direct naar inhoud van Hoofdstuk 5 Vooroverleg
Plan: Omgevingsvergunning Meerendonk, deel 4
Status: vastgesteld
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002175-1401

Hoofdstuk 5 Vooroverleg

In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in samenhang met artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht zijn de ruimtelijke onderbouwing en het voorlopig bouwplan toegezonden aan de volgende instanties:

  • 1. Provincie Noord-Brabant, Directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving;
  • 2. Waterschap Aa en Maas;
  • 3. VROM-Inspectie, Regio Zuid.

De vooroverlegreacties worden hierna weergegeven en cursief van gemeentelijk commentaar voorzien.

  • 1. Provincie Noord-Brabant, Directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving

De Directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving geeft aan dat het plan haar geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen.

Voor kennisgeving aangenomen

  • 2. VROM-Inspectie, Regio Zuid

De VROM-inspectie co├Ârdineert de rijksreactie in het kader van het wettelijk vooroverleg. Het plan geeft de betrokken rijksdiensten geen aanleiding tot het maken van opmerkingen, gelet op de nationale belangen in de RNRB (Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid).

Voor kennisgeving aangenomen

  • 3. Waterschap Aa en Maas

Omtrent de verwerking van het hemelwater in de ruimtelijke onderbouwing voor 'Meerendonk, deel 4' refereert het waterschap aan haar zienswijze over ontwerpbestemmingsplan 'Meerendonk, deel 5 d.d. 19 juni 2012:

'In het overleg rondom het Waterstructuurplan dat binnenkort aan de besturen van het waterschap Aa en Maas en de gemeente 's-Hertogenbosch ter vaststelling wordt voorgelegd, wordt uitgegaan van een meer gebiedsgerichte benadering. Hierbij is het de bedoeling dat bij gebrek aan bergingsruimte binnen het plangebied, bijvoorbeeld de binnenstad, gebruik wordt gemaakt van ruimte in het watersysteem. Voorwaarde hierbij is dat gebruik wordt gemaakt van de onderzoeksresultaten uit de Watersysteemanalyse 2008 van Haskoning, zodat van tevoren duidelijkheid bestaat of er daadwerkelijk voldoende ruimte in het systeem zit. Vervolgens kan er dan op wijkniveau een waterboekhouding worden bijgehouden.

Het waterschap staat niet positief tegenover het aanleveren van een nadere onderbouwing van de oplossing van de wateropgave in de afrondende watervergunningsfase. Het waterschap verzoekt dringend om in een eerder stadium, de bestemmingsplanprocedure, al duidelijkheid te verschaffen. Het waterschap vraagt in de waterparagraaf op te nemen:

  • hoe groot de totale wateropgave is;
  • hoeveel bergingsruimte er in het watersysteem zit;
  • hoe de wateropgave wordt opgelost;
  • hoeveel ruimte vervolgens in het watersysteem resteert.

Na vaststelling van het Waterstructuurplan kan deze boekhouding uit bestemmingsplan 'Meerendonk, deel 5, als toetsingskader voor de watervergunningverlening worden benut.

Na overleg met Waterschap Aa en Maas is de waterparagraaf in de toelichting van bestemmingsplan 'Meerendonk, deel 5' en onderhavige ruimtelijke onderbouwing voor 'Meerendonk, deel 4' aangepast. De aangepaste waterparagraaf gaat in op de totale waterbergingsopgave en de oplossing ervan. Aan de toelichting is een bijlage toegevoegd met daarin een berekening. Wat betreft (het restant van) de bergingsruimte in het watersysteem geeft de nieuwe waterparagraaf het volgende aan: 'Voor de restopgave wordt daarom een klein deel van de beschikbare berging benut in het 'afwateringsgebied Zuid 2', buiten het nieuwe woongebied. De kans op wateroverlast is in dit gebied veel kleiner dan wat volgens de normen van het waterschap maximaal toelaatbaar is: de Watersysteemanalyse uit 2008 toont hier een forse overcapaciteit aan waterberging. Dit kan worden ingezet om het bergingstekort van Meerendonk op te lossen. Dit sluit aan op het nog niet vastgestelde 'Waterstructuurplan' van de gemeente op basis waarvan wordt gestreefd naar 'robuuste' oplossingen en waarin de inzet van de overcapaciteit in de peilvakken in de wijken als optie voor waterberging wordt aangemerkt. Bij de aanvraag van de watervergunning zal de gemeente deze oplossing nader onderbouwen met een hydraulische studie naar de effecten van de waterberging op de waterpeilen in peilvak Zuid 2. De berging van dit water uit Meerendonk zal leiden tot een geschatte peilstijging (o.b.v. de watersysteemanalyse) van minder dan 1 mm in het gehele peilvak (4.238.668 m2 open water). Doordat het peilvak uitgeslagen wordt met een gemaal, is de afvoer gecontroleerd. Het te bergen water blijft daarmee daadwerkelijk in het peilvak en wordt niet afgewenteld op benedenstroomse gebieden.'