direct naar inhoud van 5.9 Flora en Fauna
Plan: Omgevingsvergunning Orthen-Links, fase Nul - 50 appartementen
Status: vastgesteld
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002197-1401

5.9 Flora en Fauna

De Flora- en faunawet beschermt een groot aantal planten- en diersoorten. Ze legt een zorgplicht op (artikel 2 Ffw) en verbiedt bepaalde handelingen, zoals het plukken, verzamelen et cetera van planten die tot een beschermde inheemse plantensoort behoren (artikel 8 Ffw) en het opzettelijk verontrusten van dieren die tot een beschermde inheemse diersoort behoren (artikel 10 Ffw). De ontwikkeling van woningbouw kan soms strijdig zijn met de verbodsbepalingen uit de Flora- en faunawet. Soms is het echter mogelijk een plan zo uit te voeren dat overtreding van de verbodsbepalingen niet aan de orde is. Als dit niet mogelijk is, moet een ontheffing worden aangevraagd die alleen onder voorwaarden kan worden verleend.

Op 6 augustus 2012 heeft Natuurbalans-Limes Divergens BV in opdracht van de gemeente 's-Hertogenbosch het nieuwe woongebied onderzocht op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten (Natuurbalans-Limes Divergens BV - Quickscan Beschermde Natuur, Orthen Links te 's-Hertogenbosch, 6 augustus 2012). De natuurwaarden zijn geïnventariseerd en beoordeeld in het licht van de ontwikkeling van Orthen-Links, fase Nul - 50 appartementen.

(N.B. in het rapport wordt nog gesproken over fase 1, deze naam is echter aangepast in fase Nul - 50 appartementen. Het onderzoeksgebied is echter gelijk aan het onderzoeksgebied van fase Nul - 50 appartementen).

Vleermuizen

De bomen in en rondom de moestuinen zijn te jong en te klein van omvang om veel holten en kieren te bevatten. De bomen zijn hierdoor ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Het gebouw (buurthuis) is ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen, omdat het gebouw geen spouwmuren bevat en er zijn geen spleten en kieren op andere locaties binnen het buurthuis aanwezig die als verblijfplaats kunnen dienen. Daarnaast is het gebouw nog in gebruik waardoor de kansen voor vleermuizen binnen in het gebouw sterk afnemen doordat er nog gestookt wordt en de verlichting regelmatig wordt gebruikt.

Zowel fase Nul, de moestuinen en de woonwijk worden hoogstwaarschijnlijk gebruikt als foerageergebied voor vleermuizen. Aangezien er in de directe omgeving nog meer woonwijken met parkjes aanwezig zijn, is het foerageergebied geen essentieel onderdeel van het leefgebied.

Huismus

In het gebied en in de moestuinen zijn verschillende huismussen aangetroffen. De mussen gebruiken de struwelen als schuilplaats om vanuit daar te gaan foerageren in de open moestuinen en het grasland. De huismussen broeden hoogstwaarschijnlijk in de aangelegen woonwijk. Het gebouw (buurthuis) lijkt op het eerste gezicht minder geschikt als broedlocatie, omdat er weinig spleten en kieren aanwezig zijn die als nestlocatie kunnen dienen.

Conclusie

Er worden geen verblijfplaatsen van beschermde soorten verwacht. De sloop van het buurthuisgebouw zal hierdoor niet leiden tot schade aan beschermde soorten. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

De struwelen maken onderdeel uit van het foerageergebied van huismussen en vormen tevens een schuilplaats voor huismussen. Het verwijderen van de struwelen zal niet direct leiden tot verlies van de functionaliteit van het leefgebied. In de directe omgeving is er voldoende foerageergebied en schuilplaatsen aanwezig. Desondanks de functionaliteit van het leefgebied gewaarborgd blijft, is het toch raadzaam om de struwelen en hagen zoveel mogelijk te sparen. Bij de herinrichting is het van belang dat er voldoende struwelen zoals hagen en heggen worden aangelegd om te voorzien in de wensen van de huismus. Bij het inrichtingsplan wordt hier rekening mee gehouden (zie 4.2).