direct naar inhoud van 5.2 Ruimtelijke vertaling van beleid
Plan: Mariaburg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002135-1401

5.2 Ruimtelijke vertaling van beleid

Het plangebied ligt ten zuidoosten van Rosmalen, op een oude zandrug. Hier komt integraal waterbeheer neer op het zoveel mogelijk (her)gebruiken van het schone hemelwater en als tweede optie het infiltreren van hemelwater.

5.2.1 Bergingsopgave

In totaal wordt bij onderhavig plan een oppervlak van 0,4 hectare verharding gerealiseerd. De naburige watergang is niet verbonden met andere afwateringssloten en hemelwater moet daarom op eigen terrein geborgen worden. Het is daarom noodzakelijk om naast een T = 10-bui ook een T = 100-bui te kunnen bergen Op basis van de het hydrologisch neutraal ontwikkelen-principe is hiervoor een bergingcapaciteit van bijna 150 kuub (148m3) nodig.

5.2.2 (Her)gebruiken, infiltreren, bergen, afvoeren

Bij de nieuwbouw dienen de schoon- en vuilwaterstromen te worden gescheiden, waardoor het schone water benut kan worden of veilig kan worden geborgen en afgevoerd. Het afstromende hemelwater kan infiltreren in het zandpakket via een infiltratievoorziening. Deze kan aan beide zijden van de twee blokken nieuwbouw aangelegd worden, als twee greppels over een lengte van 50 meter van west naar oost (zie figuur). Deze greppels zullen grotendeels droog staan en moeten in tijden van heftige regenval een volume van 150 m3kunnen bergen. Ze zullen 's winters bij langdurige regen of zomers tijdens heftige regenbuien (gedeeltelijk) vollopen. Wanneer de greppels 1,5 meter breed worden gemaakt, kan met een peilstijging van 0,5 meter aan de bergingsopgave worden voldaan.

De greppels kunnen niet worden verbonden met de doorgaans droogstaande sloot parallel aan de openbare weg, omdat deze greppel hoger in het landschap ligt. Het gebied dat bebouwd wordt ligt een aantal decimeters lager dan de omgeving. Het is in het belang van de projectontwikkelaar om aan de afwatering van de bebouwing voldoende aandacht te besteden, om (grond)wateroverlast te voorkomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002135-1401_0031.png"

5.2.3 Scheiden van waterstromen

De planvorming van de nieuwbouw nabij het Klooster is nog niet geheel rond, maar ook hier dienen de schoon- en vuilwaterstromen te worden gescheiden. Het schone water kan benut worden. Het afstromende hemelwater kan infiltreren in het zandpakket via een infiltratievoorziening. In de verdere planvorming wordt dit uitgewerkt.

De nabijgelegen persleiding zal aangepast moeten worden om de woningen aan te sluiten op de riolering.

5.2.3.1 Voorkomen van vervuiling

Uit zorg voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater moet bij de nieuwbouw worden afgezien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen in daken, gevels, verhardingen en regenwatervoorzieningen (goten en leidingen). Gezien de ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied is dit uitgangspunt van extra belang en hier zal ook op gehandhaafd worden. De daken en andere verharde oppervlakken welke gescheiden worden gerioleerd liggen in een landelijke, rustige omgeving. Ook zijn de geplande activiteiten niet bedreigend voor de ondergrond en het grondwater. De kans op vervuiling van de afvoerende oppervlakken is gering en het afspoelende hemelwater zal dan ook voldoende schoon zijn om te infiltreren. Met dit plan ontstaat dan ook geen extra risico voor de waterwinning.