direct naar inhoud van 3.2 Gemeentelijk beleid
Plan: Autotron
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002145-1401

3.2 Gemeentelijk beleid

3.2.1 Bomenbeleidsplan

Op 26 januari 2010 stelde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch het Bomenbeleidsplan vast. Met het Bomenbeleidsplan wil de gemeente haar eigen bomenbestand en dat van derden duurzaam ontwikkelen. In het Bomenbeleidsplan is een belangrijke rol weggelegd voor structurerend groen: waardevol groen dat op stadsniveau functioneert. Gemeente 's-Hertogenbosch wil deze structuren behouden, ontwikkelen en nieuw aanleggen. Het functioneel groen is het groen van de wijken, kantorenparken en bedrijventerreinen. Dit groen is in elke wijk weer anders van opzet. Gemeente 's-Hertogenbosch ziet die differentiatie als een pluspunt en speelt per plek in op de aanwezige kwaliteiten.

Gemeente 's-Hertogenbosch streeft naar een evenwichtige leeftijdsopbouw in haar bomenbestand waarbij kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit. Ze onderscheidt bomen in drie categorieën:

  • Monumentale bomen. Monumentale bomen zijn de meest bijzondere bomen van de stad en moeten daarom zo lang mogelijk worden behouden. Voor monumentale bomen geldt een strikt kapverbod, tenzij aantoonbaar sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid of een zwaarwegend maatschappelijk belang.
  • Boomstructuren. De verzameling van groene elementen die een bovenlokale bijdrage leveren aan de identiteit én de groene kwaliteit van de stad of een wijk vormen tezamen de bomenstructuur. Er is een omgevingsvergunning nodig voor de kap van bomen in een boomstructuur.
  • Sfeerbomen. Alle bomen die niet behoren tot monumentale bomen of boomstructuren zijn sfeerbomen. Het kappen van gemeentelijke en particuliere sfeerbomen is vergunningplichtig vanaf een omtrek van meer dan 100 cm.

Ten behoeve van het boombelang in het kader van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden een bomeninventarisatie en een bomendeskundige ingezet. De bomeninventarisatie brengt aan het begin van een planproces de bomen in beeld en leidt tot afspraken hierover.

Het bestemmingsplan 'Autotron' voorziet niet in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Er zijn daardoor geen monumentale bomen, boomstructuren en/of sfeerbomen in het geding. De Harensestraat is aan te merken als een waardevol landschapselement. De aanwezige laanbeplanting ontleent daaraan haar bescherming op grond van het Bomenbeleidsplan. Bij reguliere ontwikkelingen, die passen binnen het bestemmingsplan, vindt de toetsing aan het Bomenbeleidsplan plaats bij WABO-aanvragen.

3.2.2 Nota Detailhandel 's-Hertogenbosch 2011

Op 11 oktober 2011 heeft de gemeenteraad de nota Detailhandel 's-Hertogenbosch 2011 vastgesteld. Het betreft een actualisatie van de detailhandelsnota uit 2006. De doelstelling van het eerdere beleid is niet wezenlijk gewijzigd. Behoud en versterking van een vitale, fijnmazige winkelstructuur voor zowel burgers als bedrijven, van binnenstad tot buurtsteunpunt is nog steeds uitgangspunt.

Er wordt veel waarde gehecht aan behoud van de sterke positie van de binnenstad en van de winkelconcentraties aan de basis van de winkelpiramide: buurtwinkelcentra en buurtsteunpunten. Die laatsten zijn van groot belang voor de leefbaarheid in de wijken. Het Bossche detailhandelsbeleid is in bepaalde opzichten restrictief en blijft dat ook in de komende jaren, echter zonder vernieuwing en kwaliteitsverbetering in de weg te staan. Dat is nodig voor het behoud van buurtwinkelgebieden en om overaanbod op perifere locaties te voorkomen. Dat laatste is van belang voor een goed functionerend winkelapparaat in de binnenstad.

De in 2006 door de gemeenteraad vastgelegde drie hoofduitgangspunten voor het detailhandelsbeleid blijven voor de komende periode van kracht. Wij spreken dan ook niet van nieuw, maar van geactualiseerd detailhandelsbeleid.

  • a. Binnenstad: het primaat voor vestiging van grootschalige non-food winkelformules met niet-volumineuze artikelen (megastores) ligt bij de binnenstad;
  • b. Periferie: streven naar clustering in winkelgebieden. Solitaire winkelvestiging en verspreide bewinkeling doen daaraan afbreuk.
  • c. Winkelcentra in wijken: de fijnmazige, hiërarchische winkelstructuur voor de dagelijkse boodschappen moet in stand blijven; megasupermarkten verstoren die structuur.

Deze indeling volgt de lijnen van het drieslagmodel, gebaseerd op koopgedrag en koopmotief van de consument: recreatief winkelen (binnenstad), doelgericht winkelen (periferie), boodschappen doen (woonwijken).

Naast het bovenstaande algemene detailhandelsbeleid bevat de Nota Detailhandel 's-Hertogenbosch specifiek beleid ten aanzien van andere vormen van detailhandel:

  • verspreide bewinkeling;
  • detailhandel bij grote complexen met publieksfunctie (traffic retail);
  • brandstofverkooppunten;
  • internetondernemers in woonhuis en op bedrijventerrein;
  • warenmarkt

Voor Autrotron is 'detailhandel bij grote complexen met publieksfunctie (traffic retail)' relevant.

Winkels in ziekenhuizen, onderwijsinstellingen, stationsgebouwen, hotel- en andere leisurevoorzieningen en op transferia mogen niet verstorend werken op de Bossche winkelstructuur. Dat geldt zowel voor de boodschappencentra in de woonwijken als voor de binnenstad en de perifere centra. Deze zogenaamde traffic retail vervult een ondersteunende functie voor de hoofdactiviteit (vervoer, sport, zorg, onderwijs, leisure).

De winkels dienen qua grootte en aantal beperkt van omvang te zijn, want ze mogen uitsluitend gericht zijn op in het complex aanwezige mensen (gebruikers en passanten). Reclame-uitingen moeten naar binnen gericht zijn.

Op het terrein van Autotron worden (hoofd)activiteiten op het vlak van onder andere ontspanning en vermaak (vakbeurzen) en sport (internationaal tennistoernooi) gehouden. Onderdeel van deze (hoofd)activiteiten is vaak detailhandel. Voor zover de detailhandel ondergeschikt is aan de toegestane (hoofd)activiteiten, passen de detailhandelsactiviteiten binnen het gemeentelijk detailhandelsbeleid.

3.2.3 Beleidsplan Horeca

Algemeen

De algemene doelstelling ten aanzien van het horeca(beleid) is het kwalitatief versterken van de horecastructuur in de stad. De horeca draagt direct bij aan het imago van 's-Hertogenbosch als 'ontmoetingsstad'. Daarbij zetten wij onder meer in op het realiseren van een gedifferentieerd aanbod gericht op doelgroepen en dus meer afstemming op wensen van het publiek en op verzorgde presentatie en daarmee kwalitatieve verbetering van de (binnen-)stad. Voorts is samenwerking binnen de horecabranche van belang evenals afstemming met andere functies en voorzieningen, zoals detailhandel, warenmarkt, cultuur en evenementen.

Ondersteunende horeca

Naast reguliere horeca kennen we functie-ondersteunende horeca. Dat is een planologisch begrip voor horeca, die binnen een andere dan een specifieke horeca-bestemming voorkomt. Er is sprake van functie-ondersteunende horeca, als men in een zaak of instelling, die geen (planologische) hoofdbestemming horeca heeft, iets kan consumeren en daarvoor moet betalen.

Voorkomen moet worden, dat er een wildgroei aan horeca-activiteiten op locaties waarop niet de bestemming horeca rust. Bovendien is niet de bedoeling dat de horeca-activiteit de hoofdactiviteit wordt of de openbare orde of veiligheid verstoort. Daarom is het goed in bestemmingsplannen meer specifieke regels te stellen met betrekking tot de toelaatbaarheid en omvang van 'functie-ondersteunende horeca'. Qua omvang komen de grotere horecavoorzieningen voor in warenhuizen/grootwinkelbedrijven, culturele en leisure instellingen. Voor het overige gaat het om kleinschalige activiteiten. Daarnaast is er in de praktijk behoefte aan een heldere definitie, die aangeeft wanneer sprake is en mag zijn van ondergeschikte horeca.

De (hoofd)activiiteiten op Autotron gaan de in regel vergezeld van horeca. De horeca moet worden aangemerkt als ondergeschikte horeca. In dat opzicht past dit type horeca binnen het gemeentelijk horecabeleid. In het voorliggende bestemmingsplan is een bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 2.500 m² voor ondersteunende horeca opgenomen conform het geldende bestemmingsplan 'Themapark Autotron'. Deze maximale oppervlakte kan onder voorwaarden worden gewijzigd naar maximaal 4.000 m².

3.2.4 Nota Parkeernormen

In de Nota parkeernormen (vastgesteld door de gemeenteraad in 2003) zijn de parkeernormen voor verschillende functies vastgelegd. Uitgangspunt hierbij is het voorzien in de eigen parkeerbehoefte op eigen terrein. De nota geeft aan hoeveel parkeerplaatsen per functie gerealiseerd dienen te worden bij nieuwbouw. Daarbij kan, indien mogelijk, rekening worden gehouden met onderlinge uitwisselbaarheid van parkeerplaatsen voor verschillende functies. Hierdoor is het niet noodzakelijk de som van het aantal parkeerplaatsen van de functies in een gebied aan te leggen, maar slechts een deel ervan. De mogelijkheden voor uitwisselbaarheid in een gebied hangen af van de locatiekeuze van de parkeerplaatsen en de mate waarin de maximale parkeerbehoefte van verschillende functies in de tijd samenvalt.

In het bestemmingsplan zijn bepalingen opgenomen om ervoor te zorgen dat er bij nieuwbouw of functiewijziging, die passen binnen het bestemmingsplan, voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden aangelegd. In een dergelijk geval zal getoetst worden aan de gemeentelijke parkeernormen.

3.2.5 Uitwerkingsplan Koersnota

In het beleidsplan verkeer en vervoer 's-Hertogenbosch Bereikbaar van 2000 zijn voor alle vervoersmodaliteiten (openbaar vervoer, fiets en auto) de lijnen uitgezet die moeten leiden tot een goede interne en externe bereikbaarheid van de stad. Deze nota meldt tevens, dat bij nieuwe ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening verkeer een steeds nadrukkelijker rol gaat spelen. Bereikbaarheid is van essentieel belang voor de stad. Zeker waar het gaat om (nieuwe) locaties voor wonen en/of werken.

Een aantal jaren geleden is gestart met de herijking van de hoofdinfrastructuur. Hierbij gaat het om de vraag in hoeverre de hoofdinfrastructuur van de stad binnen het totale integrale kader de noodzakelijke autobereikbaarheid kan (blijven) garanderen. Concreet luidt de doelstelling: 'Het verder verbeteren van de autobereikbaarheid en luchtkwaliteit van de stad door het ontwikkelen en realiseren van een stedelijk verkeersnetwerk voor de auto dat een antwoord geeft op de mobiliteitsstromen (relaties), de ruimtelijke ontwikkelingen en de eisen ten aanzien van de luchtkwaliteit'.

Op 21 mei 2008 heeft de gemeenteraad een aantal ambities en wensen uitgesproken die moeten leiden tot een bereikbare, leefbare en economisch sterk functionerende stad. Deze ambities zijn verder uitgewerkt in het door de gemeenteraad in 2009 vastgestelde Uitwerkingsplan Koersnota.

De gemeentelijke ambities en wensen, die fors inzetten op de fiets, het openbaar vervoer en transferia, zullen moeten leiden tot een afname van 15,8 miljoen autoritten per jaar, wat overeen komt met 10 procent van het huidige aantal autoritten. Voor de autostructuur wordt hierbij uitgegaan van het doorstroomassenmodel. De toekomstige verkeersstructuur wordt hierin gevormd door de ruit rondom de stad (A2, A59 en nieuwe Randweg) en de zogenaamde doorstroomassen. Doorstroomassen zijn de belangrijkste hoofdroutes voor het autoverkeer en zorgen voor de verbinding van de stadsdelen en bundelen het verkeer.

Daarnaast hebben deze wegen een belangrijke functie voor het ontsluiten van de stad op het hoofdwegennet en de ruit om de stad heen. Door deze concentratie van verkeer op doorstroomassen ontstaat er ruimte op het onderliggende wegennet. De ruimte in deze contra-mal is bedoeld voor het openbaar vervoer en fietsverkeer. Het stelsel van doorstroomassen bestaat uit een drietal routes:

  • de Oost-Westverbinding via de route Bruistensingel - Zandzuigerstraat - Rietveldenweg;
  • de Westelijke Noord-Zuidverbinding via de (doorgetrokken) Parallelweg;
  • de Oostelijke Noord-Zuidverbinding via de route Maastrichtseweg - Gestelseweg - Lage Landstraat - Van Grobbendoncklaan.

Deze ambities over wijzigingen in de hoofdinfrastructuur zullen op termijn tot uitvoering worden gebracht. Deze wijzigingen hebben geen directe gevolgen voor het plangebied.