direct naar inhoud van Artikel 3 Cultuur en Ontspanning
Plan: Autotron
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002145-1301

Artikel 3 Cultuur en Ontspanning

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Cultuur en Ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. recreatieve activiteiten;
  • b. educatieve activiteiten;
  • c. ontspanning en vermaak;
  • d. sport;
  • e. ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning' tevens een bedrijfswoning;
  • f. ter plaatse van de functieaanduiding 'kantoor' tevens een kantoor;
  • g. ter plaatse van de functieaanduiding 'oever' tevens natuurvriendelijke oevers;
  • h. aan de hoofdfunctie nevengeschikte voorzieningen zoals functie-ondersteunende horeca, opslag en inzamelplaats voor afval;
  • i. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals speelvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, verkeersvoorzieningen, abri's, telefooncellen, straatmeubilair, nutsvoorzieningen bijbehorende verhardingen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Parkeervoorzieningen dienen in voldoende mate op eigen terrein te worden gerealiseerd.

3.2.2 Gebouwen

Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. de afstand van een gebouw tot een bestemmingsgrens dient minimaal 10 meter te bedragen;
  • c. het bebouwingspercentage zoals aangeduid in de bestemming, mag niet worden overschreden met dien verstande dat;
    • 1. de gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen niet meer dan 25.000 m² mag bedragen;
    • 2. de bedrijfsvloeroppervlakte voor functie-ondersteunende horeca niet meer dan 2.500 m² mag bedragen;
    • 3. de oppervlakte aan gebouwde tennisvoorzieningen niet meer dan 450 m² mag bedragen;
    • 4. de oppervlakte aan bebouwing voor een werkplaats ten behoeve van onderhoud en reparatie van eigen materiaal mag niet meer dan 150 m² bedragen.
  • d. de bouwhoogte mag niet meer dan 12 meter bedragen;
  • e. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - onbebouwd' mogen geen aanbouwen aan gebouwen worden gebouwd.
3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 15 meter bedragen met uitzondering van het bepaalde in b en c;
  • b. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer dan 20 meter bedragen;
  • c. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen.
3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de sociale veiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
3.4 Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Afwijken met betrekking tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 3.2.3 voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van 20 meter met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de bouwwerken naar aard en functie passen binnen het leisurepark;
  • b. de landschappelijke belangen niet onevenredig worden aangetast;
  • c. de oppervlakte van de gronden, waarop deze ontheffing betrekking heeft, niet meer dan 500 m² bedraagt.
3.4.2 Afwijken met betrekking tot een windturbine

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 3.2.3 voor het bouwen van een windturbine met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte mag niet meer dan 20 meter bedragen;
  • b. de rotordiameter mag niet meer dan 5 meter bedragen;
  • c. de situering van de windturbine is zodanig dat de afstand tussen de bebouwing en de uiterste punten van de bewegende delen ten minste 2 meter bedraagt.
3.5 Specifieke gebruiksregels
  • a. Het is verboden de in een bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met de bestemming.
  • b. Parkeervoorzieningen dienen in voldoende mate op eigen terrein te worden gehandhaafd.
  • c. Als met het plan strijdig gebruik wordt in ieder geval bedoeld het gebruik van de gronden en de daarop voorkomende bouwwerken c.q. gebouwen of delen daarvan ten behoeve van:
    • 1. activiteiten die het belang van de drinkwatervoorziening nadelig kunnen beïnvloeden;
    • 2. parkeren van (motor)voertuigen buiten de verharde parkeervoorzieningen;
    • 3. prostitutie en een seksinrichting.
3.6 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan afwijken met een omgevingsvergunning van het bepaalde in lid 3.5, sub a indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.7.1 Vergunningplicht

Het is verboden om ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen, mengen en/of ophogen van gronden;
  • b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;
  • d. het gebruiken, storten en opslaan van meststoffen, bestrijdingsmiddelen, verontreinigde grond en/of schadelijke stoffen;
  • e. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • f. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die een verandering van de waterhuishouding of het grondwaterpeil tot gevolg hebben, zoals drainage en (onder)bemaling.
3.7.2 Uitzondering

Geen omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 3.7.1 is nodig voor:

  • a. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen;
  • b. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning.
3.7.3 Toelaatbaarheid

Het bevoegd gezag verleent de in lid 3.7.1 bedoelde vergunning indien:

  • a. het belang van de drinkwatervoorziening hierdoor niet nadelig wordt beïnvloed;
  • b. er een advies is verkregen van de grondwaterbeheerder/drinkwaterproductiebedrijf.
3.8 Wijzigingsbevoegdheid
  • a. Burgemeester en wethouders kunnen na realisering van 75% van de toegestane maximale oppervlakte aan bebouwing als bedoeld onder 3.2.2, sub c de maximale bedrijfsvloeroppervlakte voor horeca te wijzigen in maximaal 4.000 m² met in achtneming van de volgende bepaling:
    • 1. er mag geen aantasting plaats vinden van de ruimtelijke hoofdstructuur.
  • b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied' te wijzigen in de bestemming 'Verkeer' met inachtneming van de volgende bepalingen:
    • 1. de wijziging beoogt de aanleg van verharde parkeervoorzieningen;
    • 2. het belang van de drinkwatervoorziening hierdoor niet nadelig wordt beïnvloed;
    • 3. er een advies is verkregen van de grondwaterbeheerder/drinkwaterproductiebedrijf.