direct naar inhoud van 5.2 Archeologie en cultuurhistorie
Plan: Autotron
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002145-1301

5.2 Archeologie en cultuurhistorie

5.2.1 Archeologie
  • 1. Inleiding

Met de invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) per 1 september 2007 en de modernisering van de monumentenzorg (MoMo) behoren nieuwe bestemmingsplannen te omschrijven hoe omgegaan dient te worden met cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplangebied. Ten behoeve van het bestemmingsplan Autotron is door SO/BAM een cultuurhistorische paragraaf opgesteld waarin de cultuurhistorische achtergronden en kenmerken van dit plangebied worden toegelicht.

  • 2. Landschappelijke informatie

Het plangebied Autotron bestaat landschappelijk gezien uit een smalle dekzandrug te midden van een stuifzandvlakte in het noorden en een dekzandvlakte in het zuiden (afbeelding 5.1). Het dekzand is afgedekt door veen en klei maar de hoogste toppen van het dekzand steken nog boven het maaiveld uit. Vermoedelijk zijn tijdens de Vroege Middeleeuwen grote delen van het dekzand afgedekt geweest door veen waardoor het gebied onbewoonbaar was geworden. Door de lage ligging stond het gebied bij hoge waterstanden snel onderwater. Van dit gegeven werd dankbaar gebruik gemaakt bij de verdediging van de stad door het gebied als inundatiegebied in te richten.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002145-1301_0006.jpg"

Afbeelding 5.1. De landschapskaart van de gemeente 's-Hertogenbosch met in rood de globale grens van het bestemmingsplangebied. 1. Dekzandrug, 2. Dekzandvlakte.

  • 3. Bewoningsgeschiedenis

Op basis van de geologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied kunnen in theorie bewoningssporen vanaf het Laat Paleolithicum verwacht worden. De dekzandrug in het plangebied is ontstaan tegen het einde van de laatste ijstijd (Weichselien) en theoretisch kan men dus bewoningssporen uit deze periode aantreffen. Sporadisch worden archeologische resten uit deze periode in de gemeente aangetroffen maar uit het plangebied en de directe nabijheid zijn dergelijke vondsten niet bekend. Er is sowieso vrijwel geen informatie bekend over de bewoning in, en in de nabijheid van het plangebied. Dekzandruggen zijn door hun relatief hoge en droge ligging altijd aantrekkelijke locaties geweest om nederzettingen en/of akkers aan te leggen maar vooralsnog zijn hier in het plangebied geen goede aanwijzingen voor. Hoewel het ontbreken van (losse) vondsten niet direct ook betekent dat er geen bewoning heeft plaatsgevonden, is dit gebied vermoedelijk toch minder gunstig geweest voor bewoning dan bijvoorbeeld de dekzandruggen ten noorden van Rosmalen. Mogelijk heeft dit te maken met natuurlijke factoren zoals het ontbreken van reliëfverschillen in het dekzandlandschap, te hoge of te lage grondwaterstanden, lagere bodemvruchtbaarheid of combinaties hiervan. Wellicht dat toekomstige vondsten en archeologisch onderzoek hier meer duidelijkheid over kunnen geven. Op historische kaarten lijkt het gebied tot het begin van de 20ste eeuw relatief dun bevolkt en bebouwd. Tot het midden van de 19e eeuw is er sprake van woeste stuifzandgronden, heide en bossen. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw vonden er grote wijzigingen plaats in de kavels. Grote onverkavelde gebieden zijn opgedeeld in smalle kavels. Op de kaart van 1928 is in het plangebied bebouwing aanwezig dat wordt aangeduid met de naam Vinkeloord . In 1956 wordt de bestaande bebouwing gesloopt en in 1958 werd een boerderij naar ontwerp van Anton Pieck gebouwd, die ook de naam Vinkeloord krijgt. Vanaf 1987 verhuisd het Autotron van Drunen naar het plangebied.

  • 4. Archeologische waarden en verwachtingen

In 2008 is een archeologische verwachtingskaart opgesteld voor het deel van de gemeente buiten de middeleeuwse stadskern van 's-Hertogenbosch (afbeelding 5.2) . De archeologische verwachtingskaart bevat niet alleen de reeds bekende archeologische vindplaatsen maar geeft ook een overzicht van de gebieden waar archeologische vindplaatsen verwacht kunnen worden, de zogenaamde verwachtingsgebieden. Gebieden waar de kans op het aantreffen van archeologie hoog is, worden aangeduid als gebieden met een hoge archeologische verwachting. Verder wordt nog een onderscheid gemaakt in gebieden met een middelhoge en gebieden met een lage archeologische verwachting. Of er ook daadwerkelijk archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, zal archeologisch onderzoek moeten uitwijzen maar de verwachtingsgebieden geven al wel aan in welke mate men met mogelijke archeologische resten rekening moet houden. Voor deze kaart is gebruik gemaakt van meest gedetailleerde en beschikbare bodemkundige en geo(morfo)logische gegevens zodat de archeologische verwachtingszones zo gedetailleerd mogelijk zijn begrensd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002145-1301_0007.jpg"

Afbeelding 5.2. De archeologische verwachtingskaart van de gemeente 's-Hertogenbosch met in rood de globale grens van het bestemmingsplangebied. 1. Zone met een hoge verwachting, 2. Zone waar de middelhoge verwachting is bijgesteld tot een lage verwachting, 3. Zone met een lage verwachting. De groene stippellijn is de globale grens van het gebied waar archeologisch onderzoek is uitgevoerd (Gazenbeek & Van Diepen, 2011).

Op de dekzandruggen, -flanken en -welvingen kunnen in theorie vindplaatsen vanaf het Laat-Paleolithicum worden aangetroffen maar zoals al eerder is aangegeven is er uit (de nabijheid van) het plangebied weinig archeologische informatie beschikbaar.

  • 5. Algemeen archeologiebeleid gemeente 's-Hertogenbosch

De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het archeologiebeleid van de gemeente. Dit beleid is in juni 2010 vastgesteld. Ten behoeve van het beleid zijn voor archeologische waarden en archeologische verwachtingsgebieden binnen de gemeentegrenzen specifieke eisen of voorwaarden opgesteld en verwerkt tot een archeologische beleidskaart (afbeelding 5.3). De zones met een hoge en middelhoge archeologische verwachting zijn op de beleidskaart vertaald in zones waar verspreide nederzettingen en grafvelden uit de prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen aanwezig zijn (al dan niet afgedekt door een recent ophogingspakket). Voor de zones met een lage verwachting zijn op de beleidskaart geen nadere eisen opgenomen. Wel zal bij m.e.r. plichtige projecten en projecten die onder de Tracéwet vallen nader onderzoek worden verlangd.

  • 6. Archeologiebeleid bestemmingsplan Autotron

In de archeologische beleidsnota van de gemeente is aangegeven, dat bij het opstellen van elk bestemmingsplan zal worden bekeken in hoeverre de zones met een hoge en middelhoge verwachting nader kunnen worden uitgewerkt door het uitvoeren van aanvullend archeologisch onderzoek. In 2011 is op basis van bureauonderzoek bekeken of de verwachtingszones in plangebied Autotron nader konden worden gespecificeerd. Uit bestudering van hoogtegegevens van het maaiveld in combinatie met de bodemkaart en de geomorfologische kaart kwam naar voren dat de zone met een middelhoge verwachting waarschijnlijk grotendeels in een zone ligt waar vergravingen hebben plaatsgevonden. Op basis hiervan is besloten om de zone met een middelhoge verwachting bij te stellen naar een lage verwachting. De archeologische beleidskaart voor bestemmingsplangebied Autotron is aangepast op basis van de resultaten van het archeologische onderzoek (tabel 5.1). In 2011 is in een deel van het plangebied met een hoge archeologische verwachting een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek werd duidelijk dat het landschappelijke beeld goed aansluit bij het bestaande beeld. Op basis van het onderzoek is de archeologische verwachting voor vindplaatsen tot en met de Middeleeuwen laag. De verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit de Nieuwe tijd (landhuis Vinkeloord na 1870 en boerderij Vinkeloord na 1958) is echter hoog .

Uitgaande van de archeologische beleidskaart zijn voor het plangebied verschillende regimes ingesteld (zie afbeelding 5.3 en tabel 5.1).

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002145-1301_0008.jpg"

Afbeelding 5.3. De archeologische beleidskaart van de gemeente 's-Hertogenbosch met in roze de globale grens van het bestemmingsplangebied. Zie tabel 1 voor legenda. De zone met de blauwe lijn is de zone waar de archeologische verwachting is bijgesteld van middelhoog naar laag.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002145-1301_0009.jpg"

Tabel 5.1. Legenda van de archeologische beleidskaart van de gemeente 's-Hertogenbosch ten behoeve van bestemmingsplangebied Autotron

In zijn algemeenheid geldt dat, indien tijdens werkzaamheden geïsoleerde, zogenaamde 'losse' archeologische vondsten worden gedaan, men wettelijk verplicht is dergelijke vondsten te melden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Ook de gemeentelijk archeoloog wordt in dit geval op de hoogte gebracht.

5.2.2 Cultuurhistorie
  • 1. Bouwhistorische waarden

In het plangebied bevind zich een gemeentelijk gebouwd monument: Graafsebaan 133 (afbeelding 5.4, nr. 154). Het betreft een boerderij onder architectuur van Anton Pieck gelegen op het landgoed Vinkeloord. Het pand is in 1958 gebouwd in geromantiseerde neo-renaissance stijl, een stijl die voor de periode waarin het gebouwd is als ongebruikelijk kan worden aangemerkt. Het ensemble, geplaatst in een bosrijke omgeving, bestaat uit een L-vormig woonhuis met op het achterterrein drie schuren of bijgebouwen. De gebouwen zijn gelegen rondom een met een tuinmuur afgesloten hof. Het woonhuis bestaat uit een rechthoekig, twee bouwlagen omvattend, bouwdeel onder een zadeldak, met een uitspringend risaliet met topgevel aan de voorzijde. De ingang tot het landgoed wordt gemarkeerd door twee halfhoge pijlers, geplaatst op een zandstenen basement en voorzien van een natuurstenen afdekplaat, waarop een lantaarn is geplaatst. Tegen één van de gevels van een van de bijgebouwen, bevindt zich een fraai uurwerk met klokkenspel.

Het landhuis in bijzondere, geromantiseerde neorenaissance stijl heeft monumentale waarde vanwege de gevels, de karakteristieke bouwmassa, de situering en als ensemble. Het gebouw heeft historische waarde en cultuurhistorische betekenis als een voorbeeld van het werk van de architect Anton Pieck.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002145-1301_0010.jpg"

Afbeelding 5.4. De cultuurhistorische inventarisatiekaart van de gemeente 's-Hertogenbosch met in rood de globale grens van het bestemmingsplangebied. 1. Bebouwing 1960-2010, 2. Geheel nieuwe rationele verkaveling, 3. Water na 1960, 4. Opstaand groen 1832-1944, 5. Opstaand groen 1945-1959, 6. Weg, voor 1832 (Graafse Baan), 7. Water voor 1832, 8. Waardevolle objecten buiten bebouwd gebied binnen een landgoed (nr. 254 verwijst naar Graafsebaan 133, het gemeentelijk gebouwd monument)

  • 2. Overige cultuurhistorische elementen

Behalve de archeologische en bouwhistorische kenmerken van het bestemmingsplangebied moeten ook de overige cultuurhistorische aspecten zoals historisch geografische elementen in het bestemmingsplan worden betrokken. De gemeente 's-Hertogenbosch heeft hiertoe voor de hele gemeente een inventarisatie van zichtbare cultuurhistorische elementen/relicten laten uitvoeren . Op basis van de inventarisatie is een aantal belangrijke cultuurhistorische gebieden en structuren onderscheiden. Deze vormen samen de cultuurhistorische hoofdstructuur van de gemeente en zullen bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen moeten worden meegenomen en meegewogen. De gemeente is ook voornemens om de cultuurhistorische inventarisatie uit te werken in een cultuurhistorisch beleid. Vooruitlopend hierop is voor het bestemmingsplan Autotron bekeken welke cultuurhistorische elementen van belang zijn (zie afbeelding 4). Hieronder volgt een korte toelichting per onderdeel van de cultuurhistorische hoofdstructuur. In tabel 2 is bovendien aangegeven welke waardering voor de verschillende gebieden geldt en welke mate van planologische bescherming van toepassing is.

  • 3. Duinsche hoeve

Het plangebied Autotron valt binnen de cultuurhistorische hoofdstructuur in het gebied dat wordt aangeduid als 'de Ontginning Duinsche Hoeve e.o.' Het gebied ten zuiden van de zandrug van Rosmalen-Bruggen ligt lager en is vochtiger. Hier komt onder meer ten gevolge van de plaggenbemesting heide voor. Dit gebied is lange tijd grotendeels woeste grond gebleven. Plaatselijk komen echter kleinschalige ontginningen voor zoals rond de Duinsche Hoeve. De eerste vermelding van de boerderij dateert uit 1627 maar de ontginning is waarschijnlijk aanmerkelijk ouder. Enkele boerderijen langs de Oude Baan Oost, en ten zuiden van de Maliskamp gaan mogelijk eveneens terug op dergelijke ontginningshoeven. Ondanks de aanwezigheid van de A59 is in een deel van de percelering binnen het plangebied nog duidelijk de relatie met de percelering ten noorden van de A59 zichtbaar. Het landgoed Vinkeloord inclusief gebouwen vormt een waardevol ensemble dat specifiek is voor het plangebied zelf en geen duidelijke relatie heeft met de Ontginning Duinsche Hoeve.

Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het wenselijk om landgoed Vinkeloord als waardevol aan te duiden en geen ingrepen toe te staan die de onderlinge samenhang van dit cultuurhistorische element aantasten. De overige cultuurhistorische waarden krijgen geen specifieke planologische bescherming maar wel wordt aangeraden om bij toekomstige ingrepen de cultuurhistorische waarden in het plangebied mee te nemen.