direct naar inhoud van 6.3 Nieuwe situatie
Plan: Omgevingsvergunning Orthen-Links, fase Nul - 50 appartementen
Status: vastgesteld
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002197-1401

6.3 Nieuwe situatie

Om een goede drooglegging te waarborgen, zal het terrein ter plekke van de nieuwe appartementen opgehoogd worden tot 3,80m +NAP. Om de bestaande bomen aan de spoorzijde te kunnen handhaven wordt het parkeerterrein op een lager niveau aangelegd, in de richting van de bomen aflopend naar het bestaande niveau van circa 3,25m + NAP.

Voor de 50 appartementen wordt een scheiding gerealiseerd van het vuil water en schoon hemelwater. De vuilwaterriolering wordt aangesloten op het gemengde stelsel van de wijk. De vuilwaterriolering zal een drukhoogte krijgen even hoog als in de bestaande wijk. Zo nodig zal het rioolwater door middel van een pomp op het stelsel gezet worden.

Voor het schone regenwater komen aparte afvoeren en bergingen. Alle afvoer van daken en openbare ruimten zullen “in het zicht” uitgevoerd worden.

Het peil en de afvoer van de huidige waterlopen zullen door de areaaluitbreiding niet verhoogd worden. Het water zal worden geborgen in een te creëren wadi. Uitgegaan wordt van een bui van 47 mm (T=10 + 10%) en een schijf van 0,6 m. De uitbreiding van de verharding met 1273 m2 en rekening houdend met een berging van 15mm voor de bestaande verharding van 2143 m2 betekent dit een wadi die 92 m3 moet bergen (dit is inclusief het bestaande te herstructruren woongebied). De ontworpen wadi heeft meer dan voldoende bergend vermogen voor onderhavig toevoeging van 50 appartementen en zal later ook dienst gaan doen voor de berging bij de verdere herstructurering van Orthen-Links.

De bodem van de wadi komt te liggen op plm. 2,50+N.A.P. De afvoer van het water van de wadi via een overstortvoorziening naar de waterloop zal niet meer bedragen dan maximaal 1,67 liter per seconde.

Het regenwater van het dak van de appartementen zal vertraagd worden afgevoerd richting wadi. Het parkeerterrein achter de appartementen krijgt een waterdoorlatende bestrating. Hierdoor wordt het regenwater hiervan voldoende vertraagd afgevoerd richting de spoorsloot.