Type plan: wijzigingsplan
Naam van het plan: Buitengebied Maasdonk, wijziging Brugstraat 73a Vinkel
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.1671.BPBG2014WP000004-001O
1 Inleidende regels
 
Artikel 1 Begrippen
 
1.1 plan
het wijzigingsplan ‘Buitengebied Maasdonk, wijziging Brugstraat 73a Vinkel’ met identificatienummer NL.IMRO.1671.BPBG2014WP000004-001O van de gemeente Maasdonk;
 
1.2 wijzigingsplan
wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening;
 
1.3 bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels;
 
1.4 aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
 
1.5 aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
 
1.6 aanduidingsvlak
een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
 
1.7 aan huis gebonden beroep
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt;
 
1.8 agrarisch technisch bedrijf
bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten waarbij gemchaniseerd loonwerk ten behoeve van land-, tuin-, bos-, of natuurbouw wordt verricht of waarbij gebruik gemaakt wordt van land-, tuin-, bos-, of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking;
 
1.9 agrarisch verwant bedrijf
bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, tuin-, bos-, of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking;
 
1.10 bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
 
1.11 bedrijfswoning
een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (een huishouding van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is;
 
1.12 bed & breakfast
een bed& breakfast voorziening is een kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte, kortdurende, toeristische verblijfsvoorziening, voor uitsluitend logies en ontbijt voor maximaal 5 personen, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw of is gevestigd in één van de bestaande bijgebouwen en wordt gerund door de gebruikers van het betreffende perceel;
 
1.13 bestaand
a. ten aanzien van bebouwing:
bebouwing die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, waarvoor –indien vereist- de benodigde vergunning is verleend en voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, die vóór dat tijdstip is aangevraagd;
b. ten aanzien van gebruik:
het gebruik van gronden en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;
 
1.14 bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak;
 
1.15 bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
 
1.16 bijgebouw
een (vrijstaand of aangebouwd) gebouw behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zowel functioneel als in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
 
1.17 bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
 
1.18 bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
 
1.19 bouwlaag
doorlopende gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; 
 
1.20 bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
 
1.21 bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel;
 
1.22 bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegestaan;
 
1.23 bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
 
1.24 detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
 
1.25 gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
 
1.26 gebruiken
gebruiken, het doen gebruiken, het laten gebruiken en het in gebruik geven;
 
1.27 hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende en toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste is;
 
1.28 horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies;
 
1.29 huishouden
de leefvorm of samenlevingsvorm van een alleenstaande of een gezin, waaronder mede wordt begrepen:
  •  de inwoning, al dan niet bij wijze van mantelzorg, van ten hoogste twee verwanten of andere personen;
  •  een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, daaronder begrepen een woongroep van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking;
  •  de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 4 personen die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning;
 
1.30 kelder
een geheel of nagenoeg geheel beneden peil, dan wel maximaal 0,5 meter boven peil gelegen ruimte onder een gebouw;
 
1.31 mantelzorg
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband;
 
1.32 ondergeschikte detailhandel
beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen, die functioneel rechtstreeks verband houden met de bedrijfsactiviteiten;
 
1.33 ondergeschikte horeca
het in verband met een andere hoofdactiviteit op een perceel verstrekken van eten en drinken tegen betaling voor gebruik ter plaatse in die mate dat duidelijk herkenbaar is dat die hoofdactiviteit de kernactiviteit is die op het perceel plaatsvindt en het verstrekken van dat eten en drinken alleen plaatsvindt als beperkt en ondergeschikt onderdeel van en voortvloeiende uit de hoofdactiviteit;
 
1.34 pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;
 
1.35 peil
het horizontale vlak, zijnde de afgewerkte begane grondvloer;
indien het schets- of bouwplan betrekking heeft op een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dan wel een gebouw dat niet beschikt over een afgewerkte begane grondvloer, wordt als peil gehanteerd: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van waar het bouwwerk voornamelijk toegankelijk is dan wel de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwperceel;
 
1.36 voorgevel
de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, die gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;
 
1.37 voorgevellijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij de openbare weg, en het verlengde daarvan;
 
1.38 woning
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden, een en andere met inbegrip van uit- en aanbouwen en overige inpandige ruimten zoals bergingen en garages.
 
Artikel 2 Wijze van meten
 
Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten:
 
2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
 
2.2 de goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
 
2.3 de inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
 
2.4 de oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
 
2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Bedrijf
 
3.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. een niet agrarisch bedrijf in statische opslag;
  2. groenvoorzieningen ter afscherming van de bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'groen';
en tevens voor:
  1. aan huis gebonden beroepen en bed & breakfast in de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen, mits:
    1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft;
    2. de (mede) daarvoor in gebruik te nemen vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning en de daarbij behorende bijgebouwen;
    3. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte detailhandel ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep, mits de te koop aangeboden goederen en/of producten een relatie hebben met het aan huis gebonden beroep;
    4. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
met de daarbij behorende:
  1. verkeersvoorzieningen;
  2. nutsvoorzieningen;
  3. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding.
Het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 1 per bestemmingsvlak.
 
3.2 Bouwregels
 
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels:
  1. de bebouwing is uitsluitend toegestaan binnen het bestemmingsvlak, met dien verstande dat bedrijfsgebouwen uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak;
  2. de maatvoering van de bebouwing dient te voldoen aan de eisen die in de navolgende tabel zijn gesteld:
 
BouwwerkenMaximale goothoogte in mMaximale bouwhoogte in m
Maximale oppervlakte in m2
Maximale inhoud in m3
Minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens in m
Bedrijfsgebouwen
6,6
11
1000
-
5
Bedrijfswoning
6,6
11
-
750
5
Vrijstaande bijgebouwen bij de bedrijfswoning
3,3
6,6
100
-
-
Erfafscheidingen voor de voorgevellijn en het verlengde daarvan
-
1
-
-
-
Erfafscheidingen achter de voorgevellijn en het verlengde daarvan
-
2
-
-
-
Overige bouwwerken geen gebouw zijnde voor de voorgevellijn en het verlengde daarvan
-
1
-
-
-
Overige bouwwerken geen gebouw zijnde achter de voorgevellijn en het verlengde daarvan
-
6
-
-
-
 
  1. een vrijstaand bijgebouw mag niet worden gebouwd voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning of het denkbeeldige verlengde hiervan;
  2. indien de inhoud van de bedrijfswoning afwijkt van sub b, dan is de bestaande inhoud van de bestaande bedrijfswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan eveneens toegestaan, mits deze op legale wijze tot stand is gebracht;
  3. voor het bouwen van een kelder gelden de volgende regels:
    1. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan de oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen bovengronds;
    2. het aantal bouwlagen mag niet meer bedragen dan 1.
3.3 Afwijking van de bouwregels
 
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in:
  1. lid 3.2 sub b ten behoeve van het vergroten van de maximale oppervlakte van bedrijfsgebouwen met 25%, mits:
    1. de gronden zijn gelegen ter plaatse van de zone ‘bebouwingsconcentraties’ zoals is opgenomen in de Structuurvisie buitengebied, welke is vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 16 december 2009 of de Structuurvisie Groene Schil Nuland;
    2. de totale oppervlakte van het bestemmingsvlak niet meer bedraagt dan 1,5 ha;
    3. de wezenlijke kenmerken of waarden van de EHS niet wezenlijk worden aangetast;
    4. er sprake is van aantoonbare en uitvoerbare verbetering van structuren of waarden op het vlak van natuur, water, landschap of cultuurhistorie.
  2. lid 3.2 sub b ten behoeve van het verminderen van de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, mits de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden geschaad;
  3. lid 3.2 sub b ten behoeve van het verhogen van de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevellijn en het verlengde daarvan, met dien verstande dat:
    1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 m;
    2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden.
3.4 Specifieke gebruiksregels
 
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
  1. het uitoefenen van agrarisch technische bedrijfsactiviteiten en agrarisch verwante bedrijfsactiviteiten;
  2. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor mantelzorg;
  3. het opslaan van goederen voor de voorgevellijn;
  4. buitenopslag;
  5. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf – voorwaardelijke verplichting":
    1. het in gebruik hebben of laten hebben van de bedrijfsgebouwen indien niet uiterlijk binnen één jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden de erfbeplanting is aangeplant, onderhouden en in stand gehouden conform het ‘inpassingsplan Brugstraat 73a, Vinkel’ zoals weergegeven in bijlage 2 van deze regels;
    2. het in gebruik hebben of laten hebben van de bedrijfsgebouwen indien niet uiterlijk binnen één jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden de schuren zijn gepotdekseld conform het ‘inpassingsplan Brugstraat 73a, Vinkel’ zoals weergegeven in bijlage 2 van deze regels.
  6. het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'groen' anders dan ten behoeve van groen;
3.5 Afwijken van de gebruiksregels
 
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in:
  1. lid 3.1 sub a ten behoeve van het toestaan van andere bedrijfsactiviteiten dan op het desbetreffende perceel is toegestaan, met dien verstande dat:
    1. uitsluitend niet agrarische bedrijven zijn toegestaan;
    2. de nieuwe bedrijfsvorm qua milieuhinder vergelijkbaar met of minder hinderlijk is dan het bestaande bedrijf;
    3. de omschakeling voor wat betreft de ruimtelijke uitstraling aanvaardbaar is;
    4. de omschakeling geen aantasting van de verkeersveiligheid tot gevolg heeft;
    5. er sprake is van een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van structuren of waarden op het vlak van natuur, water, landschap of cultuurhistorie;
    6. de oppervlakte van het bestemmingsvlak na afwijking niet meer mag bedragen dan 3.925 m2;
    7. het een activiteit, betreft uit maximaal categorie 2 van de in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen activiteiten;
    8. de afwijking niet leidt tot twee of meer zelfstandige bedrijven;
    9. de afwijking niet leidt tot een kantoorfunctie met baliefunctie;
    10. de afwijking niet leidt tot een detailhandelsfunctie met een verkoopvloeroppervlakte van meer dan 200 m2.
  2. lid 3.4 sub a ten behoeve van het uitoefenen van agrarisch technische bedrijfsactiviteiten en agrarisch verwante bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat:
    1. de nieuwe bedrijfsvorm qua milieuhinder vergelijkbaar met of minder hinderlijk is dan het bestaande bedrijf;
    2. de omschakeling voor wat betreft de ruimtelijke uitstraling aanvaardbaar is;
    3. de omschakeling geen aantasting van de verkeersveiligheid tot gevolg heeft;
    4. er sprake is van een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van structuren of waarden op het vlak van natuur, water, landschap of cultuurhistorie;
    5. de oppervlakte van het bestemmingsvlak na afwijking niet meer mag bedragen dan 3.925 m2;
    6. het een activiteit, betreft uit maximaal categorie 2 van de in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen activiteiten;
    7. de afwijking niet leidt tot twee of meer zelfstandige bedrijven;
    8. de afwijking niet leidt tot een kantoorfunctie met baliefunctie;
    9. de afwijking niet leidt tot een detailhandelsfunctie met een verkoopvloeroppervlakte van meer dan 200 m2.
  3. lid 3.4 sub b ten behoeve van het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor mantelzorg, met dien verstande dat:
    1. het gebruik noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg;
    2. op het perceel al een woning aanwezig is;
    3. de afwijking niet meer dan één keer per woning wordt verleend;
    4. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van belangen van omliggende functies;
    5. de voor mantelzorg te gebruiken ruimte wordt ingepast binnen de bouwmogelijkheden voor bijgebouwen en in ieder geval niet groter is dan 80 m2;
    6. het bijgebouw gelegen is op een afstand van niet meer dan 40 m van de woning, tenzij op ruimere afstand van de woning een bijgebouw is gelegen, dat op relatief eenvoudige wijze geschikt is te maken voor bewoning en er sprake blijft van een relatie tussen woning en bijgebouw;
    7. de verleende afwijking door het bevoegd gezag wordt ingetrokken indien de bij de afwijking bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is;
    8. indien de bewoning van een vrijstaand bijgebouw plaatsvindt door degene die mantelzorg nodig heeft en diens partner, wordt de afwijking pas ingetrokken nadat beiden het bijgebouw of bedrijfsgebouw hebben verlaten.
  4. lid 3.4 sub f ten behoeve van het verplaatsen van de aanduiding 'groen' binnen het bestemmingsvlak, met dien verstande dat:
    1. dit noodzakelijk is in verband met de doelmatige inrichting van het terrein;
    2. een natuurtoets wordt uitgevoerd;
    3. er minimaal 15% extra groen wordt gerealiseerd.
3.6 Wijzigingsbevoegdheid
 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het wijzigen van de vorm van het bestemmingsvlak van de bestemming ‘Bedrijf’, zonder dat de oppervlakte van het bestemmingsvlak wordt vergroot, met dien verstand dat:
  1. aangetoond is dat de inpassing in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt;
  2. de aanwezige waarden ter plaatse van de aanduiding ‘ehs-natuur’, ‘ehs-ecologische verbindingszone’ en ‘zoekgebied-ecologische verbindingszone’ niet wordt aangetast;
  3. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
    1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
    2. het landschaps- en bebouwingsbeeld;
    3. de milieusituatie;
    4. het uitzicht van woningen;
    5. de verkeersveiligheid.
 
Artikel 4 Waarde - Archeologie hoge verwachting
 
4.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten en/of aanwezige archeologische waarden.
 
4.2 Bouwregels
 
In afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van:
  1. ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of veranderd;
  2. de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met ten hoogste 200 m2;
  3. bouwwerken voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld.
4.3 Afwijken van de bouwregels
 
Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 4.2 ten behoeve van het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde indien en voor zover:
  1. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat de archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad;
  2. in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving of archeologische begeleiding. De te nemen maatregel dient uitgevoerd te worden op basis van een door een senior KNA archeoloog goedgekeurd programma.
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden
 
4.4.1 Verbod
Het is op of in de gronden met de bestemming ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’ verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
  1. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem;
  2. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  3. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
  4. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd;
  5. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt;
  6. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook gerekend wordt het woelen, mengen, diepploegen, aanleggen van drainage en ontginnen;
  7. het aanbrengen van bovengrondse en ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  8. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand;
  9. het aanbrengen van verhardingen.
4.4.2 Uitzondering
Het verbod als bedoeld in 4.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
  1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer;
  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan;
  3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
  4. een oppervlakte hebben die minder bedraagt dan 200 m2.
4.4.3 Toelaatbaarheid
De werken en werkzaamheden als bedoeld in 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen van de in 4.1 genoemde voorzieningen of waarden dan wel de mogelijkheden tot herstel niet-onaanvaardbaar zal of kan worden verkleind.
 
4.5 Wijzigingsbevoegdheid
 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’ geheel of gedeeltelijk te verwijderen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn;
  2. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet;
  3. indien in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde waarden worden veiliggesteld en de te nemen maatregel is uitgevoerd op basis van een door een senior KNA archeoloog goedgekeurd Programma van Eisen.
 
3 Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel
 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
 
Artikel 6 Algemene afwijkingsregels
 
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels:
  1. ten behoeve van het bouwen van openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes, met dien verstande dat:
    1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 50 m3 mag bedragen;
    2. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m mag bedragen.
  2. ten behoeve van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, lichtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat:
    1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak;
    2. de overschrijding van de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m.
 
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 7 Overgangsrecht
 
7.1 Overgangsrecht voor bouwwerken
  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar en omvang niet wordt vergroot,
    1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
7.2 Overgangsrecht gebruik
  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
 
Artikel 8 Slotregel
 
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Maasdonk, wijziging Brugstraat 73a Vinkel’.