direct naar inhoud van 3.3 Archeologie
Plan: Schietbaan Wasweg
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002156-1201

3.3 Archeologie

Archeologisch onderzoek

Met de invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) op 1 september 2007 moet in een bestemmingsplan worden beschreven en geregeld hoe moet worden omgegaan met bekende en te verwachten archeologische waarden in het plangebied. Op 15 juni 2010 stelde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de archeologische beleidskaart vast die als uitgangspunt wordt gebruikt bij de afweging van archeologische belangen in bestemmingsplannen. De raad besloot voorts dat bij het opstellen van een bestemmingsplan wordt bekeken in hoeverre zones met een hoge en middelhoge verwachting nader kunnen worden uitgewerkt door het uitvoeren van aanvullend archeologisch onderzoek.

In opdracht van gemeente 's-Hertogenbosch heeft ACVU-HBS (Archeologisch Centrum van de Vrije Universiteit - Hendrik Brunsting Stichting) in oktober en november 2009 een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd, teneinde inzicht te krijgen in de archeologische verwachting van het plangebied. Het onderzoeksrapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd (zie Bijlage 1 Verkennend archeologisch onderzoek). Op de gemeentelijke verwachtingskaart heeft het plangebied hoofdzakelijk een hoge archeologische verwachting (zie afbeelding 5). Op de door de gemeenteraad vastgestelde archeologische beleidskaart (zie afbeeldingen 6 en 7) is een deel van het plangebied aangemerkt als categorie 5a (terreinen met verspreide nederzettingen en grafvelden uit de prehistorie, Romeinse Tijd en Middeleeuwen) en een deel als categorie 7 (verstoorde terreinen). In het verleden hebben al verschillende archeologische onderzoeken in (de directe nabijheid van) het plangebied plaatsgevonden (zie afbeelding 8). Aanvullend onderzoek was echter noodzakelijk om te zien of de bestaande archeologische verwachting nog beter kon worden gespecificeerd en de verwachtingszones nog beter begrensd. Op basis van de resultaten van het onderzoek is een vertaling gemaakt naar een beschermingsregeling in het bestemmingsplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002156-1201_0005.jpg"

afbeelding 5: uitsnede gemeentelijke verwachtingskaart

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002156-1201_0006.jpg"

afbeelding 6: uitsnede archeologische beleidskaart

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002156-1201_0007.jpg"

afbeelding 7: legenda archeologische beleidskaart

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002156-1201_0008.jpg"

afbeelding 8: boorpunten weergegeven samen met de opgravingen van 1990, 1991 en 2006-2007; A. boorpunt met boornummer; B. opgegraven delen; C. wiel; D. Tempel van Empel; E. waterput; F. donk; G. randzone; H. komkleigebied

Landschappelijke en archeologische kenmerken van het plangebied

Het plangebied bevindt zich in het Maasland, op de overgang van het holoceen rivierenlandschap ten zuiden van de Maas naar de pleistocene zandgronden van Noord-Brabant. De rivierklei van de Maas heeft hier een landschap van rivierduinen en dekzandruggen afgedekt en wordt doorsneden door verlande oude rivierlopen. De in het landschap zichtbare rivierduinen of dekzandkoppen en -ruggen worden donken genoemd. Van één van deze donken - De Werf - bevindt zich een deel midden in het plangebied. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op De Werf een nederzetting uit de volle Middeleeuwen en een tempelcomplex uit de Late IJzertijd en de Romeinse tijd, de Tempel van Empel, aanwezig waren. Het hoogste deel van de donk die ook plaats bood aan de tempel zelf bevindt zich aan de oostkant van de rijksweg A2. De donk daalde geleidelijk in westelijke richting. In het plangebied bevindt de donk zich in de noordelijke helft en bestaat uit matig fijn zand. De begrenzing van de zuidelijke flank is vastgesteld tijdens de opgravingen door de afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten (BAM) van de gemeente 's-Hertogenbosch in de jaren '80 en '90 en door ACVU-HBS in 2006 en 2007. Tijdens de verschillende archeologische onderzoeken is ook duidelijk geworden dat delen van de donk zijn verstoord door ruilverkavelingswerkzaamheden uitgevoerd in de jaren '50. Hogere zandkoppen zijn hierbij afgeschoven naar lager gelegen delen waardoor archeologisch vondstmateriaal verspreid is geraakt over grotere gebieden. Ook bij de aanleg van de A2 heeft verstoring van de donk plaatsgevonden.

Resultaten archeologisch onderzoek

Op basis van het bureauonderzoek kunnen binnen het plangebied archeologische waarden voorkomen, daterend uit de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen. Met name voor de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Volle Middeleeuwen geldt een hoge verwachting. Diverse onderzoeken in het verleden hebben aangetoond dat het plangebied onderdeel is van een tempelcomplex dat mogelijk zijn oorsprong heeft in de IJzertijd. In verschillende onderzoeken maar ook door diverse metaaldetectorzoekers zijn al veel vondsten gedaan. Het plangebied is eigenlijk de laatste locatie waar vondsten van het tempelcomplex, en dan vooral metalen voorwerpen en bouwresten van de tempel, kunnen worden verzameld.

Het booronderzoek bevestigt dat het plangebied op een rivierduin of donk ligt dat overgaat in een lager gelegen en nat komgebied. In dit komgebied is sprake van een opeenstapeling van crevasseafzettingen, afgezet tijdens overstromingen en/of dijkdoorbraken, komkleien en veenlagen. De donk is afgetopt en vermoedelijk gedeeltelijk in dit komgebied geschoven. In diverse boringen zijn archeologische indicatoren zoals houtskool, bouwpuin en aardewerk gevonden; deze bevinden zich echter in de afgeschoven bodemlagen en dus niet meer in de oorspronkelijke context.

Conclusie

In het noordelijke deel van het onderzoeksgebied, ter hoogte van de donktop, kunnen al direct onder de moderne bouwvoor archeologische sporen worden verwacht. Een deel van het gebied is in de jaren '90 echter al opgegraven. Binnen de reeds opgegraven gebieden worden dus in principe geen archeologische waarden meer verwacht. In het noordelijk en zuidelijk gelegen komgebied kunnen op de crevasseafzettingen middeleeuwse (bewonings)sporen worden aangetroffen. In de komklei of het veen worden ook diepe archeologische sporen verwacht, zoals waterputten. Daarnaast kunnen in het gehele gebied zeer veel losse vondsten aanwezig zijn, aangezien juist hierin de top van het duin, inclusief mogelijke vondsten, terecht is gekomen door het afschuiven van hogere delen van de donk. Hoewel deze vondsten in secundaire context liggen, vormen zij een zeer waardevolle informatiebron met betrekking tot het tempelcomplex of eventuele Laat Romeinse tot Middeleeuwse bewoning.

Met uitzondering van de delen van het plangebied die reeds zijn opgegraven moet in het bestemmingsplan rekening worden gehouden met nog te verwachten archeologische waarden. Op basis van het archeologisch onderzoek is voor ingrepen dieper dan 35 cm beneden maaiveldniveau (circa 2,4 meter + N.A.P.) een omgevingsvergunning vereist.

In paragraaf 6.2 is onder 'Algemene aanduidingsregels' beschreven hoe de archeologische waarden in het plangebied worden beschermd.