direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijf - Transportbedrijf
Plan: Buitengebied Coppensdijk 7
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1671.BPBG2009PP000003-001O

Artikel 3 Bedrijf - Transportbedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemeen

De voor Bedrijf - Transportbedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. een transportbedrijf;
  • b. een bedrijfswoning;
  • c. aan huis gebonden beroep;
  • d. kantoor;
  • e. groenvoorzieningen;
  • f. parkeervoorzieningen;

één en ander met bijbehorende voorzieningen en overeenkomstig de in 3.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving.

3.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving

In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 3.1.1:

a Aan huis gebonden beroep

Een aan huis gebonden beroep in een bedrijfswoning is toegestaan mits:

  • 1. de woning (met inbegrip van aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen), die voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep nodig is, in overwegende mate de woonfunctie behoudt;
  • 2. het gebruik ten behoeve van een aan huis gebonden beroep geen ernstige c.q. onevenredige hinder voor het woonmilieu oplevert. In ieder geval niet toegestaan zijn activiteiten, welke vergunningplichtig, dan wel meldingplichtig zijn in het kader van de Wet milieubeheer;
  • 3. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de afwikkeling van het verkeer en/of niet leidt tot een onaanvaardbare parkeerdruk;
  • 4. detailhandel alleen plaatsvindt als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis gebonden beroep.
b Afschermend groen

Ter plaatse van de aanduiding "groen" zijn de gronden uitsluitend bestemd voor afschermende groenvoorzieningen ter afscherming van de bedrijfsactiviteiten.

c Kantoor

Binnen de bestemming is als ondergeschikte nevenactiviteit een kantoor voor een aannemersbedrijf toegestaan.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Uitsluitend zijn toegestaan gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming.

3.2.2 Gebouwen

Voor de maatvoering van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. de goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 6 m;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 10 m;
  • c. de bebouwde oppervlakte van gebouwen binnen het bouwperceel mag niet meer bedragen dan 3320 m², exclusief de bedrijfswoning met de bijbehorende bijgebouwen;
  • d. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 5 m.
3.2.3 Bedrijfswoning

Voor de bedrijfswoning gelden het volgende regels:

  • a. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m;
  • c. de inhoud mag niet meer bedragen dan 600 m³; voorzover de inhoud ten tijde van het terinzageleggen van het ontwerp van dit plan meer bedraagt, geldt de bestaande inhoud als maximum.
3.2.4 Bijgebouwen bij bedrijfswoning

Voor bijgebouwen bij de bedrijfswoning gelden de volgende regels:

  • a. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 80 m²;
  • b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m;
  • d. een vrijstaand bijgebouw mag niet worden gebouwd vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning of het denkbeeldig verlengde hiervan.
3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de hoogte van erf- of terreinafscheidingen mag voor (het verlengde van) de voorgevel van de bedrijfswoning niet meer bedragen dan 1 m;
  • b. de hoogte van erf- of terreinafscheidingen mag achter ( het verlengde van) de voorgevel van de bedrijfswoning niet meer bedragen dan 2 m;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor (het verlengde van) de bedrijfswoning niet meer bedragen dan 1 m;
  • d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag achter (het verlengde van) de bedrijfswoning niet meer bedragen dan 3 m.
3.3 Ontheffing van de bouwregels
3.3.1 Ontheffing maatvoering

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van:

  • a. de voorgeschreven goot- en bouwhoogten: de goot- en bouwhoogte mogen met maximaal 10% worden vergroot.
  • b. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, mits de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen niet onevenredig worden geschaad.
3.4 Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik in de zin van artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van:

  • a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van produkten anders dan ten behoeve van het bedrijf;
  • b. detailhandel;
  • c. reclamedoeleinden, met uitzondering van reclame voor het bedrijf;
  • d. woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoning.
3.5 Ontheffing van de gebruiksregels
3.5.1 Ontheffing afhankelijke woonruimte

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 3.4.1 sub d. en toestaan dat een (vrijstaand) bijgebouw wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. een dergelijke bewoning is aantoonbaar nodig vanuit een oogpunt van mantelzorg. Alvorens ontheffing te verlenen vragen burgemeester en wethouders hieromtrent advies aan een onafhankelijk terzake deskundige instantie;
  • b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven;
  • c. de afhankelijke woonruimte wordt ingepast binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen; met dien verstande dat de maximale oppervlakte niet meer dan 80 m² mag bedragen;
  • d. er dient gebruik te worden gemaakt van het dichtst bij de hoofdwoning gelegen bijgebouw, tenzij op grond van doelmatigheidsmotieven een ander op het perceel gelegen bijgebouw/bedrijfsgebouw meer geschikt is;
  • e. de afhankelijke woonruimte dient te worden bewoond door degene(n) die de zorg nodig heeft/ hebben;
  • f. de voorziening dient te voldoen aan de eisen van het bouwbesluit;
  • g. zakenrechtelijke splitsing is niet toegestaan;
  • h. de afhankelijke woonruimte mag geen eigen ontsluiting hebben;
  • i. parkeren dient op eigen erf plaats te vinden.

Burgemeester en wethouders trekken de verleende ontheffing zonder nadere afweging in indien de noodzaak van mantelzorg (als gevolg van verhuizen of overlijden) is komen te vervallen.