direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Hockeycomplex HC Den Bosch
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002204-1401

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Het aantal leden van Hockeyclub 's-Hertogenbosch (hierna te noemen: HC Den Bosch) is de afgelopen jaren aanzienlijk gegroeid. In 2010 is daarom het aantal hockeyvelden uitgebreid. Al bij deze uitbreiding is geanticipeerd op de bouw van een nieuwe tribune. Naast de breedtesport is namelijk tevens de topsport belangrijk voor Hockeyclub Den Bosch en ook voor de gemeente 's-Hertogenbosch. Zo acteren beide eerste elftallen van de club op het hoogste niveau. De topsport van HC Den Bosch rechtvaardigt een goede overdekte toeschouwersaccommodatie. In plaats van de huidige staantribune wordt nu een nieuwe overdekte zittribune gebouwd.

Naast de bouw van een nieuwe tribune is ook uitbreiding van de bestaande clubaccommodatie noodzakelijk: door de groei van het ledental en de behoefte aan een representatieve ontvangst is een groter clubgebouw nodig. Bovenop een deel van het clubhuis wordt het 'Beste Sportrestaurant van Nederland' gebouwd, een professionele sportkantine met een accent op verantwoorde voeding. Samenhangend met de nieuwe tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie worden ook andere bouwwerken gerealiseerd: de lichtmasten rond het hoofdveld moeten worden verplaatst, er komt een tv-toren en het trainingsveld krijgt een (seizoensgebonden) overkapping.

In 2012 is door de provincie Noord-Brabant een financiële bijdrage toegekend voor de nieuwe tribune, de uitbreiding van de clubaccommodatie en voor andere aanpassingen aan de accommodatie en de infrastructuur. Er is een integraal ontwerp gemaakt voor de nieuwe tribune en voor de uitbreiding van de clubaccommodatie. Omdat deze gebouwen en een aantal andere bouwwerken niet in het geldende bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk passen, is een nieuw bestemmingsplan voorbereid.

1.2 Doel

Bestemmingsplan Hockeycomplex HC Den Bosch maakt de nieuwe tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie juridisch-planologisch mogelijk. Het integraal ontwerp voor de nieuwbouw c.q. onderhavig bestemmingsplan zijn tot stand gekomen na een uitvoerige en zorgvuldige afweging van belangen en zijn in overeenstemming met de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Hetzelfde geldt voor de andere bouwwerken (lichtmasten, tv-toren et cetera). Enerzijds biedt dit bestemmingsplan voldoende flexibiliteit voor ontwikkeling en beheer van het uitgebreide hockeycomplex in de toekomst. Anderzijds waarborgt het andere belangen, zoals die van het groen rondom het complex.

Nadat in 2007 het bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk was vastgesteld, is in 2010 een projectbesluit genomen ten behoeve van de uitbreiding van het aantal hockeyvelden. Met dit bestemmingsplan wordt nu ook een definitieve, eenduidige en voor iedereen inzichtelijke juridisch-planologische regeling gecreëerd die beide andere plannen, voor zover ze betrekking hebben op het hockeycomplex, vervangt.

1.3 Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied betreft het hele hockeycomplex van HC Den Bosch met de volgende plangrenzen:

  • de Oosterplasweg aan de westkant;
  • het dierenasiel en de volkstuinen aan de noordkant;
  • de rijksweg A2 aan de oostkant;
  • de groenvoorziening rond het parkeerterrein aan de zuidkant.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0001.jpg"

afbeelding 1: begrenzing plangebied

1.4 Geldend planologisch regime

1.4.1 Projectbesluit Uitbreiding hockeycomplex HC Den Bosch

Op 1 juni 2010 stelde het college het projectbesluit 'Uitbreiding hockeyvelden HC Den Bosch' vast. Het bestaande hockeycomplex kon, alleen bij een volledige herschikking samen met een uitbreiding aan de noordzijde achter het dierenasiel, maximaal met twee hele velden en ruimte voor een half veld worden uitgebreid tot in totaal 7,5 velden. De bestaande velden moesten plaatsmaken voor nieuwe noord-zuid gerichte velden, gesitueerd aan weerszijden van een centrale 5 meter brede noord-zuidas. Met het projectbesluit werden ook lichtmasten tot 25 meter toegestaan, ballenvangers tot 15 meter, kunstobjecten tot 10 meter, terrein- en erfafscheidingen tot 4 meter en overige bouwwerken tot 7 meter.

Samen met de herschikking en uitbreiding van de hockeyvelden was uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen noodzakelijk, zoals al in het Vitaliseringsplan voor de Oosterplas was voorzien (zie paragraaf 3.3.3). Hiervoor wordt het terrein aangewend, in de bocht van de Oosterplasweg, dat nog in gebruik is als een hondendressuurterrein. Hoewel de uitbreiding van de velden inmiddels is gerealiseerd, moet het nieuwe parkeerterrein nog worden ingericht. Voor het hondendressuurterrein wordt gezocht naar een nieuwe locatie.

Bij dit projectbesluit zijn ex artikel 3.10 lid 3 Wro voorschriften en beperkingen opgenomen die bebouwing en gebruik van het projectgebied beoogden te regelen. Vergelijkbaar met een bestemmingsplan is aan de voorschriften en beperkingen een kaart verbonden. Op 1 september 2010 sprak de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State echter uit dat een projectbesluit niet kan worden aangewend om, vooruitlopend op de vaststelling van een bestemmingsplan, een toetsingskader vast te stellen voor een groot aantal nog niet geconcretiseerde bouwplannen dat het geldende plan vervangt (ABRS 1 september 2010, 201004647/1/H1). De voorschriften en beperkingen van het projectbesluit 'Uitbreiding hockeycomplex HC Den Bosch' vervangen dan ook niet die van het bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk.

1.4.2 Bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk

Voor het plangebied geldt nu dan ook bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk dat op 4 september 2007 door de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch is vastgesteld. Waar de nieuwe tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie worden gerealiseerd, geldt de bestemming 'Sportdoeleinden'. De gronden met die bestemming zijn bestemd voor, onder meer, sportvoorzieningen met de daarbij behorende voorzieningen, zoals een kantine. Een achterste deel van het hockeycomplex is bestemd voor 'Recreatieve doeleinden'. De tribune, de uitbreiding van de clubaccommodatie en een aantal andere bouwwerken zijn strijdig met de voorschriften en de plankaart van bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk en zijn niet reeds mogelijk gemaakt met het projectbesluit van 1 juni 2010 (zie paragraaf 1.4.1):

  • De tribune is een gebouw: onder de zitplaatsen is ruimte voor medische voorzieningen, kleedkamers et cetera. Gebouwen voor sportvoorzieningen mogen uitsluitend worden opgericht binnen de bouwvlakken die op de plankaart zijn aangegeven. Voor de tribune is in bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk geen bouwvlak aangeduid. Weliswaar kunnen burgemeester en wethouders in afwijking van de bouwregels onder voorwaarden toestaan dat buiten het bouwvlak een tribune wordt gebouwd tot een hoogte van 5 meter en met een maximale oppervlakte van 500 m2 maar dit is voor de nieuwe tribune ontoereikend.
  • Ter plaatse van het hockeycomplex heeft alleen de bestaande accommodatie een bouwvlak met een maximale bouwhoogte van 7 meter. De uitbreiding van de clubaccommodatie overschrijdt in geringe mate dit bouwvlak en vergt een grotere bouwhoogte, van 9 en incidenteel 10 meter.
  • De huidige lichtmasten voor de wedstrijdverlichting zijn 25 meter hoog en zijn gerealiseerd met het projectbesluit van 1 juni 2010. Ze moeten vanwege de nieuwe tribune in de beplantingsstrook erachter worden geplaatst maar zijn dan in strijd met bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk dat nog een hoogte van maximaal 15 meter toestaat.
  • HC Den Bosch wil ook een seizoensgebonden overkapping realiseren: een constructie met een niet-permanent dak en een of meer niet-permanente wanden waaronder elektronische trainingsapparatuur droog blijft. Omdat de overkapping een gebouw kan zijn en er geen bouwvlak voor is aangeduid, voldoet ze niet aan de voorschriften van bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk.
  • Het toiletgebouwtje achter op het complex voldoet evenmin: het terrein van het toiletgebouwtje heeft in bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk de bestemming 'Recreatieve doeleinden'. In die bestemming zijn buiten de bouwvlakken geen gebouwen toegestaan en voor het toiletgebouwtje is geen bouwvlak aangeduid.
  • Voor de registratie van televisiebeelden is een tv-toren nodig. Dit gebouw is niet van ondergeschikte aard: de oppervlakte is circa 12 m² en de hoogte tot 10 meter. Omdat ook voor dit gebouw geen bouwvlak is aangeduid, is het in strijd met de voorschriften van bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk. Andere gebouwtjes zoals dug-outs passen wel in het geldende bestemmingsplan: ze zijn van ondergeschikte aard en passen binnen de toegestane gezamenlijke oppervlakte van 50 m2.
  • HC Den Bosch wil de wedstrijden en trainingen vanuit verschillende hoeken registeren. Hiervoor zijn videopalen nodig, van circa 9 meter hoog, terwijl het geldende bestemmingsplan slechts 7 meter toestaat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0002.jpg"

afbeelding 2: uitsnede plankaart bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

2.1 Oosterplas

De Oosterplas is een zandwinplas met steile onderwatertaluds en een diepte van 15 meter. De plas wordt omsloten door de Aawijk in het westen, de rivier de Aa aan de noordzijde, de rijksweg A2 aan de oostzijde en de Maastrichtseweg aan de zuidzijde. Bij de IJsselkade-Rijnstraat ontmoeten wijk en plas elkaar in een boulevard. Rond de plas is een veelzijdig recreatiegebied ontstaan waarin ruimte is voor openluchtrecreatie binnen en buiten clubverband. De clubs bieden een veelzijdig aanbod aan activiteiten: tennis, hockey, zeilen, varen met modelboten, het onderhouden van een volkstuin of een bezoek aan de dierenweide. De in meer of mindere mate geprivatiseerde voorzieningen liggen ingebed in een groengebied met ruimte voor wandelen, fietsen, vissen en in de zomermaanden zeilen, surfen en zwemmen in de plas. Voor skaters is er een halfpipe en voetballers kunnen terecht op een trapveld met twee doeltjes. Het zijn niet alleen de bewoners van de Aawijk die gebruik maken van deze voorzieningen en die recreëren rond de plas, de Oosterplas heeft ook een bovenwijkse functie.

Alle voorzieningen zijn ontsloten door de Oosterplasweg die op enige afstand rond de plas loopt. Met uitzondering van het strandbad liggen alle voorzieningen aan de buitenzijde van deze weg. Deze setting is in feite de essentie van de aantrekkelijkheid van het gebied voor uiteenlopende groepen recreanten. Het 'rondje Oosterplas' zorgt er aan de ene kant voor dat alle voorzieningen goed ontsloten zijn. Aan de andere kant geeft de groene buffer tussen plas en voorzieningen het gebied zijn charme: kijkend over de plas en vanaf een boot of zwemmend in het water waan je je in een bosgebied, nu 's-Hertogenbosch met uitzondering van het strandbad en de boulevard aan het zicht onttrokken is. Dit maakt het 'rondje Oosterplas' tevens aantrekkelijk voor wandelaars en fietsers, omdat je vanaf de weg en door het groen steeds wisselende doorzichten hebt op de plas. In het Vitaliseringsplan Oosterplas en bij de uitwerking van plannen voor het gebied is deze essentie vastgehouden (paragraaf 3.3.3).

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0003.jpg"

Afbeelding 3: luchtfoto Oosterplas; van links naar rechts de Aawijk, de Oosterplas, het hockeycomplex - nog voor de uitbreiding van het aantal hockeyvelden - en de rijksweg A2

2.2 Huidig hockeycomplex

2.2.1 Zeven hockeyvelden

In 2010 is het aantal hockeyvelden op het hockeycomplex uitgebreid. Randvoorwaarden voor de uitbreiding waren, onder meer, de aansluiting op het Vitaliseringsplan Oosterplas, het behoud van het dierenasiel en het behoud van een robuuste groene rand tussen de Oosterplasweg en het hockeycomplex. De beschikbare ruimte was beperkt door het dierenasiel en het volkstuinencomplex in het noorden, de recent verbrede rijksweg A2 met geluidscherm, onderhoudspad en watergang, enkele volkstuinen en een bijen- en hondenvereniging in het oosten, de clubaccommodatie in het zuiden en door de in een groene setting gelegen Oosterplasweg in het westen. Met deze randvoorwaarden en ruimtelijke beperkingen kon het hockeycomplex, alleen bij een volledige herschikking en samen met een uitbreiding aan de noordzijde achter het dierenasiel, maximaal met twee velden worden uitgebreid tot in totaal 7 hele hockeyvelden en daarnaast een ruimte van een half veld voor trainingen, een speeltuintje et cetera.

De vijf bestaande west-oost gerichte hockeyvelden hebben plaats gemaakt voor zeven nieuwe noord-zuid gerichte velden, gesitueerd aan weerszijden van een centrale vijf meter brede noord-zuidas. Het totale complex heeft nu voor wat betreft de velden een afmeting van 135 meter van west naar oost en 413 meter van noord naar zuid. (De afmeting van een hockeyveld is, inclusief uitloopstroken, 59 x 99,40 meter.) Het totaal aantal velden is als volgt verdeeld: drie velden aan de westzijde en vier velden aan de oostzijde van de noord-zuidas. Aan de oostzijde zijn aangrenzend aan de clubaccommodatie een kwart (trainings)veld ingericht, een Marc Lammers Plaza, een terreintje met trainingstoestelen en een speeltuintje.

Tophockey wordt uitsluitend gespeeld op 'volkunststof watervelden'. Voor de uitbreiding van het hockeycomplex beschikte HC Den Bosch over één waterveld. Gezien het aantal topteams en de trainingsuren die voor deze teams nodig zijn, was tegelijk met de uitbreiding van het aantal velden uitbreiding van het aantal watervelden dringend gewenst. Er zijn drie hele watervelden aangelegd en ook het trainingsveldje is als waterveld uitgevoerd, voor het trainen van specifieke vaardigheden en om slijtage van het hoofdveld te beperken.

2.2.2 Inrichting hockeycomplex

Om als goede buren naast elkaar te kunnen leven (d.i. naast het dierenasiel, het volkstuinencomplex en de bijenvereniging) en ten gunste van de ruimtelijke kwaliteit op het hockeycomplex is bij de uitbreiding van het aantal hockeyvelden rondom het complex een open hekwerk met een dubbele staafmat geplaatst met een minimale hoogte van 3 meter. De constructie is zodanig vormgegeven dat deze maximaal begroeid kan worden en dat wederkerige overlast van en naar het dierenasiel, de volkstuinen en de bijenvereniging enerzijds en het hockey anderzijds zoveel mogelijk wordt beperkt. Aan de westzijde, tussen de velden 1 en 2, is vanaf de Oosterplasweg een nieuwe toegang gemaakt naar het hockeycomplex. Deze toegang dient voor onderhoudswerkzaamheden en calamiteiten op het complex.

De huidige tribune is een betonnen, onoverdekte staantribune aan de lange zijde van het hoofdveld, met een totale capaciteit van 2.000 (staan)plaatsen. Bij bijzondere wedstrijden of toernooien kan de capaciteit worden vergroot door het plaatsen van tijdelijke tribunes. Bij elk veld zijn twee dug-outs. Alle velden zijn omheind door zwarte, open hekwerken en ballenvangers waarmee het hockeycomplex duidelijk en herkenbaar is ingericht.

De huidige clubaccommodatie is in 1968 gebouwd en rond 2003 verbouwd en vergroot. Het gebouw bestaat uit twee delen die zijn gekoppeld met een glazen bouwdeel met daarin de entree en het trappenhuis. Het oudste deel (met de kleedkamers) bestaat uit één bouwlaag, het nieuwe deel (met de kantine en vergaderruimten) dat in 2003 is toegevoegd bestaat uit twee bouwlagen. Bij deze verbouwing is ook een nieuw front voor het oorspronkelijke clubhuis geplaatst. Deze plint in zwartgrijze steen komt in beide gebouwdelen terug en maakt een eenheid van beide bouwdelen.

2.2.3 Parkeerterrein

Hoewel het opknappen van het parkeerterrein aan de Oosterplas in het Vitaliseringsplan Oosterplas expliciet was gekoppeld aan de uitbreiding van het hockeycomplex, was een deel van het terrein al in bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk positief bestemd, in het bijzonder ten behoeve van bezoekers van het strandbad. Het deel dat noodzakelijk was voor de uitbreiding van het hockeycomplex - het huidige hondendressuurterrein - is tegelijk met de uitbreiding van het aantal hockeyvelden juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0004.jpg"

afbeelding 4: luchtfoto Oosterplas, van boven naar beneden: volkstuinen, het huidig hockeycomplex, tennis, het hondendressuurterrein/het nieuwe parkeerterrein

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op 13 maart 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu het vaststellingsbesluit zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ondertekend. Het rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op dertien nationale belangen. Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Eén van de dertien nationale belangen heeft betrekking op 'zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. Zo moet de ruimte zorgvuldig worden benut en moet overprogrammering worden voorkomen. Er is een ladder voor duurzame verstedelijking als motiveringsvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro):

  • a. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte;
  • b. indien uit die beschrijving blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins;
  • c. indien uit die beschrijving vervolgens blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld.

Er is behoefte aan uitbreiding van de clubaccommodatie van HC Den Bosch en aan een nieuwe overdekte zittribune. Omdat de uitbreiding plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied, is het plan in overeenstemming met de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten, zijn in het besluit regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Het Barro stelt geen regels die relevant zijn voor dit plan.

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie behelst de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. Op de visiekaart is het plangebied onderdeel van de 'internationale economische as', op de structurenkaart is het plangebied aangewezen als 'hoogstedelijke zone'. Langs de hoogstedelijke zones moeten de vijf grote steden van BrabantStad (Eindhoven, Helmond, Den Bosch, Tilburg en Breda) zich ontwikkelen tot (hoog)stedelijke centra voor wonen, werken en voorzieningen. Dit komt in het bijzonder tot uitdrukking in de intensivering van verstedelijking in de zones langs infrastructuurassen en in de stationsgebieden.

De provincie vraagt bij de ontwikkeling van deze hoogstedelijke zones extra aandacht voor de vormgeving van de entree van de stad, het versterken van de identiteit van de stad ten opzichte van de andere Brabantse steden en de positionering van de stedelijke functies ten opzichte van de infrastructuur. De uitbreiding van de clubaccommodatie van HC Den Bosch en de bouw van een tribune vinden plaats bij de entree van 's-Hertogenbosch, direct aan de rijksweg A2, bij knooppunt Veghel. Het intensiever gebruik van de ruimte in deze hoogstedelijke zone sluit aan bij de hierboven geschetste doelstelling van het provinciaal ruimtelijk beleid.

3.2.2 Verordening Ruimte 2014

De Verordening Ruimte is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie Noord-Brabant om haar doelen te realiseren. Op 7 februari 2014 hebben provinciale staten de Verordening Ruimte 2014 vastgesteld. Deze is op 19 maart 2014 in werking getreden.

Het plangebied is in de Verordening Ruimte 2014 aangeduid als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied c.q. stedelijk concentratiegebied. De verordening bepaalt dat bestemmingsplannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling in beginsel uitsluitend zijn gelegen bestaand stedelijk gebied.

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Ruimtelijke StructuurVisie ’s-Hertogenbosch 2003 'Stad tussen stromen'

Op 28 januari 2003 stelde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke Structuurvisie vast (RSV). De RSV bestreek de periode tot 2010 maar gaf een doorkijk naar 2020. Op 28 januari 2014 stelde de gemeenteraad de actualisatie van de RSV vast: een raamwerk voor de ruimtelijke activiteiten en investeringen van burgers, bedrijven, instellingen en overheden.

Bij de actualisatie van de RSV zijn de uitgangspunten ten aanzien van de Oosterplas ongewijzigd gebleven. De Oosterplas is in de RSV aangeduid als stedelijk groen en als recreatieplas en stadspark. Stedelijk groen bestaat vooral uit plantsoenen, sportvelden, parken en recreatieplassen en wordt gecombineerd met stedelijke voorzieningen zoals volkstuinen, ligweiden, strandbaden en sportvelden. Parken en plassen bieden samen met sportaccommodaties een belangrijke bijdrage aan de vrijetijdbesteding van Bosschenaren dicht bij de woning. De uitbreiding van de clubaccommodatie van HC Den Bosch en de nieuwe tribune in het stedelijk groen van de Oosterplas sluit aan op de functie van dat stedelijk groen en op die van de recreatieplas in het stedelijk weefsel van 's-Hertogenbosch.

3.3.2 Sportvisie 's-Hertogenbosch

Op 24 juni 2014 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de sportvisie ‘Sportief Samen Verder’ vastgesteld. De sportvisie geeft richting voor de komende jaren. Doel is om iedereen in gemeente 's-Hertogenbosch en de omliggende kernen een laagdrempelig en betaalbaar sport- of beweegaanbod in de directe omgeving te bieden. Er wordt ingezet op:

  • sportwijken: een passend aanbod op wijkniveau voor iedereen;
  • sportieve infrastructuur: een infrastructuur die iedereen uitdaagt te bewegen;
  • mensen en organisaties: ondersteuning en stimulering van mensen en organisaties;
  • samenwerking: samenwerking en kennisdeling in de breedste zin;
  • topsport: de voorbeeldrol van topsport optimaal benutten. Gemeente 's-Hertogenbosch zet zich in voor sportaccommodaties waar ook op topniveau gepresteerd kan worden. De basis blijft de breedtesport maar daar waar de topsport iets extra's vraagt, probeert de gemeente de accommodatie daarop aan te passen. Kennis delen, samenwerken en van elkaar leren - ook buiten de stads- en regiogrenzen - is essentieel om aan de top te blijven. Initiatieven die daar op zijn gericht verdienen ondersteuning waar mogelijk.

Na de uitbreiding van het aantal velden lossen de nieuwe tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie maar ook de tv-toren en de seizoensgebonden overkapping een aantal knelpunten van deze topsportaccommodatie op. Met ruimere faciliteiten voor de sporters zelf en voor bezoekers kan HC Den Bosch blijven functioneren als topsportorganisatie en kan ze ook haar versterkende en wervende rol voor de breedtesport blijven vervullen.

3.3.3 Vitaliseringsplan Oosterplas

Op 10 maart 2008 stelden burgemeester en wethouders het Vitaliseringsplan Oosterplas vast. De uitvoering ervan vond in 2009 plaats. Het doel van dit plan is om het gebied voor de openluchtrecreatie weer geheel bij de tijd te brengen. Het gebied Oosterplas is één van de twee plaatsen in de gemeente 's-Hertogenbosch waar vrij kan worden gerecreëerd en waar een bewaakt zwemwater is. In het najaar van 2005 droegen bewoners van de Aawijk in hun rapport 'Bouwstenen voor een betere toekomst van de Oosterplas' ideeën aan voor verbetering van de Oosterplas. Ze pleitten voor veranderingen in de ontsluitingsstructuur waardoor grote delen van het park niet meer toegankelijk zijn voor gemotoriseerd verkeer en ook de Aawijk niet meer belast wordt met bestemmingsverkeer van de diverse clubs. Daarnaast vroegen de bewoners om vergroting van natuurwaarden en het verbeteren van de attractiviteit van het park voor diverse doelgroepen. Vooral voor spelen zouden meer voorzieningen getroffen moeten worden. Ook aan de gevestigde clubs werd gevraagd of zij wensen hadden die konden worden meegenomen in een vitaliseringsplan. De wensen varieerden van een aansluiting op de riolering en een stevigere kabel voor de elektriciteit ten behoeve van veldverlichting tot meer hockeyvelden voor HC Den Bosch. Sommige wensen zijn meegenomen in het Vitaliseringsplan Oosterplas, voor de meer gecompliceerde wens om de hockeyvelden uit te breiden werd een aparte werkgroep in het leven geroepen; deze uitbreiding maakte dan ook geen deel uit van het vitaliseringsplan.

In het Vitaliseringsplan Oosterplas wordt de openbare ruimte rondom de plas opgewaardeerd op basis van zes gethematiseerde zones. Deze thema's zijn met de klok mee:

  • 1. parkzone: de zone met de meest parkachtige sfeer door een stelsel van bredere en smallere wateren;
  • 2. robuuste natte natuur: een zone rustiger dan overige delen, omdat sportvoorzieningen ontbreken en het gebied niet direct tegen woonbebouwing ligt. Hier wordt een natuurlijke relatie gelegd met de rivier de Aa;
  • 3. voorzieningenzone: een zone waarin de nadruk ligt op een goede inpassing van de sportvoorzieningen met de daarvoor noodzakelijke ontsluiting;
  • 4. strandbad: het strandbad zelf blijft in het plan ongewijzigd;
  • 5. spelen en natuureducatie: deze dicht tegen de bebouwing van de Aawijk gelegen zone leent zich goed voor de aanleg van de gewenste wijkspeelplaats;
  • 6. boulevard: via de boulevard wordt het 'rondje Oosterplas' afgemaakt door langs het water een loopstrook veilig te stellen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0005.jpg"

afbeelding 5: gethematiseerde zones rond de Oosterplas

Voorheen werden alle voorzieningen rond de Oosterplas vanuit de Aawijk ontsloten door de Oosterplasweg. Auto's konden overal in het recreatiegebied komen. De wegbreedte nodigde uit tot hard rijden waardoor de weg door fietsers en wandelaars als onveilig werd ervaren. Vooral de hockeyclub trekt veel verkeer aan tijdens wedstrijden en dit verkeer zocht via de Aawijk zijn weg naar het hockeycomplex. De belangrijkste ingreep in het Vitaliseringsplan Oosterplas was daarom een aansluiting van de Oosterplasweg op de Maastrichtseweg en het verkeersluw maken van een groot deel van de Oosterplasweg. De aansluiting heeft twee belangrijke voordelen. Ten eerste kan het gemotoriseerde verkeer uit een groot deel van het park worden geweerd waardoor meer rust ontstaat en de verkeersveiligheid voor langzaamverkeer in het park toeneemt. Ten tweede wordt het bestemmingsverkeer naar het park toe, met uitzondering van het verkeer naar Dierenweide Oosterhoeve, geweerd uit de Aawijk.

De meeste vraag naar parkeerruimte ontstaat tijdens hockeywedstrijden en op een mooie zomerdag vanwege het strandbad. Omdat voorheen veel bezoekers langs de Oosterplasweg 'vanuit hun kofferbak' recreëerden, bleef de parkeerplaats bij het strandbad op zulke momenten toch voor een deel onbenut. Tegelijk met het verkeersluw maken van Oosterplasweg en het opheffen van de parkeervakken erlangs is de parkeerplaats bij de Maastrichtseweg daarom vrij toegankelijk gemaakt en opgeknapt. De capaciteit is, met het (overloop)parkeerterrein aan de westkant, uitgebreid van 200 naar meer dan 300 auto's. Verder is het verdwijnen van de parkeermogelijkheden voor gemotoriseerd verkeer bij het strandbad ruimschoots gecompenseerd door het creëren van 700 extra stallingsplaatsen voor fietsen.

Met het opknappen van het parkeerterrein bij de Maastrichtseweg werd in het Vitaliseringsplan vooruitgelopen op de uitbreiding van het aantal hockeyvelden. De uitbreiding zelf was niet meegenomen in het Vitaliseringsplan Oosterplas. Hiervoor werd een aparte werkgroep in het leven geroepen. Op 1 juni 2010 stelden burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch het projectbesluit 'Uitbreiding hockeyvelden HC Den Bosch' vast. Dat besluit maakte in de Voorzieningenzone de uitbreiding van het aantal velden mogelijk en ook een extra parkeerterrein zowel voor de Voorzieningenzone als voor het Strandbad. Ook de uitbreiding van de clubaccommodatie en de bouw van de nieuwe tribune vinden plaats en passen binnen de Voorzieningenzone, met oog voor een goede groene inpassing.

3.3.4 Bomenbeleidsplan

Op 26 januari 2010 stelde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch het Bomenbeleidsplan vast. Met het Bomenbeleidsplan wil de gemeente haar eigen bomenbestand en dat van derden duurzaam ontwikkelen. In het Bomenbeleidsplan is een belangrijke rol weggelegd voor structurerend groen: waardevol groen dat op stadsniveau functioneert. Gemeente 's-Hertogenbosch wil deze structuren behouden, ontwikkelen en nieuw aanleggen. Het functioneel groen is het groen van de wijken, kantorenparken en bedrijventerreinen. Dit groen is in elke wijk weer anders van opzet. Gemeente 's-Hertogenbosch ziet die differentiatie als een pluspunt en speelt per plek in op de aanwezige kwaliteiten.

Gemeente 's-Hertogenbosch streeft naar een evenwichtige leeftijdsopbouw in haar bomenbestand waarbij kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit. Ze onderscheidt bomen in drie categorieën:

  • monumentale bomen. Monumentale bomen zijn de meest bijzondere bomen van de stad die daarom zo lang mogelijk moeten worden behouden. Voor monumentale bomen geldt een strikt kapverbod, tenzij aantoonbaar sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid of een zwaarwegend maatschappelijk belang.
  • boomstructuren. De verzameling van groene elementen, die een bovenlokale bijdrage leveren aan de identiteit én de groene kwaliteit van de stad of een wijk, vormt de bomenstructuur. Er is een kapvergunning nodig voor alle bomen in een boomstructuur.
  • sfeerbomen. Alle bomen die niet behoren tot monumentale bomen of boomstructuren zijn sfeerbomen. Gemeentelijke en particuliere sfeerbomen zijn kapvergunningplichtig vanaf een omtrek van meer dan 100 cm.

Bij de inpassing van de nieuwe tribune is bijzondere aandacht besteed aan de beplantingsstrook langs de Oosterplasweg: er verdwijnen zo min mogelijk bomen, de bomen die noodzakelijkerwijs moeten plaatsmaken worden gecompenseerd. In paragraaf 4.2 is beschreven hoe in de planvorming met de bomen rekening is gehouden, welke bomen moeten verdwijnen en hoe deze worden gecompenseerd.

3.3.5 Welstandsnota; reclame langs sportvelden

Op 17 mei 2011 stelde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Actualisering Welstandsnota 2011 vast. Daarin valt een sportcomplex onder het bebouwingstype G1 (park, groengebied, sportcomplex). Voor dit bebouwingstype gelden alleen de algemene welstandscriteria. Bij de Actualisering Welstandsnota 2011 is als bijlage de Reclamenota opgenomen. Hierin werd onder meer geregeld dat reclame op sportcomplexen is toegestaan, indien deze zich, met uitzondering van naamsaanduidingen, beperkt tot en gericht is op het sportcomplex zelf. Het aanbrengen van reclames niet gericht op het complex zelf was niet aanvaardbaar. Op 10 september 2013 besloot de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch echter tot aanpassing van de welstandsnota voor reclame langs sportvelden. Met de nieuwe regels voor reclame langs sportvelden wil de gemeenteraad sportverenigingen meer mogelijkheden bieden om inkomsten te genereren. Uitgangspunt bij de verruiming van het reclamebeleid voor sportverenigingen was de bestaande situatie bij het hockeycomplex van HC Den Bosch. De regels die voor het hockeycomplex relevant zijn, luiden nu:

  • Reclame op sportcomplexen is toegestaan, zowel naar binnen als naar buiten gericht; 
  • Reclame die de begrenzing van een sportcomplex vormt mag worden aangebracht op een frame van maximaal 4,50 meter hoogte. De reclame mag worden aangebracht op een strook aan de onderzijde van dit frame met een hoogte van maximaal 1 meter. Aan de bovenzijde van het frame is eveneens een strook toegestaan met een hoogte van maximaal 1 meter. De lengte van de reclame is per reclameonderdeel maximaal 5 meter, met uitzondering van reclame op functionele bouwwerken, zoals een tribune of een scorebord. 
  • Lichtreclame is niet toegelaten.

Het integraal ontwerp voor de nieuwe tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie is op 12 december 2013 op grond van de algemene welstandscriteria in principe akkoord bevonden door de gemeentelijke monumenten- en welstandscommissie. Als te zijner tijd de aanvraag om omgevingsvergunning aan de redelijke eisen van welstand wordt getoetst, zullen de reclame-uitingen op de tribune en de clubaccommodatie aan de algemene welstandscriteria worden getoetst, op de reclame-uitingen langs de sportvelden zijn bovengenoemde regels van toepassing.

3.3.6 Nota Parkeernormen

Op 9 december 2003 stelde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de 'Nota Parkeernormen, inclusief een methode voor het berekenen van het aantal parkeerplaatsen met behulp van de parkeerbalans' vast. Het doel van deze nota is het ontwikkelen van eenduidige parkeernormen die in de hele gemeente kunnen worden toegepast en waarbij evenwicht wordt gezocht tussen enerzijds de vraag naar parkeerplaatsen en anderzijds de kwaliteit van de openbare ruimte. Dit evenwicht kan worden berekend met behulp van de parkeerbalans.

In eerste instantie is berekend hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn op basis van het aantal sportvelden, de maatstaf die de Nota Parkeernormen aanhoudt. De bijzondere verkeersaantrekkende werking van het hockeycomplex als topsportaccommodatie maakt echter de toepassing van CROW-richtlijnen opportuun. In paragraaf 4.3 is de parkeerbalans voor het hockeycomplex uiteengezet.

3.4 Archeologie en cultuurhistorie

3.4.1 Landschaps- en bewoningsgeschiedenis

Het plangebied bevindt zich landschappelijk gezien in een dekzandvlakte (zie afbeelding 6). In de omgeving bevinden zich verschillende dekzandkoppen en/of -ruggen. Het dekzandlandschap is ontstaan tijdens de laatste ijstijd (het Weichselien) toen zand kon gaan stuiven omdat er geen vegetatie was om het zand vast te houden. Op deze manier ontstond een reliëfrijk landschap van dekzandkoppen, -ruggen en -vlaktes. In de laaggelegen vlaktes kon zich in de loop van de tijd en onder invloed van de stijgende grondwaterspiegel, veen gaan vormen. Terwijl dekzandruggen en -koppen belangrijke vestigingsplaatsen werden voor jagers-verzamelaars en later voor boerengemeenschappen, bleven de relatief laag gelegen dekzandvlaktes onbewoond. Mogelijk boden deze gebieden dankzij het vele water wel een goede mogelijkheid voor de jacht op watervogels en vis of weide- en hooigronden voor het vee.

Uit het betreffende plangebied zijn geen archeologische vindplaatsen of waarnemingen bekend maar direct ten oosten van het plangebied loopt wel een deel van de Stelling van 1629. Tijdens de belegering van 's-Hertogenbosch in 1629 door de Staatse troepen van Frederik Hendrik werden rondom de stad twee linies aangelegd door het bezettingsleger. De linies bestonden uit forten en schansen die via een systeem van wallen en grachten met elkaar waren verbonden. Bij het opwerpen van de linies werd zoveel mogelijk gebruik gemaakt van reeds bestaande dijken en hoogtes. Vermoedelijk zijn de meeste linies kort na het beleg geëgaliseerd om te voorkomen dat ze opnieuw zouden worden gebruikt door een ontzettingsleger. Op enkele plaatsen zijn echter nog lang sporen zichtbaar geweest in het verloop van dijken, de parcellering of in het slotenpatroon. De exacte ligging van de stellingen is in het huidige landschap moeilijk te bepalen, omdat veel van het toenmalige landschap is bebouwd of omdat de parcellering is gewijzigd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0006.jpg"

Afbeelding 6: uitsnede landschapskaart

3.4.2 Archeologische waarden en verwachtingen

In 2008 is een archeologische verwachtingskaart opgesteld voor het deel van de gemeente buiten de middeleeuwse stadskern van 's-Hertogenbosch (zie afbeelding 7). De archeologische verwachtingskaart bevat niet alleen de reeds bekende archeologische vindplaatsen maar geeft ook een overzicht van de gebieden waar archeologische vindplaatsen kunnen worden verwacht: verwachtingsgebieden. Gebieden waar de kans op het aantreffen van archeologie hoog is, worden aangeduid als gebieden met een hoge archeologische verwachting. Verder wordt nog een onderscheid gemaakt in gebieden met een middelhoge en gebieden met een lage archeologische verwachting. Of er ook daadwerkelijk archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, moet archeologisch onderzoek uitwijzen maar de verwachtingsgebieden geven al wel aan in welke mate men met mogelijke archeologische resten rekening moet houden. Voor deze kaart is gebruik gemaakt van meest gedetailleerde en beschikbare bodemkundige en geo(morfo)logische gegevens zodat de archeologische verwachtingszones zo gedetailleerd mogelijk zijn begrensd.

Het plangebied ligt in een dekzandvlakte en heeft een lage archeologische verwachting. De overblijfselen van de Stelling van 1629 hebben een hoge archeologische verwachting. Omdat de precieze locatie van de stellingen moeilijk is te bepalen, is op de verwachtingskaart een buffer van 25 meter aan weerszijden aangehouden. Hoewel veel van de verdedigingswerken na de inname van de stad direct weer zijn afgebroken, kunnen in de ondergrond kunnen nog wel diepere sporen worden aangetroffen. Eventuele sporen bevinden zich dan binnen 1 meter beneden maaiveld.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0007.jpg"

afbeelding 7: uitsnede archeologische verwachtingskaart

3.4.3 Archeologiebeleid

De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het archeologiebeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch. Ten behoeve van het beleid zijn voor archeologische waarden en archeologische verwachtingsgebieden binnen de gemeentegrenzen specifieke eisen of voorwaarden opgesteld en verwerkt in een archeologische beleidskaart (zie afbeelding 8). Deze kaart werd op 15 juni 2010 door de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch vastgesteld. De zones met een hoge en middelhoge archeologische verwachting zijn op de beleidskaart vertaald in zones waar verspreide nederzettingen en grafvelden uit de prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen aanwezig zijn, al dan niet afgedekt door een recent ophogingspakket. Voor de zones met een lage verwachting zijn op de beleidskaart geen nadere eisen opgenomen. Wel wordt voor zulke gebieden nader onderzoek verlangd bij m.e.r.-plichtige projecten en projecten die onder de Tracéwet vallen. In de nota bij de archeologische beleidskaart is aangegeven dat bij het opstellen van elk bestemmingsplan zal worden bekeken in hoeverre de zones met een hoge en middelhoge verwachting nader kunnen worden uitgewerkt door het uitvoeren van aanvullend archeologisch onderzoek.

Voor dit bestemmingsplan is geen nadere uitwerking gedaan omdat de archeologische verwachting zeer beperkt is. Veruit het grootste deel van het plangebied ligt in een zone met een lage verwachting: categorie 6. Hier gelden geen eisen ten aanzien van archeologie. Een klein deel ligt in een zone van categorie 4F. Het gaat hier om 'plaatsen buiten de stads- of dorpskern met een hoge verwachting op het aantreffen van resten van vestingwerken uit de 16e tot de 19e eeuw'. Voor dit gebiedje geldt dat ingrepen groter dan 50 m² en dieper dan 50 cm beneden maaiveld vergunningplichtig zijn. De uitbreiding van de clubaccommodatie vindt echter buiten deze zone plaats.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0008.jpg"

afbeelding 8: uitsnede archeologische beleidskaart

3.4.4 Cultuurhistorie

Behalve de archeologische kenmerken van het bestemmingsplangebied moeten ook de overige cultuurhistorische aspecten zoals bouwhistorie en historisch-geografische elementen in een bestemmingsplan worden betrokken. Gemeente 's-Hertogenbosch heeft hiertoe voor de hele gemeente een inventarisatie van zichtbare cultuurhistorische elementen/relicten laten uitvoeren. Op basis van deze inventarisatie is een aantal belangrijke cultuurhistorische gebieden en structuren onderscheiden. Deze vormen samen de cultuurhistorische hoofdstructuur van de gemeente en zullen bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen moeten worden meegenomen en meegewogen. De gemeente is ook voornemens om de cultuurhistorische inventarisatie uit te werken in een cultuurhistorisch beleid.

Vooruitlopend op de cultuurhistorische inventarisatie is voor dit bestemmingsplan bekeken welke cultuurhistorische elementen van belang zijn. In het plangebied bevinden zich volgens de cultuurhistorische inventarisatiekaart van de gemeente 's-Hertogenbosch geen gebouwde monumenten of andere waardevolle cultuurhistorische elementen.

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving

4.1 Ruimtelijke en functionele invulling

4.1.1 Uitbreiding clubaccommodatie; beste sportrestaurant

Na het eerdere projectbesluit voor de uitbreiding van het aantal velden worden nu de bestaande clubaccommodatie en de bestaande tribune aangepakt. De clubaccommodatie wordt uitgebreid met het 'Beste Sportrestaurant van Nederland', een professionele sportkantine met een accent op verantwoorde voeding. Het gaat om een vernieuwend concept dat zich richt op gezonde en innovatieve voedingsconcepten voor (jonge) sporters en bezoekers (ouders, vrijwilligers, sponsoren et cetera), in plaats van fastfood, bier en frisdrank. Juist een sportkantine heeft belang bij een sportieve en gezonde uitstraling: gasten staan vanuit hun sportieve bezoek meer open voor gezondere producten.

Een upgrade van de sportkantine tot beste sportrestaurant is wenselijk omdat het huidige beheer van een kantine veelal moeizaam is en sterk afhankelijk van vrijwilligers, omdat er een toenemende belangstelling is voor een gezonde levensstijl en omdat sportverenigingen steeds vaker een bredere maatschappelijke rol vervullen (huiswerkbegeleiding, kinderopvang et cetera). De upgrade is hier tegelijkertijd kansrijk omdat op het (uitgebreide) hockeycomplex niet alleen een omvangrijke doelgroep aanwezig is maar ook omdat de nieuwe faciliteiten zoals de nieuwe tribune en de tv-toren een brede exposure mogelijk maken en de demonstratie van gezonde en duurzaam geproduceerde voeding aan sporters, bezoekers en toeschouwers.

Het concept van het beste sportrestaurant op het hockeycomplex wordt gesteund door bedrijven in de foodsector, gemeente, regio en provincie en andere instanties die betrokken zijn bij sport en voedsel. Het past in de eerste plaats bij de ambitie van de regio Noordoost-Brabant die in 2020 topregio in agrifood wil zijn. Het past in de tweede plaats bij de ambitie van de stad 's-Hertogenbosch, als 'Hoofdstad van de Smaak' (2010), als 'Meest Gastvrije Stad' (2010 tot en met 2013) en 'Sportiefste Gemeente van Nederland' (2012 en 2013).

Er is een integraal ontwerp gemaakt voor de nieuwe tribune en voor de uitbreiding van de clubaccommodatie. Het (oostelijk) rechterdeel van de bestaande clubaccommodatie wordt gesloopt en maakt plaats voor een nieuw gebouw in twee bouwlagen. Het (westelijk) linkerdeel blijft behouden. Het nieuwe rechterdeel sluit in architectuur op dat deel aan. In het nieuwe deel van de clubaccommodatie komt op de begane grond een kantine en op de verdieping het 'Beste Sportrestaurant'. Aangrenzend aan dit deel wordt een verhoogd terras aangelegd. Omdat het verhoogde terras en de kantine op elkaar aansluiten wordt het nieuwe deel van het gebouw wat hoger dan het te behouden deel van de clubaccommodatie. Het nieuwe deel schuift ook iets van de hockeyvelden vandaan, richting de parkeerplaatsen, zodat meer ruimte ontstaat voor een goede doorgang naar de centrale as van het hockeycomplex. Andere ruimtes die erbij komen zijn een winkeltje voor hockeybenodigdheden en een huiswerklokaal. Voor de bouw van het 'Beste Sportrestaurant van Nederland' heeft de provincie Noord-Brabant inmiddels subsidie toegekend.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0009.jpg"

Afbeelding 9: impressie indeling hockeycomplex

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0010.jpg"

Afbeelding 10: impressie clubaccommodatie

4.1.2 Nieuwe tribune

De nieuwe overdekte zittribune met ongeveer 2.000 zitplaatsen vervangt de huidige staantribune en maakt het complex als topsportaccommodatie aantrekkelijker. Daarbij kan het aantal plaatsen nog steeds worden uitgebreid met tijdelijke tribunes, zodat uiteindelijk circa 3.000 zit- en staanplaatsen mogelijk zijn.

De diepte van de nieuwe tribune is zoveel mogelijk beperkt, zodat een dichte beplantingsstrook van 12 meter blijft behouden. De hoogte van de tribune is maximaal 12,50 meter. In het midden van de nieuwe tribune is ruimte voor de ontvangst van sponsoren en andere gasten. Onder de nieuwe tribune is ruimte voor (sport)medische voorzieningen (fitnessruimte, ruimte voor een sportarts, voor fysiotherapie en revalidatie), kleedkamers, kamers voor teambesprekingen, lockers, opslag, mechanische installaties en wasmachines.

Vanwege de nieuwe tribune moeten de bestaande lichtmasten naar achteren worden verplaatst. Deze lichtmasten worden schuin achter de nieuwe tribune geplaatst. Vanwege de schaduwwerking van de nieuwe tribune is een aanpassing van de wedstrijdverlichting op het hoofdveld noodzakelijk: aan de tribune zelf worden lichtarmaturen bevestigd. Met deze optimalisatie van de wedstrijdverlichting blijft het hockeycomplex, gelet op de groeiende media-aandacht voor de hockeysport, geschikt voor het uitzenden van topwedstrijden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0011.jpg"

Afbeelding 11: impressie tribune en clubaccommodatie vanaf de rijksweg A2

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0012.jpg"

Afbeelding 12: impressie tribune vanaf de Oosterplasweg; de hoogte van de tribune is maximaal 12,5 meter, de hoogte van de bomen circa 16 tot 20 meter, de hoogte van de lichtmasten maximaal 25 meter.

4.1.3 Andere faciliteiten

Aangrenzend aan de clubaccommodatie legt de hockeyclub een verhoogd terras aan. Dit terras is met de nieuwe tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie meeontworpen. Het verhoogd terras biedt een goed zicht op de hockeyvelden en verbetert de routing op het hockeycomplex: de mensen die zitten of staan op het terras worden gescheiden van de mensen die naar de velden lopen. Direct aan het terras ligt het terrein voor het stallen van fietsen. Dit terrein wordt samen met het parkeerterrein dat direct aan de clubaccommodatie grenst opnieuw ingericht.

Naast de lichtmasten is voor de registratie van wedstrijden en trainingen de bouw nodig van een tv-toren en van videopalen, voor videoanalyse en een videoreferee. In de tribune zelf wordt een ruimte ingericht voor deze videoanalyse en de videoreferee. Hier is ook ruimte voor geluidtechnici, omroepers en commentatoren.

Na de uitbreiding van het aantal hockeyvelden bleek de loopafstand van het verst gelegen hockeyveld tot de clubaccommodatie relatief groot, circa 400 meter. Deze grote loopafstand maakt een toiletgebouwtje noodzakelijk, bij de verst van de clubaccommodatie gelegen velden.

Voor een optimale benutting van het hockeycomplex is ook een seizoensgebonden overkapping noodzakelijk. Zo'n trainingsveld kan zo ook 's winters of bij slecht weer worden gebruikt en kan ook als fieldlab worden ingericht, met sensoren, camera's et cetera. Om een te dicht bebouwd hockeycomplex te voorkomen en voor voldoende openheid zijn alleen een dak en wanden toegestaan die kunnen worden opgerold of ingeklapt. Deze niet-permanente materialen mogen wel worden bevestigd aan een permanente draagconstructie.

Het parkeerterrein aangrenzend aan de clubaccommodatie wordt, met name voor een representatiever beeld, heringericht. Ook het terrein voor het fietsparkeren, direct aan het nieuwe terras, tussen de clubaccommodatie en de rijksweg A2, wordt anders ingericht en deels verlegd en vergroot.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0013.jpg"

afbeelding 13: overzicht nieuwe ontwikkelingen hockeycomplex Oosterplas; de plek van de tv-toren ligt niet vast, hetzelfde geldt voor de videopalen die niet op de afbeelding zijn aangegeven.

4.2 Bomen en groen

4.2.1 Groene inpassing bij uitbreiding aantal hockeyvelden

Bij de uitbreiding van het aantal hockeyvelden in 2010 stond de groene inpassing van het hockeycomplex centraal. Door de omvang van het complex zou de maat van de omringende groene ruimte en daarmee de mogelijkheid om een dichte beplantingsstrook aan te brengen sterk worden beperkt. Het beeld van een in het groen gelegen hockeycomplex zou zo onder druk komen te staan.

Aan de westkant is een ruimte aanwezig van 12 tot 15 meter tot de heringerichte Oosterplasweg. Conform de ruimtelijke onderbouwing van het projectbesluit blijft deze ruimte ook aanwezig na de realisatie van de nieuwe tribune bij het hoofdveld en is deze ruimte ruim voldoende voor een dichte beplantingsstrook. De dichte beplantingsstrook is hier gewenst om de ruimtelijke kwaliteit van de in het groen gelegen Oosterplasweg te borgen.

Voor de uitbreiding van het aantal hockeyvelden moest aan de noordkant 1,2 hectare bosplantsoen wijken waarna 27 bomen konden worden herplant. Ter compensatie van de te kappen bomen is het hockeycomplex met nieuwe bomenaanplant zo groen mogelijk ingericht. De meest zuidelijk gelegen velden zijn maximaal naar het oosten gesitueerd, richting de rijksweg A2, om ruimte te creëren voor de nieuwe tribune. Door deze verschuiving is in de centrale as een verbreding waar drie bomen zijn geplant, mede om het beeld van een aaneengesloten open ruimte op het complex enigszins te breken.

4.2.2 Groene inpassing nieuwe tribune en uitbreiding clubaccommodatie

Uitgangspunten

Met de nieuwe tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie is de groene inpassing zoveel mogelijk gerespecteerd. Bij de inpassing van de nieuwe tribune is een afstand van 12 meter tot de Oosterplasweg aangehouden, de graaflijn ligt op 11 meter van de Oosterplasweg. Met de gekozen positionering en uitvoering van de nieuwe tribune blijft de dichte beplantingsstrook intact: de kap van bomen wordt zoveel mogelijk beperkt en er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de kroon van bomen.

In opdracht van de gemeente 's-Hertogenbosch is een bomeneffectanalyse (BEA) uitgevoerd (Tree-O-Logic, Bomen Effect Analyse hockeycomplex Oosterplasweg 's-Hertogenbosch, 17 februari 2014). Uit deze analyse blijkt dat vanwege de bouw van de nieuwe tribune 14 bomen in de achterliggende groenstrook niet te handhaven zijn (zie afbeelding 14). De 14 bomen staan binnen 1 meter van de nieuw te bouwen hoofdtribune, waardoor tijdens de bouw hiervan ernstige wortel- en kroonschade niet te voorkomen is. Uitgangspunt is daarbij dat aan de achterzijde met een 'zwevende vloer' wordt gewerkt. Vanwege de uitbreiding van de clubaccommodatie en de herinrichting en uitbreiding van (de toegang tot) de fietsenstalling blijken 3 eiken niet te handhaven. Voor deze bomen geldt dat ze op de plek staan die voor (de toegang tot) de fietsenstalling is gereserveerd.

De te verwijderen bomen worden gecompenseerd. In eerste plaats is er ruimte voor circa 12 bomen op het nieuw in te richten parkeerterrein bij het hockeycomplex. Compensatie zal verder plaatsvinden in de beplantingsstrook langs de Oosterplasweg zelf, zodat de beplantingsstrook verder kan worden verdicht (zie afbeelding 15, compensatiegebied A). Andere plekken waar compensatie kan plaatsvinden zijn de groenstrook aan de overzijde van de Oosterplasweg, aan de kant van de Oosterplas (compensatiegebied B), en het groen rondom het parkeerterrein bij het hockeycomplex (compensatiegebied C).

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0014.jpg"

afbeelding 14: overzicht te verwijderen bomen

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0015.jpg"

Afbeelding 15: compensatiegebieden

Compensatie- en inrichtingsplan

De hoogte van de beeldbepalende bomen, zowel de bomen die verdwijnen als de bomen die blijven staan, varieert van 16 tot 20 meter. De tribune wordt dan ook reeds voor een groot deel aan het zicht onttrokken door de bomen die blijven staan (zie afbeelding 16 en afbeelding 17). Niettemin heeft de gemeente 's-Hertogenbosch een compensatie- en inrichtingsplan voorbereid voor de omgeving van de tribune, de clubaccommodatie en het parkeerterrein. In dit plan ligt de focus op het verdichten van de beplantingsstrook tussen de tribune en de Oosterplasweg, onderaan en boven in de kruin.

De gemeente wil de bomenrij tussen de tribune en de Oosterplasweg verdichten met circa 9 beuken of bomen van een andere soort die een vergelijkbare hoogte bereikt. Deze bomen worden niet alleen direct achter de tribune geplaatst maar ook op andere plekken waar de beplantingsstrook dat toelaat of daartoe noodzaakt. Onderin de beplantingsstrook wil de gemeente gedeeltelijk groenblijvend bosplantsoen (hulst et cetera) bijplanten. Aan de overkant van de Oosterplasweg worden circa 4 bomen geplant die relatief snel groeien - zoals populieren, die in elk geval een met populieren vergelijkbare hoogte bereiken - die lege plekken opvullen in de bomenrij rond de ligweide maar die het zicht op de plas ongemoeid laten. De nieuwe bomen in de beplantingsstrook en rond de ligweide zullen de tribune bezien vanuit de IJsselsingel nog meer aan het zicht onttrekken. Er zal in elk geval geen aaneengesloten wand zichtbaar zijn. Bovendien heeft de architect van de tribune veel aandacht voor een zodanige materialisering van de wand dat de tribune zo goed mogelijk opgaat in de groene omgeving waarbij de toepassing van klimop en houten panelen wordt overwogen.

(De uitbreiding van) de clubaccommodatie is, met een maximale hoogte van 9 meter en een accent van 10 meter, vanuit de flat aan de IJsselsingel niet of nauwelijks zichtbaar. Omdat de gemeente echter ook hecht aan een groene inpassing van de clubaccommodatie en het parkeerterrein, gaat het compensatie- en inrichtingsplan ook in op de omgeving daarvan. Het parkeerterrein wordt heringericht en er worden circa 14 elzen geplant. Samen met verdichting van het groen tussen het hockeycomplex en de rijksweg leiden deze bomen tot een stevige groene inpassing van de clubaccommodatie.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0016.jpg"

Afbeelding 16: doorsnede IJsselsingel - hockeycomplex

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0017.jpg"

Afbeelding 17: globale situering tribune vanuit flat IJsselstate

4.3 Parkeren

4.3.1 Parkeerbehoefte

Uitgangspunt is dat de uitbreiding van de clubaccommodatie, de bouw van de nieuwe tribune en de andere faciliteiten niet leiden tot meer parkeerbehoefte. De nieuwe tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie hebben geen zelfstandige verkeersaantrekkende werking: de nieuwe tribune vervangt de huidige 2.000 staanplaatsen door 2.000 zitplaatsen; de uitbreiding van de clubaccommodatie en de andere faciliteiten lossen een bestaand knelpunt op en bedienen slechts de al bestaande sporters- en bezoekersstroom. In het kader van de Nota parkeernormen is het aantal sportvelden maatgevend voor de parkeerbehoefte: het aantal hockeyvelden bepaalt de omvang van de sporters- en bezoekersstroom en daarmee de parkeerbehoefte van HC Den Bosch. Uitgaande van een parkeernorm van 20 parkeerplaatsen per sportveld en van 7,5 hockeyvelden is de parkeerbehoefte 150 parkeerplaatsen.

Echter, het hockeycomplex heeft als topsportaccommodatie in vergelijking met een regulier sportpark een bijzondere verkeersaantrekkende werking. Zo trekt een topwedstrijd relatief veel publiek. Bovendien trekt de Oosterplas op mooie zomerse dagen veel badgasten. De parkeerbehoefte daarvan concurreert dan met die van het hockeycomplex. Daarom is ervoor gekozen om bij de berekening van de parkeerbehoefte uit te gaan van het maximum in de bandbreedte die CROW in haar richtlijnen aanhoudt, dat wil zeggen 27 parkeerplaatsen per hectare. De oppervlakte van het hockeycomplex is 6,2 hectare, de parkeerbehoefte (27 x 6,2 =) 168 parkeerplaatsen.

4.3.2 Parkeeraanbod

In het kader van het Vitaliseringsplan Oosterplas is, tegelijk met het verkeersluw maken van de Oosterplasweg, de parkeerplaats bij de Maastrichtseweg vrij toegankelijk gemaakt en opgeknapt. Het gaat om het grote parkeerterrein rechts van de entree (268 parkeerplaatsen) en het kleine (overloop)parkeerterrein links van die entree (95 parkeerplaatsen). Het verdwijnen van de parkeermogelijkheden voor gemotoriseerd verkeer langs de Oosterplasweg werd ruimschoots gecompenseerd door het creëren van 700 extra stallingsplaatsen voor fietsen.

Bij de clubaccommodatie van HC Den Bosch beschikt de club over een eigen parkeerterrein met - na herinrichting - 184 parkeerplaatsen. Bij de naburige tennisvereniging zijn nog eens 35 parkeerplaatsen; de acht tennisbanen vereisen in totaal 24 parkeerplaatsen. Hoewel zowel het eigen parkeerterrein als de parkeerplaats bij de Maastrichtseweg aan de berekende parkeerbehoefte voldoen, werd vanwege de bijzondere verkeersaantrekkende werking van de topsportaccommodatie bij de uitbreiding van het aantal hockeyvelden in 2010 ook de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen wenselijk geacht. Met het projectbesluit 'Uitbreiding hockeyvelden HC Den Bosch' werd daarom ter plaatse van het bestaande hondendressuurterrein ook een parkeerterrein mogelijk gemaakt. Op dit parkeerterrein zijn 120 parkeerplaatsen mogelijk, met name voor drukke dagen op het hockeycomplex.

Het totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen voor bezoekers van het hockeycomplex en de Oosterplas is 702. In onderstaande tabel staan de aantallen op een rij:

Parkeerterrein   Aantal parkeerplaatsen  
Parkeerterrein HC Den Bosch   184  
Parkeerterrein tennisvereniging   35  
Parkeerterrein ter plaatse van hondendressuurterrein   120  
Parkeerterrein Maastrichtseweg   268  
(Overloop)parkeerterrein Maastrichtseweg   95  
Totaal   702  
4.3.3 Parkeerbalans

Zowel conform de Nota Parkeernormen als conform de richtlijnen van CROW voorziet het eigen parkeerterrein van HC Den Bosch (184 parkeerplaatsen) volledig in de parkeerbehoefte van de hockeyclub (150 parkeerplaatsen op basis van de Nota Parkeernormen, 168 parkeerplaatsen op basis van de richtlijnen van CROW). Vanwege de bijzondere verkeersaantrekkende werking is echter een nieuw parkeerterrein (120 parkeerplaatsen) mogelijk gemaakt ter plaatse van het hondendressuurterrein. Zo is er ook op bijzondere drukke dagen voldoende parkeergelegenheid in de nabijheid van het hockeycomplex.

Bezoekers van het strandbad kunnen ook gebruikmaken van het nieuwe parkeerterrein. Voor hen maar ook voor sporters en bezoekers van het hockeycomplex is eveneens het grote parkeerterrein bij de entree (268 parkeerplaatsen) beschikbaar. Tenslotte is op mooie zomerse dagen het (overloop)parkeerterrein (95 parkeerplaatsen) links van de entree beschikbaar. Incidenteel kan drukte aan het strandbad samenvallen met een drukke dag op het hockeycomplex, met name in het voorjaar, als ook de tijdelijke tribune wordt gebruikt. Op zulke - uitzonderlijke - dagen kan, door de samenloop van warm weer en sportevenementen, een tekort aan parkeerplaatsen niet worden voorkomen.

Hoofdstuk 5 Milieuaspecten

5.1 Ecologie

5.1.1 Flora- en faunawet

De initiatiefnemer van een ruimtelijke ingreep moet op de hoogte zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden in het plangebied, om uiteindelijk deze waarden zo min mogelijk schade toe te brengen. Als schade aan beschermde soorten niet kan worden voorkomen, dan is afhankelijk van de soort en onder voorwaarden een ontheffing ex artikel 75 Flora- en Faunawet mogelijk. Voor algemeen voorkomende soorten geldt bij ruimtelijke ingrepen een algemene vrijstelling en is geen ontheffing nodig. De algemene zorgplicht blijft niettemin ook voor deze soorten van kracht.

Er is een natuurtoets uitgevoerd, in de vorm van een bureaustudie en een veldbezoek (Ecologisch onderzoek hockeycomplex Oosterplas te 's-Hertogenbosch, Flor y Fauna 21 september 2013). Eerder is bij de uitbreiding van het aantal velden ook een natuurtoets uitgevoerd (Quickscan Flora- en Faunaonderzoek, Flor y Fauna 12 oktober 2009). Er is onderzocht of beschermde soorten in het gebied aanwezig zijn, of de voorgenomen activiteiten schadelijk kunnen zijn, of deze schadelijke effecten kunnen worden voorkomen en of een ontheffing van de Flora- en Faunawet nodig is:

  • Planten. In het gebied zijn geen rode-lijstsoorten aangetroffen: er komen geen beschermde planten voor.
  • Vogels. Tijdens het veldbezoek zijn geen holen of horsten aangetroffen. In twee bomen is een verlaten nest aangetroffen maar deze bomen bevinden zich buiten de locatie van de nieuwe tribune. Dat in het gebied nesten zijn gevonden, is wel een indicatie dat vogels geen hinder ondervinden van de activiteiten in de omgeving. Hoewel in het gebied zelf geen vaste verblijfplaatsen van vogels aanwezig zijn, moeten daarom werkzaamheden als het vellen van bomen en rooien van struikgewas wel voor of na het broedseizoen worden uitgevoerd.
  • Zoogdieren/vleermuizen. Er zijn geen (foeragerende) vleermuizen aangetroffen in het gebied zelf maar wel rondom de Oosterplas. Na audio-analyse kon worden vastgesteld dat het ging om de dwergvleermuis. Vleermuizen zullen het gebied niet bezoeken om te foerageren: de lichtmasten op het complex geven te veel verstoring. Ook zijn geen holen in de bomen binnen de beïnvloedingszone aangetroffen. Het plan zal de vleermuizen dan ook niet verontrusten.
  • Verder zijn in het onderzoeksgebied geen bijzondere insecten aangetroffen en is er in en om het gebied geen geschikte biotoop voor reptielen of amfibieën.

De Flora- en Faunawet stelt geen beperkingen aan de uitbreiding van de clubaccommodatie en de bouw van de nieuwe tribune: er komen geen beschermde planten voor, er zijn geen vaste verblijfplaatsen van vogels aanwezig.

5.1.2 Ecologische hoofdstructuur en Natuurbeschermingswet 1998

Het plangebied maakt niet deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur van provincie en rijk. Het plan heeft evenmin een effect op enig nabijgelegen onderdeel van deze structuur. Ook is er in de omgeving geen Natura 2000-gebied aanwezig: het Natura 2000-gebied 'Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek' ligt op circa 3 kilometer afstand, met daartussen het hoogstedelijk gebied van 's-Hertogenbosch. Vanwege de afstand, de ligging en de omvang van de ontwikkeling kunnen significante effecten van de ontwikkeling op het Natura 2000-gebied 'Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek' worden uitgesloten.

5.2 Verlichting

Bij de algemene beoordeling van het verblijfsklimaat is ook de mate van licht- en zichthinder betrokken. De hinder is wederkerig: de bezoekers van het hockeycomplex en het overig recreatiegebied rond de Oosterplas ervaren de nabijheid van de rijksweg A2, de auto's op de rijksweg kunnen door het open sportcomplex door felle verlichting worden gehinderd. Door de verbreding van de rijksweg is de bestaande groene afscherming van het hockeycomplex bovendien uitgedund. Ter hoogte van het plangebied wordt de licht- en zichthinder gedeeltelijk door het hoge geluidscherm weggenomen. Voorbij het geluidscherm kan het nieuwe groenscherm deze functie overnemen.

De nieuwe tribune is groter dan de huidige tribune en komt ook op de plek waar nu de lichtmasten staan. Het is dus noodzakelijk de lichtmasten verder naar achteren te verplaatsen. Bovendien is het als gevolg van de schaduwwerking van de tribune noodzakelijk om lichtarmaturen aan de tribune te bevestigen. Hoewel de totale verlichtingssterkte in beginsel niet toeneemt, is uitvoerig onderzoek gedaan naar de effecten van de aanpassingen van de verlichting op zowel omwonenden als de weggebruikers van de rijksweg A2 (Lichthinderonderzoek HC Den Bosch, Heijmans Techniek en Mobiliteit BV d.d. 06-11-2013). In dit onderzoek is de totale verlichtingsinstallatie rond alle velden beschouwd. Uit de resultaten van het lichtonderzoek blijkt dat lichthinder voor zowel omwonenden als verkeer niet te verwachten is.

Het onderzoek toont aan dat de verlichtingssterkte op de gevels van de appartementwoningen aan Moerkerklaan maximaal 0,05 lux is en op de gevel van de woningen aan de Zoomweg maximaal 0,01 lux. Op de gevel van de nabijgelegen bedrijfswoning van het dierenasiel is de verlichtingssterkte met afscherming 4,45 lux. Deze verlichtingssterkten op de gevels van de woningen liggen ruim onder de grenswaarde (van 10 lux) voor de dag- en avondperiode zoals die door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) voor deze (stedelijke) omgeving is bepaald en die landelijk wordt gehanteerd.

Verder is naast de verlichtingssterkte de lichtintensiteit van de lampen bepaald. De berekende maxima liggen onder de grenswaarde van 10.000 candela voor de dag- en avondperiode zoals die voor deze (stedelijke) omgeving zijn bepaald door de NSVV. Lichthinder valt daarom ter plaatse van omliggende woningen in zowel de dagperiode als de avondperiode (tussen 7:00 en 23:00 uur) niet te verwachten. De verlichting ten behoeve van de sportbeoefening in de buitenlucht is uitgeschakeld tussen 23.00 uur en 07.00 uur. Dit is wettelijk geregeld in het Activiteitenbesluit waaronder het hockeycomplex valt. Hierdoor is eventuele lichthinder in de nachtperiode niet aan de orde.

Ten behoeve van het voorkomen van 'sky glow' is de opwaartse lichtstroom (Upward Light Ratio – ULR) onderzocht. De ULR in % is de hoeveelheid licht die rechtstreeks naar boven wordt uitgestraald in verhouding tot de totaal uitgestraalde hoeveelheid licht. Uit het lichtonderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de grenswaarden die hiervoor door de NSVV zijn bepaald.

Om verblinding van weggebruikers op de rijksweg A2 te voorkomen is het noodzakelijk dat de sportverlichting verantwoord is geïnstalleerd. Daartoe is de verblindingswaarde (VW) bepaald. De VW is een aanduiding voor de mate van storende verblinding bij sportverlichting, bijvoorbeeld bij weggebruikers. Een VW van 50 is daarbij net toelaatbaar. De maximale VW ter plaatse van het wegverkeer is berekend op 33.

Tevens is de TI-factor bepaald. De TI (Threshold Increment) is een maat voor het verlies aan waarneming, veroorzaakt door de storende verblinding als gevolg van de verlichtingsinstallatie. Deze TI-factor dient beneden 15% te blijven. Uit het onderzoek blijkt dat de waarde voor TI ter plaatse van de rijksweg A2 niet groter is dan 0,2%.

5.3 Luchtkwaliteit

Luchtkwaliteit heeft betrekking op de aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Bij een bestemmingsplan moet worden beoordeeld of wordt voldaan aan luchtkwaliteitseisen. Hierbij wordt getoetst aan de voor bepaalde stoffen vastgestelde grenswaarden (de luchtkwaliteit in het plangebied en omgeving) en wordt beoordeeld of met het plan ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die de luchtkwaliteit zullen verslechteren.

Sinds 15 november 2007 staan de hoofdregels voor luchtkwaliteit in hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer (Wm). De uitvoeringsregels zijn vastgelegd in amvb's en ministeriële regelingen: Besluit niet in betekenende mate bijdragen, Regeling niet in betekenende mate bijdragen, Regeling projectsaldering luchtkwaliteit 2007 en Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. Deze regels zorgen ervoor dat de grenswaarden in Nederland worden gehaald en dat tegelijk projecten voldoende doorgang kunnen vinden.

Daarnaast moet uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening worden afgewogen of het aanvaardbaar is om een project op een bepaalde locatie te realiseren. Daarbij speelt de mate van blootstelling aan luchtverontreiniging een rol. Ook de gevoeligheid van bepaalde groepen mensen voor luchtverontreiniging (bijvoorbeeld kinderen, ouderen en zieken) kan daarbij worden afgewogen. De tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie zijn geen gevoelige functies in het kader van de Wet milieubeheer en hoeven niet aan die wet te worden getoetst.

Gezien de ligging direct langs de rijksweg A2 is er in het verleden onderzoek gedaan naar de luchtkwaliteit (DHV, Luchtkwaliteitonderzoek Hockeycomplex Oosterplas 's-Hertogenbosch, september 2007). Vanaf 2010 zouden geen normen meer worden overschreden. Gemeente 's-Hertogenbosch schatte echter in dat deze verwachting te positief zou zijn en sluit nog niet uit dat de verkeersbelasting in de 'oksel' van de rijksweg en de N279, zeker na opwaardering van de laatste, zwaarder zal worden. In het kader van de verbreding van de rijksweg A2 heeft Rijkswaterstaat een geluidscherm geplaatst ter hoogte van het plangebied. Een groot deel van het plangebied wordt op deze manier afgeschermd van de rijksweg A2. Dit geluidsscherm heeft tevens een positieve invloed op de luchtkwaliteit van het hockeycomplex achter het geluidscherm, omdat een scherm zorgt voor een snelle verspreiding van de luchtverontreiniging.

5.4 Geluid

Volgens artikel 74 lid 1 Wet geluidhinder (Wgh) heeft elke weg een geluidzone, tenzij de weg gelegen is binnen een woonerf (artikel 74 lid 2 onder a Wgh) of voor die weg een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (artikel 72 lid 2 onder b Wgh). Een geluidzone is het gebied aan weerszijden van een weg waarbinnen - bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een afwijking van een bestemmingsplan en bij de aanleg of reconstructie van wegen - moet worden nagegaan of de geluidsituatie bij woningen of andere geluidgevoelige functies in overeenstemming is met de geluidvoorschriften uit de Wgh. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de ligging van de weg, al dan niet binnen de bebouwde kom.

De tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie zijn geen geluidgevoelige objecten in het kader van de Wgh. Er heeft in dat kader dan ook geen onderzoek plaatsgevonden. Daarnaast leidt het plan niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen: het aantal bezoekers blijft gelijk aan dat in de huidige situatie. In het kader van de verbreding van de rijksweg A2 heeft Rijkswaterstaat een geluidscherm geplaatst ter hoogte van het plangebied. Het plangebied wordt op deze manier afgeschermd van de rijksweg A2. Wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.

Ten westen van het plangebied, op het terrein van het dierenasiel, ligt een bedrijfswoning. Een woning is een geluidgevoelig object. De woning ligt op circa 50 meter van het meest noordelijke hockeyveld. De VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geeft een indicatieve afstand aan van 50 meter, van een veldsportcomplex met verlichting tot een woning. Deze afstand wordt bepaald door het aspect geluid. Gezien de afstand van de woning tot de tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie op meer dan 50 meter, vormt de woning geen belemmering voor het plan.

5.5 Bodem

Geologisch behoort het plangebied tot de jongere holocene rivierafzettingen van de Aa, plaatselijk met veel veen- en leemafzettingen op Pleistoceenzand. De dikte van de plaatselijk aanwezige veen- en kleilaag varieert van 0,50 tot 1,50 meter. De buurt rondom de Oosterplas is niet opgehoogd. Hier werd alleen grondverbetering toegepast. Volgens uitgevoerde bodemonderzoeken ter plaatse en in de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van bodemverontreiniging van betekenis. Er zijn binnen het gebied geen beschikkingen ingevolge de Wet bodembescherming afgegeven. Bij eventueel grondverzet valt vrijkomende grond onder de bepalingen van het Besluit bodemkwaliteit. Bij bronneringswerkzaamheden zullen voor zover relevant ingevolge de Grondwaterwet, de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren en de Lozingsregeling riolering meldingen c.q. aanvragen voor vergunningen moeten worden ingediend.

5.6 Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het gebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen, zowel het plaatsgebonden risico als het groepsrisico.

Er moet worden getoetst aan het Bevi en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen als bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn onder andere woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants. Een hockeycomplex is een kwetsbaar object. In het kader van het plan moet worden bekeken of in of in de nabijheid ervan sprake is van risicovolle activiteiten (Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) en of risicovolle activiteiten worden toegestaan. Er zijn in de nabijheid van het hockeycomplex geen Bevi-bedrijven en/of BRZO-bedrijven gelegen.

Wel worden over de rijksweg A2 gevaarlijke stoffen vervoerd. De rijksweg A2 heeft echter geen plaatsgebonden risicocontour 10-6. Door de nieuwe tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie zal het groepsrisico niet significant toenemen en is er geen verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de nieuwe tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie.

5.7 Energie en duurzaamheid

Het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving is een belangrijke opgave van de gemeente. Van ontwerp, aanleg, inrichting tot beheer wordt de stedelijke ontwikkeling steeds duurzamer vormgegeven. Gemeente 's-Hertogenbosch wil een voortrekkersrol blijven spelen op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling. Onder duurzame stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: het rekening houden met milieuaspecten gedurende planontwikkeling, bouw, inrichting en beheer van de nieuwe wijk. Belangrijke onderwerpen zijn: energie, water, afval, verkeer, materiaalgebruik, bodem, geluid en natuur.

De speerpunten van het gemeentelijk beleid zijn energie, integraal waterbeheer en duurzaam hout. Op basis van dit beleid is het wenselijk dat zowel voor woningbouw als voor commerciële ruimten 25% minder CO2-uitstoot ten opzichte van het wettelijk vereiste wordt gerealiseerd in combinatie met de toepassing van duurzame energiebronnen. Het integraal waterbeheer vereist dat in de bouw geen uitlogende materialen worden gebruikt. Tenslotte zet de gemeente in op uitsluitend toepassen van hout met het FSC-keurmerk of met het PEFC-keurmerk (SFI, CSA en ATFS), niet zijnde MTCS.

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf

6.1 Waterplan

Integraal waterbeheer beoogt een duurzaam en veerkrachtig watersysteem waarbij kansen worden benut en functies zoveel mogelijk worden gecombineerd. Op 14 juli 2009 stelde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch het waterplan 'Waterstad 's-Hertogenbosch' vast. Het doel van dit waterplan is het bereiken van een veilig en een duurzaam watersysteem in en om 's-Hertogenbosch, waarbij zo goed mogelijk aan de wensen van alle belanghebbenden tegemoet wordt gekomen. Het waterplan is een koepelplan voor alle waterzaken. Het gaat daarbij om de gewenste inrichting en het beheer van oppervlaktewater en grondwater als ook om de afvoer van hemelwater en afvalwater.

Het plangebied is gelegen in het beheergebied van het Waterschap Aa en Maas. Het Waterbeheerplan van het waterschap beschrijft de hoofdlijnen voor het te voeren beleid voor de periode 2010-2015, met een doorkijk naar 2027. Voor ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het waterschap acht uitgangspunten:

  • 1. wateroverlastvrij bestemmen;
  • 2. gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater;
  • 3. doorlopen van de afwegingsstappen (hergebruik - infiltratie - buffering - afvoer);
  • 4. hydrologisch neutraal ontwikkelen;
  • 5. water als kans;
  • 6. meervoudig ruimtegebruik;
  • 7. voorkomen van vervuiling;
  • 8. waterschapsbelangen.

6.2 Watertoets

De gronden rondom de Oosterplas zijn in het verleden niet opgehoogd. Er is alleen grondverbetering toegepast. De maaiveldhoogte rond de Oosterplas bedraagt gemiddeld 3,00 meter +NAP. In de huidige situatie is reeds een betonnen onoverdekte tribune aanwezig waarop toeschouwers kunnen staan. Het huidige clubgebouw heeft hetzelfde verhard oppervlak als in het toekomstige plan. De helft van het gebouw wordt gesloopt en opnieuw opgebouwd, met een extra verdieping. Het terras wordt ter plaatse van bestaande verharding aangelegd.

Om voorbereid te zijn op het toekomstig gescheiden rioolstelsel moeten hemelwater en afvalwater van de nieuwbouw gescheiden worden aangeboden op de perceelgrens. Het afvalwater moet worden aangeleverd aan de vuilwaterriolering. Via een persleiding gaat het vuile water naar Aawijk-Zuid. Vandaar wordt het via het rioolgemaal Acaciasingel getransporteerd naar de rioolwaterzuivering Treurenburg.

Het plan voorziet per saldo in een kleine toename van het verhard oppervlak van (5 x 100 meter =) 500 m2. Met het oog op een hydrologisch neutrale ontwikkeling en conform de beleidsuitgangspunten van het waterschap moet deze verhardingstoename worden gecompenseerd met 24 m3 extra waterberging. De bestaande greppel langs de Oosterplasweg van 100 meter lang, 0,50 meter breed en 0,50 meter diep dient nu nog niet voor waterberging maar kan wel daartoe gaan dienen. In dat geval moet de afwatering wel richting de achterkant van de tribune verlopen.

Voor wat betreft de clubaccommodatie bestaat de mogelijkheid om een duurzaam gebouw terug te zetten, waarbij op milieudoelstellingen op het gebied van onder meer energie, water en/of biodiversiteit kan worden ingezet. De mogelijkheden hiervoor zullen gedurende de planvorming worden ingevuld.

Aandachtspunt bij de ontwikkeling is in alle gevallen dat oppervlakken die in contact komen met hemelwaterstromen niet mogen worden vervaardigd van uitlogende bouwmaterialen. Dit, met het oog op een duurzaam behoud van de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. Het regenwater moet oppervlakkig worden verzameld en vervolgens worden geïnfiltreerd in de bodem, met een overloop naar de omringende waterlopen.

Hoofdstuk 7 Juridisch-bestuurlijke aspecten

7.1 Opzet en methodiek

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De eerste twee onderdelen zijn juridisch bindend, de toelichting is juridisch niet bindend maar helpt bij de interpretatie van de verbeelding en de regels. De regels zijn als volgt ingedeeld:

  • 1. inleidende regels. De inleidende regels (artikel 1 en 2) lichten de begrippen toe die in de regels voorkomen en ook de wijze van meten (hoogte, diepte et cetera) die moet worden gehanteerd;
  • 2. bestemmingsregels. De bestemmingsregels (artikel 3 en 5) bevatten voor de bestemmingen in dit bestemmingsplan een omschrijving van de doeleinden, bouwregels en nadere gebruiksregels;
  • 3. algemene regels. De algemene regels (artikel 6 tot en met 7) hebben betrekking op de anti-dubbeltelregel en de afwijkingsregels.
  • 4. overgangs- en slotregels. De laatste twee artikelen (artikel 8 en 9) betreffen achtereenvolgens het overgangsrecht en de slotregel.

7.2 Inleidende regels

Het definiëren van begrippen en de aanwijzingen voor het meten vergroten de duidelijkheid en de rechtszekerheid. In artikel 1 worden belangrijke begrippen die in het plan veel voorkomen nader gedefinieerd. In artikel 2 is aangegeven hoe afstanden en maten die in de regels worden voorgeschreven moeten worden gemeten.

7.3 Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen

De dichte beplantingsstrook van 12 meter breed, tussen de Oosterplasweg en de nieuwe tribune, is bestemd als Groen. Hierin zijn geen gebouwen toegestaan, uitgezonderd een overkraging van de tribune met niet meer dan 0,50 meter en vanaf een hoogte van 8 meter.

Wel zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Er zijn lichtmasten toegestaan ten behoeve van de bestemming Sport. Ter beperking van de lichthinder is de maximale bouwhoogte van lichtmasten bepaald op 25 meter, overeenkomstig het projectbesluit 'Uitbreiding hockeyvelden HC Den Bosch' en de huidige lichtmasten; in bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk was deze nog beperkt tot 15 meter. Als de masten hoger zijn, kan de lichtbundel meer gericht op de velden schijnen en treedt minder verstrooiing van het licht op ('sky glow', zie paragraaf 5.2).

Er zijn ook lichtmasten toegestaan voor de verlichting van de Oosterplasweg. Deze mogen niet hoger zijn dan 10 meter. Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erf- en terreinafscheidingen, mogen niet hoger zijn dan 4 meter. Ook deze bouwhoogte is conform het projectbesluit 'Uitbreiding hockeyvelden HC Den Bosch'. Deze maximumhoogte is afgestemd op de hekwerken die het hockeycomplex visueel afschermen van het dierenasiel, het volkstuinencomplex en de bijenvereniging.

Artikel 4 Sport

Het hockeycomplex zelf is bestemd voor sport en sportvoorzieningen, groen en groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en geluidschermen. Er zijn twee bouwvlakken aangeduid voor de nieuwe tribune en voor de clubaccommodatie. Beide bouwvlakken mogen volledig worden bebouwd. De tribune mag 12,50 meter hoog worden, de clubaccommodatie 9 meter met uitzondering van het middendeel dat 10 meter hoog mag zijn.

De bebouwingsoppervlakte van andere gebouwtjes van ondergeschikte aard is beperkt om de groene invulling van het complex te waarborgen. De dug-outs, het toiletgebouwtje en andere gebouwtjes zijn tezamen niet groter dan 50 m2, overeenkomstig bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk. De tv-toren is vanwege zijn afwijkende bouwhoogte afzonderlijk geregeld: deze mag niet groter zijn dan 15 m2 en niet hoger dan 10 meter. Hetzelfde geldt voor de seizoensgebonden overkapping van maximaal 1.750 m2 en 7 meter hoog. Het dak en de wanden van deze overkapping mogen uitsluitend uit niet-permanente materialen bestaan, zoals een oprolbaar doek of een inklapbaar scherm. De draagconstructie van dak en wanden mag wel permanent zijn.

Wat betreft bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt gedifferentieerd in bouwhoogte:

  • erf- en terreinafscheidingen mogen tot 4 meter hoog zijn (zie beschrijving onder artikel 3 Groen);
  • kunstobjecten en masten ten behoeve van beeldregistratie mogen tot 10 meter hoog zijn. Naast de tv-toren zijn rond het hoofdveld ook videopalen nodig die wedstrijden vanuit verschillende hoeken kunnen registreren;
  • ballenvangers mogen, conform bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk en projectbesluit 'Uitbreiding hockeyvelden HC Den Bosch', 15 meter hoog zijn.
  • lichtmasten mogen tot 25 meter hoog zijn (zie beschrijving onder artikel 3 Groen);
  • overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen tot 7 meter hoog zijn.

Artikel 5 Waarde-archeologie

Ten behoeve van de bescherming en veiligstelling van (te verwachten) archeologische waarden is aan het gebied in de zone van categorie 4F een dubbelbestemming Waarde-Archeologie toegekend. In deze dubbelbestemming is een verbod opgenomen om - over meer dan 50 m2 en dieper dan 50 cm - zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden te verrichten. Het gaat om alle bodemverstorende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden die de (te verwachten) archeologische waarden in het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik van het terrein.

De aanvrager van de omgevingsvergunning moet een rapport overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. Zo'n rapport is niet noodzakelijk als naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie al afdoende is vastgesteld. Vervolgens verleent het bevoegd gezag alleen een omgevingsvergunning als geen onevenredige aantasting van de (te verwachten) archeologische waarden plaatsvindt. Als blijkt dat de archeologische waarden zullen worden verstoord, kan zij voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: het treffen van technische maatregelen ter behoud van de archeologische waarden, het doen van afgravingen of het laten begeleiden van de werken en/of werkzaamheden door een erkend archeoloog.

7.4 Algemene regels

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7 Algemene afwijkingsregels

Voor alle bouwregels geldt dat burgemeester en wethouders er conform de algemene afwijkingsregels van af kunnen wijken. Deze regels betreffen onder meer vermeerdering dan wel vermindering van de voorgeschreven maten en normen met niet meer dan 10% en vergroting van de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen. Steeds geldt dat hiervoor alleen toestemming kan worden verleend als de afwijking het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantast.

7.5 Overgangs- en slotregels

Artikel 8 Overgangsrecht

In dit artikel is het overgangsrecht opgenomen. De tekst ervan is wettelijk voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening.

Artikel 9 Slotregel

In dit artikel is de slotregel opgenomen. Hierin is formeel bepaald dat in andere bestemmingsplannen en/of in andere juridisch-planologische besluiten (de regels van) het bestemmingsplan 'Regels van het bestemmingsplan Hockeycomplex HC Den Bosch' worden genoemd.

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid

In het kader van de subsidieregeling 'Sportplan Brabant 2016' heeft de gemeente 's-Hertogenbosch een aanvraag ingediend voor een financiële bijdrage voor de upgrade van het hockeycomplex tot een topsportaccommodatie.

Deze upgrade bestond uit:

  • de realisatie van een nieuwe overdekte tribune voor 2.000 toeschouwers;
  • de realisatie van het 'Beste Sportrestaurant';
  • aanpassingen aan de sportaccommodatie, zoals de wedstrijdverlichting, de tv-toren en een seizoengebonden overkapping, en aanpassingen aan de infrastructuur, zoals de herinrichting van het parkeerterrein.

Door de provincie Noord-Brabant is bij besluit van mei 2012 de gevraagde financiële bijdrage toegekend tot een maximumbedrag van € 3.650.000. De opbouw van dit bedrag is als volgt:

  • € 2.000.000 voor de bouw van de tribune, inclusief onderbouw met kleed- en wasvoorzieningen en diverse nevenruimten en -voorzieningen behorende bij een topsportaccommodatie;
  • € 1.000.000 voor de bouw van het 'Beste Sportrestaurant' boven op het huidige clubhuis. Inmiddels is in overleg met de provincie Noord-Brabant besloten ook een deel van het clubhuis zelf te vervangen. De eventuele extra kosten komen voor rekening van HC Den Bosch;
  • € 640.000 voor aanpassingen aan de sportaccommodatie en de infrastructuur.

Op basis van de toegekende bedragen zijn er ontwerpen gemaakt voor de nieuw te bouwen voorzieningen met de daarbij behorende ramingen. De nu voorgestelde plannen kunnen naar verwachting binnen het budget worden uitgevoerd.

Hoofdstuk 9 Vooroverleg en inspraak

9.1 Vooroverleg

In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is voorontwerpbestemmingsplan 'Hockeycomplex HC Den Bosch' toegezonden aan:

  • 1. Provincie Noord-Brabant;
  • 2. Waterschap Aa en Maas;
  • 3. Rijkswaterstaat Zuid-Nederland.

Van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland is geen vooroverlegreactie ontvangen.

  • 1. Provincie Noord-Brabant

De Directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving geeft aan dat het voorontwerpbestemmingsplan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen.

Voor kennisgeving aangenomen

  • 2. Waterschap Aa en Maas

Het waterschap heeft geen opmerkingen op het voorontwerpbestemmingsplan.

Voor kennisgeving aangenomen

9.2 Inspraak

Voorontwerpbestemmingsplan 'Hockeycomplex HC Den Bosch' lag voor iedereen ter inzage van 17 maart tot en met 28 april 2014. Op 3 april 2014 vond een inloopbijeenkomst plaats in het clubgebouw van HC Den Bosch. Er waren circa 10 mensen aanwezig.

Gedurende de inspraaktermijn kon iedereen schriftelijk of mondeling een inspraakreactie bij het college van burgemeester en wethouders naar voren brengen. Hieronder worden de ingekomen inspraakreacties samengevat weergegeven. Ze worden cursief voorzien van gemeentelijk commentaar. Dit betekent niet dat die onderdelen van de reactie die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zijn betrokken. Elke inspraakreactie is in zijn geheel beoordeeld.

Er zijn vier inspraakreacties ingeadiend:

  • 1. De heer A.H. Odermatt, IJsselsingel 76, 5215 CN 's-Hertogenbosch
  • 2. De heer P. Knuvers, mevrouw M. Knuvers-Huijgens en de heer G. Sliphorst, p/a Zoomweg 7, 5215 HN 's-Hertogenbosch
  • 3. De heer P. van Peperstraten, Rijnstraat 234, 5215 EP 's-Hertogenbosch
  • 4. Stichting ter bevordering van het gebruik van de naam 's-Hertogenbosch, p/a Zuiderparkweg 345, 5216 HB 's-Hertogenbosch

  • 1. De heer Odermatt

Inspreker is bewoner van de flat IJsselstate aan de overkant van de Oosterplas. Hij vreest dat het mooie uitzicht op de bomenrij langs de Oosterplas wordt onderbroken door een betonnen achterkant van 12,5 meter hoog. De destijds gegarandeerde 'robuuste groenstrook' tussen de Oosterplasweg en de te bouwen tribune wordt door het rooien van 14 hoge, grote bomen sterk gedecimeerd. Inspreker en andere omwonenden geven de gemeente nadrukkelijk in overweging om de tribune en de uitbreiding van de clubaccommodatie visueel zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Inspreker stelt voor om de betonnen achterkant te laten schilderen in een natuurgroene kleur en/of te laten begroeien door reeds hoge, wintergroene klimplanten. Hij verwacht dat ter compensatie van de te rooien bomen redelijk hoge exemplaren worden teruggeplant ter verbetering van het uitzicht, mogelijk ook op een deel van de ligweide.

Gemeente 's-Hertogenbosch werkt aan een compensatie- en inrichtingsplan voor de omgeving van de tribune, de clubaccommodatie en het parkeerterrein. In dit plan ligt de focus op het verdichten van de beplantingsstrook, onderaan en boven in de kruin. De hoogte van de beeldbepalende bomen, zowel de bomen die verdwijnen als de bomen die blijven staan, varieert van 16 tot 20 meter. Naar verwachting wordt de tribune reeds voor een groot deel aan het zicht onttrokken door de bomen die blijven staan. Niettemin wil de gemeente de bomenrij verdichten met circa 9 beuken of bomen van een andere soort die een vergelijkbare hoogte bereikt. Deze bomen worden niet alleen direct achter de tribune geplaatst maar ook op andere plekken waar de beplantingsstrook dat toelaat of daartoe noodzaakt. Onderin de beplantingsstrook wil de gemeente gedeeltelijk groenblijvend bosplantsoen (hulst et cetera) bijplanten. Aan de overkant van de Oosterplasweg worden circa 4 bomen geplant die relatief snel groeien zoals populieren, die in elk geval een met populieren vergelijkbare hoogte bereiken, die lege plekken opvullen in de bomenrij rond de ligweide maar die het zicht op de plas ongemoeid laten. De nieuwe bomen in de beplantingsstrook en rond de ligweide zullen de tribune bezien vanuit de IJsselsingel nog meer aan het zicht onttrekken. Er zal in elk geval geen aaneengesloten wand zichtbaar zijn. Bovendien heeft de architect van de tribune veel aandacht voor een zodanige materialisering van de wand dat de tribune zo goed mogelijk opgaat in de groene omgeving, zoals de toepassing van klimop en houten panelen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002204-1401_0018.jpg"

Het gele kader toont globaal de situering van de tribune bezien vanuit de flat aan de IJsselsingel; naar verwachting wordt de tribune reeds voor een groot deel aan het zicht onttrokken door de bomen die blijven staan.

(De uitbreiding van) de clubaccommodatie is, met een maximale hoogte van 9 meter en een accent van 10 meter, vanuit de flat aan de IJsselsingel niet of nauwelijks zichtbaar; de reactie van inspreker richt zich met name op de tribune. Omdat de gemeente echter ook hecht aan een groene inpassing van de clubaccommodatie en het parkeerterrein, gaat het compensatie- en inrichtingsplan ook in op de omgeving daarvan. Het parkeerterrein wordt heringericht en er worden circa 14 elzen geplant. Samen met verdichting van het groen tussen het hockeycomplex en de rijksweg, leiden deze bomen tot een stevige groene inpassing van de clubaccommodatie. Het compensatie- en inrichtingsplan is en wordt besproken met inspreker, mede namens de bewoners van de flat IJsselstate, en met de stichting Boom en Bosch.

  • 2. De heer Knuvers, mevrouw Knuvers-Huijgens en de heer Sliphorst
    • a. De groei van de hockeyclub gaat volgens insprekers ten koste van het uniek natuur- en recreatiegebied dat uitgangspunt was bij het Vitaliseringsplan Oosterplas. Uitbreidings- of bouwplannen moeten aan de uitgangspunten en de doelstellingen van dat plan voldoen. Volgens inspreker is groei van de hockeyclub ongewenst en onmogelijk, gegeven deze uitgangspunten en doelstellingen. Als groei aan de orde is moet de gemeente sturen op vestiging van de hockeyclub op een andere locatie in 's-Hertogenbosch, waar wel ruimte is en waar groei niet ten koste gaat van natuur- en recreatiegebied.

Het hockeycomplex ligt in de Voorzieningenzone van de Oosterplas. In dit deel van het park ligt de nadruk op een goede inpassing van de sportvoorzieningen met de daarvoor noodzakelijke ontsluiting. Het Vitaliseringsplan blikt daarbij vooruit naar de ontwikkelingen op het hockeycomplex: 'Mogelijk dat door uitbreiding van de hockeyclub hier drastische ingrepen moeten worden gedaan.' De inpassing van de ontwikkelingen op het hockeycomplex moest plaatsvinden met oog voor het 'rondje Oosterplas', een aantrekkelijke groene wandelroute rond de Oosterplas.

Naar aanleiding van het Vitaliseringsplan Oosterplas is een werkgroep gevormd om de uitbreiding van HC Den Bosch vorm te geven binnen het kader van (de uitgangspunten en doelstellingen van) het Vitaliseringsplan. Steeds is, bij de voorbereiding van het projectbesluit voor de uitbreiding van het aantal velden en in het projectbesluit van 1 juli 2010 zelf, rekening gehouden met de komst van een nieuwe tribune. Vooruitlopend op onderhavige juridisch-planologische procedure is ruimte voor de tribune gereserveerd door de meest zuidelijke velden 5 à 6 meter richting de rijksweg A2 te schuiven, zodat met de bouw van een nieuwe tribune een dichte beplantingsstrook kan worden behouden. Met het compensatie- en inrichtingsplan (zie inspraakreactie onder 1) wordt naar de mening van de gemeente 's-Hertogenbosch in voldoende mate rekening gehouden met de belangen van andere recreanten in het gebied en met (de uitgangspunten en doelstellingen van) het Vitaliseringsplan.

    • a. Bij de uitbreiding van de hockeyclub moeten ook de belangen van andere verenigingen aan de Oosterplas in de gaten worden gehouden. Omdat de tribune volgens insprekers impact heeft op de wind, vooral in de zuidoosthoek van de Oosterplas, en op de zeilvereniging, moet hiernaar onderzoek plaatsvinden.

De nieuwe tribune wordt aan de oostkant van de Oosterplas gerealiseerd, terwijl de wind overwegend uit het zuidwesten waait. Bovendien neemt de bestaande bomenrij van 16 tot 20 meter hoog al een deel van de oostenwind weg. Weliswaar zal een tribune van maximaal 12,5 meter hoog meer wind wegnemen, maar de bouw ervan leidt niet tot een zodanige afname van de wind dat het belang van de zeilvereniging daarmee onevenredig wordt geschaad. Ook ten aanzien van parkeren is rekening gehouden met de belangen van andere verenigingen: er wordt voldoende parkeergelegenheid gemaakt.

    • a. Insprekers twijfelen aan nut en noodzaak van de tribune (en later eventueel de parkeermogelijkheid). De tribune is volgens hen slechts enkele dagen in het jaar nodig. Voor zulke piekbelastingen kunnen tijdelijke maar geen permanente oplossingen worden bedacht.

Naar de mening van de gemeente 's-Hertogenbosch maar ook die van provincie Noord-Brabant als subsidieverstrekker rechtvaardigt de topsport van HC Den Bosch een goede overdekte toeschouwersaccommodatie. Het gaat niet om een uitbreiding van de toeschouwerscapaciteit: de huidige tribune van circa 2.000 staanplaatsen wordt omgezet naar een nieuwe tribune van circa 2.000 zitplaatsen.

    • a. Volgens insprekers is de locatie van de tribune niet logisch en heeft ze negatieve ecologische en maatschappelijk impact. Ongeacht het materiaalgebruik is de tribune, waarvoor bomen moeten worden gekapt, onacceptabel in een recreatiegebied als de Oosterplas. Insprekers vinden het terugplanten van bomen geen oplossing. De keuze voor de locatie aan de andere kant van het veld en/of voor een kleinere tribune is volgens hen logischer. Insprekers vinden het argument dat dit niet in de huidige architectuur van het complex past, onvoldoende sterk.

Zie inspraakreactie onder 1. Bij de voorbereiding van het projectbesluit van 1 juli 2010 is bij de herschikking en de uitbreiding van het aantal velden ook de locatie van de nieuwe tribune overwogen. Een locatie aan de kant van de rijksweg A2 stuitte op bezwaren van Rijkswaterstaat. Positionering midden op het terrein zou hebben geleid tot een onoverzichtelijke, inefficiënte en stedenbouwkundig onverantwoorde inrichting met eenzelfde ruimtevraag in de beplantingsstrook langs de Oosterplasweg. De keuze voor de locatie van de nieuwe tribune is dan ook al bij het projectbesluit van 1 juli 2010 gemaakt.

    • a. Er wordt door de hockeyclub niet zorgvuldig gecommuniceerd met omwonenden. De hockeyclub communiceert niet of meldt slechts wat ze gaat doen en suggereert dat deze veranderingen voordelig zijn voor omwonenden.

Gemeente 's-Hertogenbosch gaat ervan uit dat HC Den Bosch als goede buur communiceert met omwonenden en andere betrokkenen in het Oosterplasgebied. De gemeente 's-Hertogenbosch hecht aan een open communicatie over de ontwikkelingen rond de Oosterplas en heeft hiervan in de voorgaande trajecten rond het Vitaliseringsplan en het projectbesluit steeds blijk gegeven.

    • a. Insprekers hebben het gevoel dat steeds kleine stapjes worden gezet waarna men niet meer terug kan. Ze zijn onzeker over toekomstige ontwikkelingen en vrezen dat de ambitie van de hockeyclub groot blijft en dat de hockeyclub blijft drukken op groei en uitbreiding. De gemeente speelt een essentiële rol in het bewaken van het natuur- en recreatiegebied. Ze achten het van groot belang dat de Oosterplas zijn huidige functie blijft vervullen en dat sportverenigingen in hun huidige vorm en maat en binnen de huidige afspraken kunnen voortbestaan. Als ambities schade berokkenen aan deze functie, dan moet voor deze ambities een andere locatie worden gezocht.

In het projectbesluit van 1 juli 2010 is de keuze voor de locatie van de nieuwe tribune al gemaakt. Met het bestemmingsplan 'Hockeycomplex HC Den Bosch' zijn nu de bouw- en gebruiksmogelijkheden van Hockeycomplex HC Den Bosch integraal en definitief gegeven. Naar de mening van de gemeente 's-Hertogenbosch zijn met dit bestemmingsplan ook de belangen van de andere recreanten in het Oosterplasgebied (tennissers, zeilers, bijenhouders, volkstuinders, badgasten, wandelaars et cetera) gewaarborgd.

  • 3. De heer Van Peperstraten

Inspreker maakt bezwaar tegen de afmeting en daarmee de impact van de nieuwe tribune. In bestemmingsplan Graafsewijk-Aawijk is met vrijstelling een tribune toegestaan met een oppervlak van maximaal 500 m2 en een hoogte van maximaal 5 meter. In het voorontwerpbestemmingsplan worden de maximale afmetingen ruim verdubbeld. Inspreker stelt dat een gevel van 100 meter lang en 12,5 meter hoog, vergelijkbaar met een appartementencomplex van globaal 15 appartementen breed en ruim 4 verdiepingen hoog, in onevenredige verhouding met de schaal van het park staat. Inspreker merkt ook op dat het hockeycomplex zich met de gesloten gevel van de tribune van de Oosterplas afkeert en richt op de rijksweg A2, ondanks de pogingen om een groene wand te creëren. Inspreker verzoekt om de afmetingen en de mate van transparantie in verhouding te brengen met de schaal van het park.

Zie inspraakreactie onder 1 en 2. Naar de mening van de gemeente 's-Hertogenbosch past de tribune naar functie en schaalgrootte in het Oosterplasgebied. De bestaande en de nieuwe bomen in de beplantingsstrook en rond de ligweide zullen de tribune vanuit de IJsselsingel voor een groot deel aan het zicht onttrekken. Er zal geen aaneengesloten wand zichtbaar zijn van 100 meter lang en 12,5 meter hoog.

Ondanks de dichte beplantingsstrook blijft het hockeycomplex wel deel uitmaken van het Oosterplasgebied: de velden die volgen op het hoofdveld en de daarachterliggende velden blijven vanaf de weg, door het groen heen, zichtbaar en beleefbaar. Om het gebruik van de beplantingsstrook te minimaliseren zijn er geen entrees aan de achterzijde van de tribune. Met de materialisering en uitvoering van de wand ontstaat geen gesloten gevel maar wordt een verbinding gemaakt met het groen en het Oosterplasgebied: er komen raampartijen, klimop en houten panelen. In de voorbereiding van het bouwplan is bovendien geijverd voor een scheiding van de bouwvolumes van de tribune en de clubaccommodatie, met voldoende ruimte ertussen. In het bestemmingsplan zijn het bouwvlak van de tribune en dat van de clubaccommodatie dan ook duidelijk gescheiden en is voor het behoud van de tussenliggende groenpartij aan de betreffende gronden de bestemming Groen toegekend.

  • 4. Stichting ter bevordering van het gebruik van de naam 's-Hertogenbosch

Inspreker merkt op dat de naam van de hockeyclub 'Hockeyclub 's-Hertogenbosch' luidt en verzoekt om aanpassing van het plan en het opnieuw in procedure brengen ervan.

Hoewel de naam 'Hockeyclub 's-Hertogenbosch' de officiële naam is van de hockeyclub, is de naam HC Den Bosch gebruikelijk en gangbaar, onder hockeyers, in berichtgeving et cetera. De toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en de raadsinformatiebrief begint nu met 'Hockeyclub 's-Hertogenbosch (hierna te noemen: 'HC Den Bosch')'. De opmerking van inspreker geeft geen aanleiding tot het opnieuw in procedure brengen van het voorontwerpbestemmingsplan.