorische redenen bepalend voor de ruimtelijke structuur van stad en land. In gebieden met deze aanduiding zijn in principe diverse functies toegestaan, zo lang de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied toeneemt. De gemeente moet hier een integrale afweging maken: waarom is gekozen voor deze functies en vooral, waarom is er sprake van een toename van ruimtelijke kwaliteit? Dit moet gemotiveerd worden in een plantoelichting van een bestemmingsplan. Onder voorwaarden van ontheffing door Gedeputeerde Staten is in de gebieden 'integratie stad-land' stedelijke ontwikkeling mogelijk in combinatie met landschappelijke kwaliteiten.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002135-1401_0018.jpg"

Lichtbruin: integratie stad-land (uit Verordening ruimte Noord-Brabant)

3.2.2.2 Ecologische Hoofdstructuur

De ecologische hoofdstructuur (EHS) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter)nationaal belang. Het doel van het EHS-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. De ecologische hoofdstructuur bestaat uit bestaande natuur- en bosgebieden en gerealiseerde nieuwe natuur (dit zijn gronden die met subsidie op grond van het Natuurbeheerplan zijn gerealiseerd als nieuwe natuur en waar de landbouwfunctie of een andere niet-natuurbestemming is verdwenen). Ook nog niet gerealiseerde nieuwe natuur (dit zijn meestal agrarische gronden, die in het Natuurbeheerplan zijn aangewezen als nieuwe natuur maar waar de landbouwfunctie of een andere niet-natuurbestemming nog aanwezig is) kan deel uitmaken van de EHS. Het beleid voor de EHS is gericht op een duurzame instandhouding en ontwikkeling van de kwaliteit van natuur en landschap binnen de EHS.

In het plangebied zijn de bestaande bosgebieden aangeduid als ecologische hoofdstuctuur.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002135-1401_0019.jpg"

Ecologische Hoofdstructuur (uit Verordening ruimte Noord Brabant)

3.2.2.3 Bouwen in en bij waterwingebieden

Het plangebied is gelegen naast een waterwingebied en ligt geheel in de 25-jaarszone zeer kwetsbaar. Ter bescherming van bodem en water wordt er niet gebouwd direct grenzend aan het waterwingebied, maar is een strook van minimaal 20 meter breed aangehouden. Deze strook is bestemd als "Natuur", evenals het overgrote deel van het plangebied. Binnen de bestemming "Natuur" mogen geen gebouwen worden gebouwd, zodat er geen gevaar voor bodem en water kan ontstaan.

Uit zorg voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater moet bij de nieuwbouw worden afgezien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen in daken, gevels, verhardingen en regenwatervoorzieningen (goten en leidingen). Gezien de ligging bij een waterwingebied is dit uitgangspunt van extra belang en hier zal ook op gehandhaafd worden. De geplande activiteiten zijn niet bedreigend voor de ondergrond en het grondwater. De kans op vervuiling van de afvoerende oppervlakken is gering en het afspoelende hemelwater zal dan ook voldoende schoon zijn om te infiltreren. Met dit plan ontstaat dan ook geen extra risico voor de waterwinning. Daarnaast is in de regels van het bestemmingsplan bepaald dat zal moeten worden voldaan aan de Provinciale Milieuverordening (PMV). In de PMV is een beschermingsregime voor het grondwater- beschermingsgebied, waar het het plangebied in ligt, opgenomen, zodat de bodem en het grondwater voldoende beschermd zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002135-1401_0020.jpg"

Verordening ruimte Noord-Brabant, kaart: Water

3.2.3 Natuurgebiedsplannen

In verschillende Natuurgebiedsplannen en in het Beheers- en landschapsgebiedsplan Noord-Brabant (2007) heeft op provinciaal niveau het natuurbeleid zijn doorwerking gekregen. Zo is de EHS op provinciaal niveau nader begrensd en uitgewerkt in de vorm van natuurdoeltypen. Naast natuur zijn op provinciaal niveau ook de thema's landschap en cultuurhistorie nader uitgewerkt. De EHS is vanuit het streekplan beschermd door de GHS-natuur welke is doorvertaald in de bestemmingen Bos of Natuur. De EHS is per juni 2010 gewaarborgd in de Verordening Ruimte.

3.2.4 Aardkundige Waardevolle Gebieden Kaart Noord Brabant (2005)

Op de aardkundige waardevolle gebieden kaart is te zien of er aardkundige waarden aanwezig zijn in het plangebied. Aardkundige waarden zijn die onderdelen van het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van een gebied. Denk bijvoorbeeld aan dekzandruggen, beken, kreken en stuifzanden. Bij aardkundige waarden gaat het om de eigen waarde die men aan een aardkundig verschijnsel mag toekennen. Het kan dan gaan om een object of een patroon, bestaande uit een combinatie van objecten. Het kan zelfs gaan over een aardkundig proces. Volgens de provinciale kaart zijn in de gemeente 's-Hertogenbosch aardkundige waarden aanwezig in het gebied Bossche Broek. In een recent onderzoek dat is uitgevoerd in Hooge Heide Midden (Stichting G&L 2010) zijn in het gebied belangrijke aardkundige waarden aanwezig. Dit onderzoek is meer gedetailleerd en biedt aankopingspunten om de groene functies in het gebied te ontwikkelen.

3.2.5 Cultuurhistorische Waardenkaart Noord Brabant

Deze provinciale kaart biedt inzicht in cultuurhistorische waarden en archeologische verwachtingswaarden binnen gemeenten. De kaart biedt inzicht in karakteristieke en kenmerkende relicten en de historische ruimtelijke ontwikkeling van het landschap, cultuurhistorische elementen, patronen en structuren die het huidige beeld van stad en land mede bepalen. De kaart heeft tot doel de beschikbare informatie op een publieksvriendelijke manier te presenteren. Het kloostergebouw is als bouwkunst aangeduid. Dit betekent dat het kloostergebouw in zijn verschijningsvorm gehandhaafd moet blijven.

3.2.6 Provinciale Milieuverordening (PMV)

Deze verordening wijst bijzondere en kwetsbare gebieden aan vanuit milieuoptiek op basis van de Wet Milieubeheer. De PMV richt zich onder andere op het aanduiden van bodembeschermingsgebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden. Hierbinnen gelden gebruiksbeperkingen welke door deze verordening geregeld worden.

Op de gemeentegrens van 's-Hertogenbosch met Maasdonk ligt het waterwingebied Nuland met bijbehorend grondwaterbeschermingsgebied. Een deel van de 25-jaarszone en 100-jaarszone van het grondwaterbeschermings- gebied ligt op het grondgebied van de gemeente 's-Hertogenbosch. In onze gemeente ligt geen stiltegebied.

3.2.7 Nota Rood voor Groen, Nieuwe landgoederen in Brabant (2004)

De notitie Rood voor Groen 'Nieuwe landgoederen in Brabant' (2004) heeft tot doel om het strakke buitengebiedbeleid met betrekking tot burgerwoningen te versoepelen. Aan de hand van deze notitie is het mogelijk een aantal landhuizen te realiseren in het buitengebied, op voorwaarde dat een aanzienlijke oppervlakte natuur wordt gerealiseerd.

Gezien het aantal voorwaarden waaraan een nieuw landgoed dient te voldoen, gaat de voorkeur er naar uit hiervoor aparte bestemmingsplannen op te stellen. Wanneer plannen voor een nieuw landgoed voldoende concreet zijn, kunnen deze worden meegenomen in het bestemmingsplan buitengebied. In principe staat de gemeente positief tegenover het ontwikkelen van nieuwe landgoederen, indien wordt voldaan aan de diverse voorwaarden.

De voorwaarden voor het realiseren van landgoederen zijn genoemd in de Verordening Ruimte. Deze voorwaarden zijn niet van toepassing op de te ontwikkelen projecten aan de Vliertwijksestraat en in/om het kloostergebouw aan de Graafsebaan 172.

Er is sprake van een zelfstandig project met een voor deze locatie specifieke verhouding tussen rode en groene ontwikkelingen (zie verder hoofdstuk 4 'Planbeschrijving').